De ondermaatse verhuurpraktijken van een VVD-Kamerlid

Vastgoedeigenaar Wybren van Haga is Kamerlid voor de VVD en eigenaar van panden in Haarlem en Amsterdam. Als woningverhuurder heeft hij een discutabele reputatie. Zijn partij is een integriteitsonderzoek begonnen. Gaat hij over de schreef?

Panden van Wybren van Haga in de Amsterdamse Kinkerstraat. Foto’s NRC

Serdar Oba moest kiezen in mei 2013. Of hij kon zijn biezen pakken, met zijn vrouw en twee kinderen, óf hij bleef in zijn huurwoning in de Amsterdamse Kinkerstraat, waar hij toen al drie jaar woonde. Maar dan zou de huur wel met 60 procent omhoog gaan, van 700 naar 1.100 euro per maand.

Nu roert Oba melk door zijn koffie in de winkel van zijn buurman. Hij werd depressief, vertelt hij, „zo bang was ik dat ik met mijn gezin op straat zou belanden”. Hij gebruikt nog medicijnen en zit sinds twee jaar zonder werk. Maar Oba woont nog wél in zijn sociale huurwoning.

Hij haalde zijn gelijk bij de huurcommissie. Die oordeelde in 2015 dat hij vóór de aangekondigde huurverhoging al zo’n 70 euro per maand te veel betaalde.

Oba huurt van Sjopperdepop, een bedrijf van Wybren van Haga. Van Haga was nummer 41 op de kandidatenlijst van de VVD tijdens de verkiezingen in maart vorig jaar. In oktober kwam hij in de Tweede Kamer nadat partijgenoten waren doorgeschoven naar het kabinet. Daarvoor was hij zeven jaar raadslid in Haarlem en ingenieur voor Shell.

Van Haga is ook vastgoedbelegger. Sinds 1992 heeft hij een portfolio opgebouwd van 90 woningen en 46 winkels. Het meeste van zijn vastgoed staat in Amsterdam: 56 woningen en 21 winkels. De waarde van het vastgoed van Sjopperdepop is meer dan 17 miljoen euro, blijkt uit de jaarrekening over 2016.

In de hoofdstad liggen vastgoedbeleggers onder vuur. Op 16 januari was er nog een hoorzitting over in de raad. „Het gaat niet om hoeveel beleggers er zijn of hoeveel panden ze hebben, maar hoe ze zich gedragen”, zei Edwin Buitelaar, die als bijzonder hoogleraar land and real estate development aan de Universiteit Utrecht als expert bij de hoorzitting optrad. „Het is een aanbiedersmarkt. Dan is het makkelijker als verhuurder je huurders slecht te behandelen”, zegt hij. „Het vergt extra inspanning van de gemeente om de aanbieders in het gareel te houden.”

Aanvaring

Ook Van Haga is geregeld in aanvaring gekomen met huurders en instanties, blijkt uit gesprekken die NRC voerde met meer dan twintig (oud-)huurders van de VVD’er. Bijna allemaal willen ze niet met hun naam in de krant uit angst op straat gezet te worden. Momenteel loopt er een integriteitsonderzoek van de VVD naar het Kamerlid, nadat Het Parool in december schreef dat hij de huurregels overtreedt.

Ondanks het feit dat Van Haga zich heeft laten uitschrijven als bestuurder van al zijn vastgoedbedrijfjes toen hij Kamerlid werd, is hij nog altijd persoonlijk betrokken bij de gang van zaken.

Bij het Meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag (MOV) in Amsterdam, dat gefinancierd wordt door de gemeente en woningcorporaties, is de VVD’er een oude bekende; de eerste klacht over hem stamt uit 2003. „Als we de naam Sjopperdepop tegenkomen in een klacht denken we: oh, daar hebben we Wybren weer”, zegt MOV-consulent Gert Jan Bakker.

De voorbeelden zijn legio: in 2007 verbiedt Van Haga, volgens een klacht bij het MOV, een huurder contact op te nemen met de huurcommissie, terwijl hij haar woning volgens het puntensysteem in de sociale sector voor 170 euro per maand te veel verhuurt. Van een ander pand laat hij in 2012 het balkon slopen voor een renovatie, terwijl de huurders bezwaar hadden gemaakt. „Ik lag thuis in bed toen ik plots een hoop kabaal hoorde”, vertelt de huurder. „De kattenbak was samen met het complete balkon verdwenen.”

Het voorval met Oba staat evenmin op zichzelf. In 2016 doet Van Haga bij een andere huurder hetzelfde: hij verhoogt de huur van 600 naar 1.000 euro. Ook ditmaal vangt hij bot bij de huurcommissie.

Van Haga zegt zich in een reactie van geen kwaad bewust te zijn. In beide gevallen, zegt hij tegen NRC, gaat het om huurders die misbruik hebben gemaakt van hun huurrechten. Zo zou Oba, een oud-werknemer van Van Haga, volgens afspraak na één jaar vertrekken uit de woning, waarna die geliberaliseerd zou worden. „De oorspronkelijke afspraak die ik met hem heb gemaakt was legitiem maar wellicht wat naïef”, zegt Van Haga.

Maar Oba stapte naar de huurcommissie, aldus Van Haga, nadat hij hem een huur conform tarieven in de vrije sector voorstelde. „Dat was de dank voor een baan en woning”, zegt hij. Dat Oba in 2013 al bijna drie jaar in de woning zat, kan het Kamerlid zich niet herinneren.

‘Schuld van de gemeente’

Van Haga schuift de schuld vaker op anderen af. Zoals op de gemeente Amsterdam. Die heeft in zijn ogen de problemen waarmee hij nu kampt veroorzaakt. Het Kamerlid doelt op de hoofdstedelijke regels voor het verhuren van woningen, die sinds 1 januari 2017 zijn veranderd. De verhuur aan drie of meer personen zonder relatie of familieband mag alleen nog met een vergunning voor kamerverhuur, en daarvoor moet het pand een gemeenschappelijke ruimte en kamers met geluidsisolatie hebben. De boetes als hierin niet voorzien is, kunnen 6.000 tot 20.500 euro bedragen.

Er zijn naar schatting 7.600 adressen in Amsterdam die vergunningplichtig zijn. Omdat controles tijdrovend en te duur zijn, onderzoekt de gemeente alleen adressen als er bijvoorbeeld een klacht is over overlast of als het vermoeden bestaat dat in een complex op grote schaal aan kamerverhuur gedaan wordt.

Van Haga heeft zeker zes adressen met meer dan twee huurders, maar hij onderneemt de eerste zeven maanden van 2017 niets. Hij rekent erop dat de gemeente zijn adressen niet zal controleren. Pas als hij naar eigen zeggen in september vorig jaar boetes ziet die niet „op grond van overlast” aan andere verhuurders zijn opgelegd, komt hij in actie. Hij weigert de boetes te tonen, omdat ze „in vertrouwen” verkregen zijn.

Van Haga neemt voorzorgsmaatregelen. Hij stuurt huurders van zes adressen in de tweede week van september het bericht dat hij de huurovereenkomst opzegt. Dat is een week nadat bekend is geworden dat het nieuwe kabinet-Rutte zes VVD-ministers zal krijgen en de kans dus groot is dat Van Haga een Kamerzetel krijgt.

Van Haga zegt in zijn e-mails dat hij eventuele boetes zal verhalen op de huurders die niet meewerken. „Boetes, opgelegd aan de verhuurder kunnen een op een worden doorbelast aan de huurder,” schrijft hij een van hen in januari. „Bij eventuele boetes zijn dus [...] jij en ik de sigaar”, mailt hij een ander.

Boetes verhalen op de huurders mag helemaal niet, stelt de gemeente. „Als woningeigenaar ben je verantwoordelijk en moet je je aan de regels houden”, zegt de woordvoerder van verantwoordelijk wethouder Laurens Ivens (wonen, SP). „Problemen zijn voor de pandeigenaar.”

Van Haga schuift die reactie van tafel. Als huurders niet meewerken, zegt hij, dan zal volgens zijn advocaat de rechter toestaan boetes op huurders te verhalen. Uit correspondentie van huurders met Van Haga blijkt echter dat ze „bereid zijn mee te denken bij het vinden van een oplossing”, zoals een van hen schrijft.

Evert Baart, huurjurist bij Van Diepen Van der Kroef advocaten in Amsterdam, acht het bovendien „onwaarschijnlijk” dat verhuurders boetes kunnen verhalen op hun huurders. „De verantwoordelijkheid voor een vergunning ligt bij de verhuurder.”

Ook zegt Van Haga weliswaar contracten op om problemen te voorkomen, maar tegelijkertijd ontkent hij kamers te verhuren. „In alle gevallen ging het om de verhuur van grote zelfstandige woningen”, zegt hij, daarbij doelend op woningen die niet vergunningsplichtig zijn. Hij zegt panden te verhuren aan één of meer hoofdhuurders, die op hun beurt toestemming krijgen de woning onder te verhuren. Voor deze vorm van inwoning, waarbij maximaal twee onderhuurders zijn toegestaan, is geen vergunning nodig. De constructie is helemaal volgens de letter van de wet, zegt huurjurist Baart, terwijl het in feite hetzelfde is als kamerverhuur. „Maar het zal nooit de opzet geweest zijn dat deze regels zo worden gebruikt.”

Van Haga kan zo ontkennen dat hij wist hoeveel mensen er in zijn panden woonden. „In sommige gevallen was ik daar inderdaad van op de hoogte. In de meeste gevallen niet. In alle bekende gevallen ging het om situaties die niet in strijd waren met de wet”, zegt hij. Ergo: van de panden die in overtreding waren wist hij niet hoeveel huurders er woonden, en dus is de overtreding hun schuld.

Onderhuurders kunnen hiertegen weinig doen, omdat ze vaak geen contract hebben. Hebben ze dat wel, dan geldt er een proeftijd van negen maanden waarin ze geen huurrechten opbouwen. Hoogleraar Buitelaar noemt zo’n constructie om die redenen „in algemene zin immoreel”.

Samenlevingscontracten

De huuropzeggingen van Van Haga leiden tot onrust onder zijn huurders. „Ik kreeg een soort paniekaanval nadat we zijn brief kregen”, zegt één huurder. „Ik kon nachten niet slapen.” De meeste huurders protesteren: bij het MOV zijn „een stuk of zes” klachten binnengekomen, zegt Bakker.

Enkele huurders hebben onder druk van het Kamerlid eieren voor hun geld gekozen en zijn verhuisd. Van Haga wil de leeggekomen panden verbouwen, en alsnog een vergunning voor kamerverhuur aanvragen. Met huurders van zeker drie adressen is Van Haga nog in gesprek. Sinds oktober is hij geen bestuurder meer van zijn bedrijfjes, maar hij voert de onderhandelingen zelf, blijkt uit e-mails uit november en januari.

Inzet van de gesprekken zijn opties voor de huurders, zoals vervangende woonruimte. Volgens de gemeente moeten verhuurders dat aanbieden als een woning niet in aanmerking komt voor een vergunning. Contracten opzeggen mag in ieder geval niet, aldus de gemeente.

Huurders van zeker twee adressen zeggen echter dat Van Haga het alleen wil hebben over hun vertrekdatum. Bij twee adressen heeft hij geopperd dat huurders een samenlevingscontract aangaan. Van Haga zelf zegt alleen onder specifieke voorwaarden vervangende woonruimte te willen bieden, omdat er „heel weinig vervangende woonruimte beschikbaar” is.

Niet vlekkeloos

Van Haga’s omgang met zijn huurders heeft sporen nagelaten. Huurders van vijf verschillende adressen zeggen alleen nog contact op te nemen met Van Haga of Sjopperdepop als het écht noodzakelijk is. „We repareren kleine dingen meestal zelf”, zegt er een. „We willen zo min mogelijk contact met hem of Sjopperdepop hebben.” Een ander zegt „heel terughoudend” te zijn met het melden van problemen. „We lossen het zelf wel op, dan voorkomen we contact.”

Het is „op zijn zachtst gezegd niet netjes” dat verhuurders dergelijke situaties laten ontstaan, reageert woordvoerder Marcel Trip van huurdersvereniging de Woonbond. „Je zet huurders voor een groot probleem, terwijl je zelf een uitvlucht zoekt.”

Het Kamerlid ontkent dat hij iets misdaan heeft, en zegt „proactief alles in het werk [te hebben] gesteld om aan de nieuwe regels te voldoen”. Om te laten zien dat hij niet alleen staat, wijst Van Haga op het plan van de Amsterdamse VVD- en D66-fracties voor een generaal pardon voor alle panden waar sinds begin 2017 een illegale situatie is ontstaan. Dat plan werd in december, vlak nadat Van Haga in opspraak kwam, gelanceerd.

Zelfs als hij geen regels heeft overtreden, gaat het verhuurgedrag van Van Haga „over de grens van het betamelijke heen”, zegt consulent Bakker van het MOV. Hij noemt de VVD’er „een huisjesmelker”. Bakker: „Hij stelt rendement boven de mensen aan wie hij verhuurt.”

Tekening Kamagurka