Recensie

Gergiev overtuigt met ongelijksoortig tweeluik

Gergiev dirigeerde in Rotterdam een origineel en ongelijksoortig tweeluik. Dutilleux’ Timbres, espace, mouvement klonk fijnbesnaard. In Mahlers Zevende symfonie openbaarde zich een wankele soevereiniteit.

Dirigent Valery Gergiev in 2016. Foto: Andreas Terlaak

Ex-chef Valery Gergiev was terug in Rotterdam voor een origineel samengesteld programma. Twee componisten die hem na aan het hart liggen, Mahler en Dutilleux, hebben allebei een lijntje met een beroemd Nederlands schilderij: Dutilleux liet zich voor Timbres, espace, mouvement (1978/1991) inspireren door Van Goghs Sterrennacht; Mahler vergeleek een deel uit zijn Zevende symfonie met Rembrandts Nachtwacht.

Het ongelijksoortige tweeluik werkte goed, temeer daar de fijnbesnaarde uitvoering van Dutilleux’ kleurenspektakel als een zalvende herinnering onder Mahlers achtbaanrit lag. Alleen al de Interlude voor twaalf cello’s, die Dutilleux later aan Timbres… toevoegde, opende een hele wereld, van grommend woudduister tot glinsteringen aan de nachthemel. In de twee hoofddelen buitelden de fraaie blazerssoli over elkaar heen en klonken de tutti’s magistraal – Dutilleux schrapte violen en altviolen en Gergiev onderstreepte diens gelijk met een diepe orkestrale schittering. De uitvoering zat ook vol kleine geneugtes, zoals het mengen van het hoge register van de contrabassen met het koper.

Mahlers Zevende is een weergaloos stuk, maar heeft ook iets van een soufflé – bij het minste of geringste zakt ze in. Het vreemde, collageachtige slotdeel krijgt meestal de schuld van het ‘vormprobleem’ waaraan de symfonie zou lijden. Maar bij Gergiev strooide juist het openingsdeel zand in de raderen: het basisvolume lag erg hoog, het betoog was te grillig, het hoofdthema in riddergalop miste die fijne jubelende hysterie waarvan je nekharen overeind gaan staan.

De drie middendelen waren goed getroffen: een verdwaasde-alerte sfeer in Nachtmusik I, ernstige parodieën in het Scherzo, dreigend laag en wufte soli in Nachtmusik II. Vervolgens gaf Gergiev de hoesters geen kans en dook meteen de finale in. Chaos en verwarring. Te luid, ongelijk soms, een haperende versnellingsbak en koppige bezetenheid. Van een volmaakte vorm was geen sprake, van overzicht evenmin. En toch ervoer je opeens een wankele soevereiniteit, die volkomen overtuigend was.