Aurelia Brouwers twee weken voor haar dood (links) en met vrienden Sjoukje Willering en Toon Krijthe tijdens Kerst 2017 (rechts). Onder: whiteboard waarop zij de dagen tot haar sterfdag weg streepte. Foto’s links /onder Ronald Hissink

Voor Aurelia was het leven een marteling

Necrologie

Aurelia Brouwers (1988-2018) kampte jaren met geestelijke problemen. Ze oogstte respect én woede met haar openlijke euthanasiewens.

Het was een wat kleurloos verkiezingsdebat, vorig jaar maart in Zwolle. Politici spraken anderhalf uur lang over integratie, vluchtelingen, arbeid en zorg. Tot een jonge vrouw het woord nam. Ze zei dat ze psychiatrisch patiënt was. En dat het in de psychiatrische zorg „heel erg mis gaat”. Wisten de sprekers dat wel?

Schrijver Özcan Akyol, die het debat leidde, vroeg of ze een voorbeeld kon geven. De vrouw vertelde dat zij onlangs uren onderkoeld in een bos had gelegen. „Ik wist niet meer wie ik was, hoe oud ik was en hoe ik heette.” Een ambulance had haar naar het politiebureau gebracht, maar de crisisdienst stuurde haar nog diezelfde avond naar huis. „Wegens bezuinigingen.”

De vrouw was Aurelia Brouwers. Twee weken geleden kreeg ze euthanasie wegens ondraaglijk psychisch lijden – iets wat relatief weinig voorkomt. Van de 6.091 mensen die in 2016 euthanasie kregen, hadden zestig een psychiatrische achtergrond, volgens de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie.

Aurelia genoot landelijke bekendheid omdat zij via sociale media openhartig schreef over haar euthanasiewens. Daarmee oogstte zij respect én woede. Aurelia was een voortrekker in de mondiale euthanasiebeweging, maar zij werd ook geconfronteerd met een petitie, ondertekend door tienduizend mensen, om haar van euthanasie te weerhouden.

Door haar persoonlijke benadering van een gevoelig thema werden mensen aan het denken gezet, zegt Bart Bouwman, voorzitter van het CDJA in Overijssel. Aurelia woonde in Deventer en was actief CDA-lid. Ze bezocht partijbijeenkomsten – vaak in groene CDA-shawl. Bouwman: „Daar deelde zij haar ideeën over hulpverlening en euthanasie. Maar nooit op een drammerige manier. Door over zichzelf te vertellen, maakte ze problemen bespreekbaar. Het werd niet politiek.”

In Het meisje met de schaar. Dagboek van een krasser (2011) vertelt Aurelia haar levensverhaal. Ze werd geboren in een gezin met lieve ouders, die haar „een stabiele basis” gaven. „Ik was een vrolijk kind, slim volgens iedereen en erg levendig”, schrijft ze. De geestelijke problemen die ze vanaf haar veertiende ontwikkelde, kwamen voor velen als een schok.

Aurelia was nog een baby toen ze met haar ouders naar Duitsland verhuisde. De sfeer onder kinderen op school daar was hard. Als hoogsensitief en invoelend kind – haar woorden – leed ze daaronder. Ze piekerde veel, schrijft ze. „Ik begin na te denken over alle mensen die op een gruwelijke manier zijn vermoord in de oorlog. De joden in de Tweede Wereldoorlog, mensen in de Vietnamoorlog en de vrij recente oorlog in de Balkan. In mijn gedachtes voel ik de angst van slachtoffers. Ik rijd mee in de treinen naar Auschwitz en sterf in de gaskamers.”

Ook haar perfectionisme en geldingsdrang zaten Aurelia in de weg. Als ze een taak niet uitmuntend uitvoerde, stelde ze voor haar gevoel niets voor. „Ik strafte mezelf al op jonge leeftijd”, schrijft ze. „Dat deed ik door mezelf dingen te ontzeggen die ik graag wilde. Als ik bijvoorbeeld zin had in cola, nam ik expres geen cola. Had ik zin om met poppen te spelen, dan pakte ik een boek.”

Belangrijk lijkt de dag dat Aurelia naar een gesprek over de dood luistert, tussen haar ouders en een paar vrienden. Ze is dertien en raakt bevangen door angst, schrijft ze in haar boek. „Wat heeft het leven nog voor zin als we toch allemaal doodgaan, als ons lichaam vergaat tot as en onze ziel voor altijd is verdwenen? Ik word bang voor het einde, elke seconde beangstigt me, want elke seconde betekent weer een seconde dichter bij de dood.”

Eenmaal terug in Nederland gaat Aurelia naar het Isendoorn College in Warnsveld. Ze is vijftien als haar mentor haar ouders uitnodigt voor een gesprek en aanraadt hulp te zoeken voor hun dochter. Met moeite haalt ze haar vwo-diploma.

In de jaren die volgen zal ze vele zelfmoordpogingen doen. Ze krijgt onder meer de diagnoses borderline, complexe en chronische posttraumatische stressstoornis, hechtingsproblematiek, obsessief-compulsieve stoornis en angststoornis. Het leidt tot een lange reeks behandelingen en medicamenten, waaronder beeldende therapie, groepstherapie, antidepressiva en antipsychotica. Zonder noemenswaardig resultaat.

Aurelia was kwetsbaar, zegt goede vriend Toon Krijthe. Hij typeert haar als „iemand die wel wat positieve aandacht kon gebruiken”. Maar Aurelia was volgens hem ook een krachtige vrouw met doorzettingsvermogen. Dat blijkt niet alleen uit haar optredens bij politieke bijeenkomsten, maar ook uit het feit dat ze het leven zo lang heeft vol gehouden. „Aurelia heeft altijd geroepen dat ze de 25 nooit zou halen. Toch is ze 29 geworden.”

Voor Aurelia was het leven een marteling, zegt Krijthe. Ze sleepte zich door ieder uur. En tegelijkertijd was ze „vreselijk creatief”. Aurelia schreef, breide en haakte. „Bij het leeghalen van haar huis zijn we even lang bezig geweest met de hobbykamer als de rest. Ik heb weleens tegen haar gezegd: eigenlijk heb je geen tijd om dood te gaan.”

Maar de meeste tijd stak Aurelia volgens Krijthe in haar missie: euthanasie voor mensen met psychische problemen bespreekbaar maken. Dat is een groot taboe, merkte hij tijdens hun twaalf jaar lange vriendschap. „Zeker als je jong bent. Jonge mensen horen gevoelsmatig niet dood te gaan.”

Dat maakte het niet makkelijk de euthanasie bij te wonen. Maar hij deed het toch, zegt Krijthe, want hij voelde dat zijn goede vriendin in een uitzichtloze situatie zat. „Aurelia wilde niet zozeer dood, ze wilde dat het lijden zou stoppen. Ze had alles geprobeerd. Geen behandeling hielp. Dat besef maakte het draaglijk afscheid van haar te nemen.”

Vorig jaar meldde Aurelia zich aan bij de Levenseindekliniek. Die gaf – samen met een onafhankelijke psychiater – begin december toestemming voor euthanasie. Een paar weken later volgde het akkoord van de SCEN-arts (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland).

Vanaf dat moment streepte Aurelia op een whiteboard de dagen weg. Bij haar geplande sterfdag – 26 januari – stond in grote letters ‘euthanasie’, met een smiley erachter. „Dat was typisch Aurelia”, zegt Krijthe. „Ondanks alles een gevoel voor humor hebben en dat als houvast gebruiken.”

Praten over zelfdoding kan bij hulp- en preventielijn ‘Zelfmoord? Praat erover’. Telefoon 0900-0113 of www.113.nl
    • Danielle Pinedo