Museum in de stad van Max Havelaar

Multatuli-museum

Met een nog bescheiden collectie is in Lebak, Java, een museum rond Multatuli geopend. „Het is mooi hoe ze de lokale geschiedenis met de koloniale tijd hebben gecombineerd.”

Een medewerker van de regent van Lebak , Mulyadi Jayabaya , haalt voorzichtig het portret van Multatuli van de muur in het voormalig paleis van de Regent in Rangkasbitung, in 2009. Foto Vincent Mentzel

Veel weet ze niet over Multatuli, geeft lerares Dede Juariah toe. Hij bracht in de koloniale tijd de Indonesiërs waardigheid bij, dat weet ze wel. „Hij had misschien Nederlands bloed, maar hij had andere gedachten dan de gewone Nederlanders.”

Dede Juariah, ze heeft haar knalroze hoofddoek met een grote glitterspeld vastgezet, is deze zondag naar de opening gekomen van het Multatuli-museum in Lebak, in het westen van Java. Het museum ligt aan het dorpsplein van hoofdstad Rangkasbitung. Vandaag is de pendopo, een ontvangstruimte in de vorm van een groot dak op palen, vol met genodigden gekleed in kleurrijk batik.

Multatuli, het pseudoniem van schrijver Eduard Douwes Dekker, werkte in het regentschap Lebak als assistent-resident, dat was in die tijd de hoogste Nederlandse ambtenaar in het lokale bestuur. Zijn beroemdste roman Max Havelaar is op zijn belevenissen hier gebaseerd. In het boek beschuldigde Dekker de inheemse Javaanse regent van machtsmisbruik. In Nederland veranderden Multatuli’s beschrijvingen het denken over het kolonialisme.

Complexe geschiedenis

Initiatiefnemer en historicus Bonnie Triyana heeft veel moeite moeten doen voordat het museum eindelijk open kon, vertelt hij. Vier jaar is hij ermee bezig geweest. In Lebak begrepen ze niet waarom het museum zo nodig naar een Nederlander vernoemd moest worden. „Weinig mensen kennen zijn werk, dus ze hadden het simpele beeld dat hij als Nederlander de inheemse inwoners wilde overheersen. De geschiedenis zit soms complexer in elkaar.” Multatuli kwam juist op voor de arme boeren.

Andere kritiek die Triyana en zijn mensen vaak te horen kregen: wat moeten we in Lebak met een museum? Het is een arme regio, waar steun in eerste levensbehoeften welkomer was geweest. Bonnie Triyana hoopt juist dat het museum toeristen gaat trekken. Dat zou goed zijn voor de lokale economie.

Illustratie Max Havelaar

Max Havelaar spreekt de hoofden van Lebak toe, op een illustratie van J.H. Isings. Foto Multatuli Museum Amsterdam

De collectie van het museum is nog bescheiden. De belangrijkste stukken zijn een antieke vloertegel uit Multatuli’s oude huis, een lithografie en een oude Franse vertaling van Max Havelaar. Het zijn schenkingen van het Multatuli-huis in Amsterdam.

Toch is Klaartje Groot, de conservator van het Nederlandse Multatuli-huis, wel onder de indruk van het museum in Lebak: „Het is mooi hoe ze de lokale geschiedenis met de koloniale tijd hebben gecombineerd.” Uitleg over de Verenigde Oost-Indische Compagnie gaat er samen met citaten van Indonesiërs van nu en hoe die over Multatuli denken.

Gesprek met Rijksmuseum

Bonnie Triyana is nu in gesprek met het Rijksmuseum, of die misschien ook enkele kunstwerken willen doneren. En de onderschriften bij de museumstukken – die zijn nu nog alleen in het Indonesisch, dus voor buitenlanders meestal niet te begrijpen – komen er snel ook in het Engels, belooft hij.

Het liefst zou Triyana ook het huis waar Multatuli woonde in zijn Lebak-tijd renoveren. Het ligt op vijf minuten lopen vanaf het museum. Had Multatuli er nog gewoond, dan had hij nu uitzicht op de brommerparkeerplaats van een ziekenhuis, dat zich in de loop der jaren om het huis heen heeft uitgebreid. De witte muren zijn vies en vlekkerig, binnen is het donker en er ligt vuilnis op de grond. Het is ook onduidelijk of het hele huis nog authentiek is. Eén muur zou in elk geval nog uit de koloniale tijd zijn.

Aan voorspellingen over bezoekersaantallen voor zijn museum waagt Triyana zich niet. Hij hoopt vooral dat het een plek wordt waar Indonesiërs iets over hun geschiedenis leren en over het „minderwaardigheidscomplex” dat ze in de koloniale tijd hebben opgedaan. Het geschiedenisonderwijs voldoet volgens hem niet – aan Multatuli wordt één zin gewijd. „En uit zichzelf lezen Indonesiërs heel weinig.”

Lerares Dede Juariah had Max Havelaar in elk geval nog nooit gelezen. Dus het komt mooi uit dat in haar goodiebag een Indonesische vertaling van het boek zit. „Ik had het van horen zeggen en wil nu wel eens weten wat hij precies schrijft.”