Het meesterschap van Sven Kramer

5 kilometer Sven Kramer is in de loop der jaren uitgegroeid tot een absolute meester op de 5 kilometer. Hij breekt record na record. Die afstand is zijn specialiteit.

Sven Kramer viert in Gangneung zijn derde achtereenvolgende olympische titel op de 5 kilometer. Foto Vincent Jannink/ANP

Het zinnetje ontsnapte Sven Kramer na afloop van zijn gouden vijf kilometer voordat hij er zelf erg in had. „Twaalf en half rondje”, klonk het in de catacomben van de Gangneung Oval. „Als je dat nu nog niet kunt, zou het niet goed zijn.” Zijn meesterschap teruggebracht tot de kern. Vijf kilometer schaatsen is zijn natuur.

Niemand won bij de mannen ooit drie keer olympisch goud op dezelfde afstand. Kramer deed het op de vijf kilometer, zoals de Jamaicaanse sprinter Usain Bolt op de 100 en 200 meter in de atletiek. Met acht medailles in totaal is Kramer nu recordhouder in het schaatsen en onttroont hij in eigen land zwemmer Pieter van den Hoogenband, die op zeven medailles uitkwam. Lang wilde hij er niet bij stilstaan. Donderdag is de tien kilometer, na twee mislukkingen nu zijn heilige doel. Begint het dan pas echt? „Nee, daar zou je deze prestatie tekort mee doen.” Een fraai schilderij, zijn zoveelste.

Intuïtie

In eerste instantie is er gevoel, intuïtie. Onvergetelijk de wereldbekerrace van november 2005 in Calgary, als zijn directe tegenstander en ploeggenoot Carl Verheijen op weg is naar een wereldrecord. Verheijen geldt in de TVM-ploeg als een wegbereider, een van de eerste schaatsers die een vijf kilometer rijdt ‘op vermogen’, als een middenafstand. Vol erin en doorgaan. Nu coacht Gerard Kemkers hem naar zijn beloning: wereldrecord. Tot uit de achtergrond in de laatste ronde ineens de jonge Kramer aan een onmogelijke inhaalrace begint en Verheijen alsnog verslaat. „Ik hoorde Gerard roepen over een wereldrecord”, vertelt hij later in Sport International. „Ik dacht: dat is voor mij.”

Bekijk hier het hele programma van de Winterspelen: Programma Winterspelen 2018

De jonge hond dolt als nieuweling bij TVM met ervaren krachten Verheijen en de regerend olympisch kampioen Jochem Uytdehaage, al blijft hij wel respectvol. Niet met tien seconden verschil winnen als twee genoeg is. Geleerd van zijn vader, oud-schaatser Yep. „Alleen goud telt”, roept hij brutaal in de aanloop naar zijn eerste Winterspelen, in Turijn 2006. Maar waar ploeg- en generatiegenoot Ireen Wüst direct toeslaat op de drie kilometer moet de pas 19-jarige Kramer op ‘zijn’ vijf genoegen nemen met zilver achter de Amerikaan Chad Hedrick. Alleen maar brandstof voor zijn motivatie.

Hanengevecht met Fabris

Het hanengevecht met Enrico Fabris in het na-olympisch seizoen typeert de uitzonderlijke drive van Kramer. Pakt de Italiaan hem zijn wereldrecord af op de vijf kilometer? Een week lang fokt de Fries zich op om ongenadig terug te slaan: 6.03,32, een record dat pas dit seizoen zal worden verbroken door Ted-Jan Bloemen. Na afloop knalt hij Peter Mueller, de coach van zijn tegenstander, onderuit bij een botsing op de kruising. Als adrenaline zichtbaar is, dan hier. Een lijf in topconditie doet de rest.

Zelfs als zijn kwetsbare rug opspeelt, is Kramer op de vijf kilometer onverslaanbaar. Nu eens ‘kruist’ hij een tegenstander brutaal uit de race na een snelle start, zoals Bob de Jong bij een wereldbeker in Berlijn. Dan weer slaat hij ongenadig toe met een versnelling aan het einde. Håvard Bøkko zal er nog slapeloze nachten van hebben. Honderd meter lag zijn Noorse lievelingsrivaal voor bij een wereldbekerrace in Thialf in 2009, eindelijk ging hij winnen. Kwam Kramer hem in de laatste meters toch nog voorbij.

Gracieus talent wordt in de aanloop naar de Spelen van Vancouver steeds meer verbeten vechten. Winnen moet en zal, al zegt het lichaam ‘nee’. Het is niet de mooiste vijf kilometer waarmee Kramer voor het eerst olympisch goud wint. „Opgelucht”, zegt hij zich te voelen. „Zijn ongeslagen status drukt enorm op hem”, legt Kemkers uit. Als zijn coach hem op de tien kilometer de verkeerde baan instuurt, knapt het lijntje bij Kramer. Fysieke en mentale problemen, een jaar eruit. Maar daarna al snel weer heersend, als eerste op zijn ‘vijf’.

Weer goud in Sotsji

Fit is hij sinds zijn terugkeer in het najaar van 2011 niet. „Sven heeft een paar klotejaren gehad”, vertelde ploeggenoot Douwe de Vries begin dit seizoen in Inzell. Maar na een zeldzame nederlaag tegen Bob de Jong in 2012 in Hamar blijft hij op de vijf kilometer internationaal ongeslagen, nu al zes jaar lang. Daarbij zijn tweede olympisch goud in Sotsji. Daarna was hij volgens De Vries „belabberd, de slechtste Sven die ik heb gezien”.

Van TVM en Kemkers naar Lotto-Jumbo en Jac Orie, een nieuwe aanpak. Wat blijft is de vijf kilometer als kurk van zijn succes. Kramer wordt fitter en fitter, vindt in september 2016 een ideale balans tussen training van snelheid en uithoudingsvermogen. Hij is beter dan ooit, wint de WK afstanden 2017 in een officieus wereldrecord laagland: 6.06,82. Dit seizoen is hij in Salt Lake City afwezig als Bloemen zijn wereldrecord breekt. Jammer dan. Hij verliest bij het olympisch kwalificatietoernooi van Bob de Vries. Geen focus.

Die is er wel in de aanloop naar de Spelen. Voorafgaand aan de vijf kilometer vertelt hij dat hij zich weer een „jonge hond” wil voelen, „door een muur” heen wil rijden.

Lees ook: Die cap op en door de muur heen rijden

In de wedstrijd is hij weer vakman on top of his game. Rondjes 28, zoals vooraf gedacht? „29,3 is genoeg”, berekent hij snel. Zware omstandigheden. „Vorig jaar was het min negen graden, nu min vijf.” Hij wint gecontroleerd, voor de Canadese Nederlander Ted-Jan Bloemen en de Noor Sverre Lunde Pedersen. Door een muur heen gereden? „Ik heb geen muur gezien.”

    • Maarten Scholten