Recensie

Jeff Mills machinemuziek past perfect bij Metropolis

Dj Jeff Mills.

Applaus klinkt als Jeff Mills, techno-dj uit Detroit, de bioscoopzaal inloopt. Het is niet de eerste keer dat de frêle kunstenaar, die regelmatig samenspeelt met klassieke orkesten, een stomme Fritz Lang-film begeleidt. Het is wel pas de tweede keer dat hij Metropolis (1927) in zijn volle lengte van een soundtrack voorziet. Al in 2000 bracht hij zijn album Metropolis uit, toegesneden op de korte versie van een uur. Drie jaar geleden breidde hij die uit naar 2,5 uur, nadat de originele versie van de film was gevonden.

Uiterst geconcerteerd mixt hij precies op het juiste moment de strijkers erin om de emotie tussen vader en zoon te duiden. Neurotische bubbelende tonen schieten door de ruimte als Rotwang, een soort kwaadaardige professor Barabas, ‘De Slechte Daad’ begaat. Maar wat is de meerwaarde dat hij zijn nummers ter plekke mixt? De film gaat over Metropolis, een stad opgedeeld in twee klassen: de in het zwart geklede arbeiders die ondergronds werkenen de in het wit geklede bovenklasse die danst tussen getekende wolkenkrabbers. Donkere basdrums en een orgelthema begeleiden de depressieve arbeiders die onder de hekken doorwiegen. Mills muziek sluit perfect aan bij dit retro-futuristische klassensprookje. De plotontwikkeling gaat weliswaar trager dan een rit met de trekschuit, maar Mills legt subtiele accenten en gebruikt veel invloeden uit klassieke muziek. Nergens wordt het bombastisch, al is het spel sterk uitvergroot. Donkere rollende techno komt pas aan bod tijdens de drie kwartier durende catharsis. De beelden van de kale blote mannen die zich in de rook storten, hadden net zo goed opnames uit een club kunnen zijn. Mills machinemuziek is soms vervreemdend, dan weer tintelend van verwachting. Het past waarschijnlijk veel beter dan de piano die ze vroeger in de bios hadden bespeeld, al blijft het een lange zit.