Opinie

    • Caroline de Gruyter

Het nieuwe oorlogvoeren

In Wenen is laatst, na jaren renovatie, het Weltmuseum voor etnografie heropend. Een prachtige collectie, in de keizerlijke Hofburg. Die bevat objecten die de Habsburgse kroonprins Frans Ferdinand tijdens zijn wereldreizen kocht, toen verre landen nog verre landen waren: indianentooien, kookpotten enzovoort (de keizer stuurde Frans Ferdinand op reis, want hij kon hem niet uitstaan). Maar bij de opening ontstond een rel: in een vitrine lag een geprepareerde mensenkop! Dit was een trofee van Braziliaanse koppensnellers. Er zat een nieuw kaartje bij, met postkoloniale uitleg. Niettemin eisten sommigen dat het „kwetsende” ding werd weggehaald.

Dat mislukte. Maar ook elders in Europa is men druk met gekwetste identiteit. Den Haag was weken zoet met Johan Maurits van Nassau. Nu worden nieuwe definities van ‘racisme’ verkend. De Fransen zwelgen in #metoo. Een school in Berlijn schildert een muur over omdat sommigen het romantische gedicht erop „seksistisch” vinden. Een museum in Manchester verbant een pre-Victoriaans schilderij met badende nimfen naar de kelder.

Misschien is het ook interessant om te weten waar de rest van de wereld zich momenteel in bekwaamt: in de techniek van het nieuwe oorlogvoeren. Nieuwe oorlogen zien er namelijk anders uit, in een wereld waarin landen, regio’s en steden met elkaar verknoopt zijn. Omdat niemand zonder mondiale geldstromen of energievoorziening kan – zelfs Brexiteers niet – draait iedereen mee in dit systeem van ‘interconnectedness’. De kunst is nu dat je elkaar daarbinnen naar het leven staat. Door elkaars media en publieke opinie met leugens en spin te manipuleren. Door overheidsbestanden te hacken, bedrijven te bespioneren, buitenlandse politici op je payroll te zetten. Iedereen is als het ware aanwezig in het vijandelijke kamp. De truc is om van binnenuit de krachten van de ander te verzwakken. Rusland en China spelen dit spel met verve.

De Russische marine, bijvoorbeeld, wordt steeds dominanter in de Oostzee. Idem dito in de Barentszee. Mocht het ooit nodig zijn, dan komt de NAVO er nauwelijks meer door. Daarbij: op de bodem liggen, onbeschermd, internetkabels die de hele wereld gebruikt voor elektronische communicatie en handel. Op de Balkan is Rusland met culturele initiatieven, noodhulp, smeergeld en milities bezig te voorkomen dat EU-kandidaatlanden echt lid worden. Door mediacampagnes geloven veel Serviërs dat Rusland hen meer geld geeft dan de EU – terwijl Brussel vele malen genereuzer is. Als hoofdrolspeler in Syrië controleert Rusland vluchtelingenstromen richting Europa. Door militair en financieel zwaar te investeren in de Libische generaal Haftar op een moment dat de VS het laten afweten, eigent het zich dadelijk ook controle over migratie uit Afrika toe.

China koopt bedrijven en bouwt die met Europese fusies en overnames kalmpjes uit. Chinese bedrijven zijn al dominant in de nucleaire afvalverwerking in Europa. Ze kopen ook havens in Europa, strategische sites waar je in de VS zelfs als onderaannemer niet in de buurt komt. In het ‘16 + 1’-project bouwt China infrastructuur in Oost- en Midden-Europa. Steeds vaker hoor je dat politici daar voor Chinese bedrijven werken. Natuurlijk is dit politiek. Sinds Griekenland en Hongarije op verzoek van China de EU beletten om bij de Verenigde Naties mensenrechtenschendingen te veroordelen (men zegt dat ze tijdens de vergadering aan de telefoon over compromisteksten onderhandelden met Chinezen), gaan er in Brussel alarmbellen af.

Dit soort disruption zit niet in de Europese gereedschapskist. Dat maakt het moeilijk om op deze nieuwe oorlogvoering te reageren. We houden de Balkan lidmaatschap voor, als verre wortel. We gaan overnames in gevoelige sectoren screenen. Maar het lastigste is dat je voor alles unanimiteit nodig hebt. Alle neuzen in Europa één kant op: ‘Dit moet er gebeuren.’ Niet eenvoudig, als mensen elkaar al naar het leven staan om een paar dichtregels en badende nimfen.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter