Opinie

    • Maarten Schinkel

Met de handrem op red je de euro niet

Een Europese minister van Financiën, een Europees Monetair Fonds, een speciaal parlement voor de landen van de euro, een gemeenschappelijke staatslening (of een vorm daarvan): Europa wemelt van de ideeën om de euro beter bestand te maken tegen een volgende crisis. Komt er een stroomversnelling?

Deze week zag de totstandkoming van Merkel IV, de Duitse coalitie van CDU/CSU en SPD. Daarmee kan de Duits-Franse tandem weer gaan rijden. Als het aan de Franse president Macron ligt, is weinig onbespreekbaar. Of dat nu ook voor Duitsland geldt is de vraag: het regeerakkoord ten spijt, mag niet automatisch een eurorevolutie worden verwacht in Berlijn.

De week zag ook een symposium bij de Raad van State naar aanleiding van een door de Raad opgesteld rapport met opties voor de toekomst van de euro dat de raad eind vorig jaar opstelde. Daar beten de aanwezige Kamerleden zich vooral vast in het naleven van de bestaande (begrotings)afspraken door andere eurolanden: hou je eerst maar eens aan de regels, dan praten we verder.

Donderdag dienden CDA-Kamerlid Omtzigt (CDA), Bruins (ChristenUnie) en Hennis (VVD) een motie in waarin de regering wordt opgeroepen de Kamer jaarlijks een overzicht te geven van de risico’s in het bankenstelsel, de overheidsschulden en het ruime monetaire beleid van de ECB. Het kabinet wordt opgeroepen „geen onomkeerbare stappen tot risicodeling te nemen voordat het parlement de mening deelt dat die risico’s voldoende gereduceerd zijn”.

Losse samenvatting: doe geen gekke dingen in Brussel als wij er niet bij zijn. En dat afkomstig van drie regeringspartijen, die hun eigen kabinet dus goed in de gaten willen houden. Volgende week wordt op dinsdag over de motie gestemd. In de geest lijkt dit op de manier waarop de Bondsdag in Duitsland in veel eurodossiers eveneens het laatste woord heeft bedongen, vaak via de band van de grondwettelijke toetsing bij het Hof in Karlsruhe. Die weg kennen we hier niet.

Het parlementaire wantrouwen is begrijpelijk na de eurocrisis, en weerspiegelt de scepsis bij een groot deel van het Nederlandse electoraat. Het blijft een schande dat één van Europa’s belangrijkste projecten bij aanvang in 1999 zó slecht was vormgegeven dat de euro tijdens de crisis bijna de hele Unie uiteenscheurde.

Maar komt hameren op het uitvoeren van de bestaande arrangementen, waaronder de begrotingsdiscipline, niet grotendeels neer op het accepteren van de euro zoals hij ontworpen was? Ook met méér discipline zou de munt in problemen zijn gekomen, bijvoorbeeld omdat overheden door hun banken de diepte in werden gesleept.

Zo kun je achteruit, of vooruit met euro. Maar je kunt niet stil blijven staan. Nu is er, bijvoorbeeld met de bankenunie en het ESM, al het een en ander gebeurd. Maar dat is nog lang niet af. Bedenk dat we nu in een sweet spot zitten: een economische hoogconjunctuur met kunstmatig lage rentes. De euro is nog steeds in crisis, maar we merken het nu even niet. Dit is dan ook de tijd om diepgaande maatregelen rond de architectuur van de munt te overwegen. Veel beter dan nu worden de omstandigheden niet.

Marike Stellinga is afwezig.
    • Maarten Schinkel