Opinie

    • Carolien Roelants

Een kleine geschiedenis van de hoofddoek in Iran

Gaat de verplichte hoofddoek in Iran eraan nu een aantal vrouwen die aan de orde heeft gesteld? Waarschijnlijk niet, schrijft Carolien Roelants.

President Rohani zegt dat de helft van de Iraniërs zelf wil bepalen over een hoofddoek. Foto Atta Kenare/AFP

U heeft gelijk, alweer Iran. Maar de afgelopen weken hebben enkele vrouwen zich ongehoord bloot, namelijk zonder hoofddoek, in de Iraanse straat vertoond. Die zijn opgepakt, want dat mag niet. Vervolgens publiceerde het bureau van president Rohani een onderzoek uit 2014 waaruit bleek dat de helft van de bevolking vindt dat iedere vrouw zélf moet uitmaken of ze een hoofddoek draagt, en niet de regering. Maar hé stop! De president die zo’n peiling vrijgeeft? Hieruit vloeit de vraag voort: zou die verplichting gaan rafelen? Dat zou wat zijn!

Een kleine geschiedenis van de hoofddoek in Iran: die moest in 1936 juist verplicht áf van Reza Shah Pahlavi. Die was nogal onder de indruk van hervormingen in Afghanistan – ja haast ondenkbaar nu! – en in Turkije onder Atatürk. Eerst werden in 1928 de mannen verplicht om een pak met das en hoed te dragen, „zodat westerlingen ons niet meer uitlachen”. Vervolgens moesten eerst de vrouwen van ministers, parlementsleden en ambtenaren hun hoofddoek thuis laten, en daarna iedereen. Daar was veel verzet tegen, van geestelijken maar ook uit de bevolking.

Tijdens de islamitische revolutie – het proces na de val van Reza’s zoon Mohammed Reza in 1979 – droegen betoogsters uit de min of meer seculiere middenklasse vaak een hoofddoek om hun afkeer van het Westen als rolmodel te laten zien en hun Perzische identiteit te onderstrepen. Ach die identiteit… En daar kregen ze veel spijt van. De conservatieve geestelijkheid kaapte de revolutie. Eerst werd verhullende kleding geadviseerd, maar in 1983 werd het advies een bevel.

In die vurige eerste jaren na de revolutie werd nogal veel verboden wat als on-islamitisch gold: schaken, muziek, het Iraanse nieuwjaar. Maar tegenwoordig kan je zelfs wel eens zangeressen op het podium tegenkomen, alleen de hoofddoek bleef. Een Iraanse advocate legde me jaren geleden uit dat zo’n beetje iedereen wilde schaken, muziek maken en nieuwjaar vieren. Dus die verboden hielden niet lang stand. Alleen gold die eenstemmigheid niet de hoofddoek: mannen interesseerde het niet, en de vrouwen waren verdeeld.

Destijds werd scherp toegezien op naleving van de islamitische regels: niet alleen hoofddoek, maar ook vormloze kleding, en geen make-up. Het gerucht ging dat vrijwilligsters met scheermesjes lipstick verwijderden. Of dat echt waar is, weet ik niet. Er gingen nogal veel geruchten toen.

Zoals u wel weet als u in Iran bent geweest hebben de tijd en de straat zoals gewoonlijk hun werk gedaan, en is bij veel vrouwen letterlijk weinig over van die islamitisch goedgekeurde kledij. De jassen zijn jasjes, tot halverwege de bil, met strakke ceintuur om het slanke middel te accentueren. Mijn donkere hoofddoeken van de jaren tachtig zijn nu rood-met-witte stippen en zachtgroengeel met sterretjes.

Terug naar het begin. Doorgaans houden autoriteiten vol dat alle burgers het hartgrondig met het heersende regime eens zijn. Dus waarom gaf de president dat onderzoek vrij? Ik denk om weer wat steun terug te winnen die hij en het islamitische systeem in de economische malaise geleidelijk gevaarlijk ver zijn kwijt geraakt. Rohani gaat voor een Iraanse leider vaak vér in zijn pleidooien voor grotere sociale vrijheid – een aardige vond ik in 2014 dat „je de mensen niet met een zweep naar de hemel kan jagen”. Maar het bleef tot dusverre bij woorden, en ik vrees dat dat ook nu zo zal zijn. Want wat is er op haar 39ste verjaardag nog over van de islamitische republiek als je de hoofddoek wegdenkt?

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.
    • Carolien Roelants