Opinie

    • Hugo Camps

Drones

De opening van de Winterspelen in Pyeongchang was met een akelige perfectie geregisseerd. Het werd een feest van hoogtechnologische snuisterijen, tot het ontsteken van de olympische vlam toe. Een mix van traditie en futurisme. Zelfs drones zorgden voor een verlicht ballet in de lucht. Af en toe moest ik aan de ijzers in een schuurtje denken. Aan hun ronding en kromming die nog met de hand worden geperfectioneerd. Een ambachtelijkheid die als geheim wordt meegedragen door schaatser en materiaalman.

Handwerk.

De openingsceremonie deed me meer aan Samsung dan aan bobsleeën denken. Maar dat heb je tegenwoordig met alle Olympische Spelen. Ze zijn een etalage voor innovatieve snufjes van rubber en textiel. Zelfs de haarbanden lichten op in neonlicht. Commercie … Und kein Ende. Er is geen weg terug.

IOC-voorzitter Thomas Bach had het daar in zijn toespraak natuurlijk niet over. Te plat voor een olympische bobo. Hij zocht het in de ethische hoek: verbinding, vrede, sportiviteit. Verbinding was een inkoppertje nu Zuid- en Noord-Korea samen optrokken onder één vlag. Een handvol Noord-Koreaanse sporters zwaaide mee alsof ze het paradijs naderden. De verslaggever van de NOS vond het mooi en ontroerend. „Een historisch moment.” Ik vrees dat het eerder bij een toneelstukje zal blijven en dat die zogenaamde verbinding binnen de kortste keren wegrafelt in losse eindjes. Het IOC is zowel ethisch als politiek een bollenwinkel. Betrouwbaarheid staat niet in het charter.

De vraag die Nederlanders zich stellen is of onze uitgestuurde sporters de medailleoogst van Sotsji zullen evenaren. Nederland was in 2014 goed voor acht keer goud, zeven keer zilver en negen keer brons. Daarvan 23 schaatsmedailles. Chef de mission Jeroen Bijl is minder schrokkerig. Hij zou perfect kunnen leven met een medaille of vijftien. Nederland heeft – o charme – niet eens een ijshockeyteam. Een manco dat wraakroepend is in een land waar nogal wat mannen als boomstammen geboren worden. IJshockey is het prachtige sluitstuk van alle Winterspelen. En dat laten wij links liggen.

Belangrijker dan het aantal medailles is de status van de winnaars. Ireen Wüst kan zaterdag op de 3 kilometer haar negende medaille binnenhalen, liefst goud. Zij is al jaren onze ijskoningin. Ireen heeft een aparte uitstraling, anders dan Yvonne van Gennip destijds. Introverter. Maar haar slagen zijn van een grote schoonheid en efficiëntie en haar bochtenwerk is gewoon kunst. Het lijkt alsof ze op een geheime kracht schaatst. Voor de wedstrijd ziet ze er altijd wat grieperig, misschien wel verdrietig uit. Eens op het ijs gloeit ze van genot, verzuring of niet.

Verwacht mag worden dat Sven Kramer en Sjinkie Knegt onklopbaar zijn in hun disciplines. Beiden zijn superieur aan de concurrentie. Maar deze Winterspelen worden wel gehouden in het land waar shorttrack religie is. Het blijft dus uitkijken voor Sjinkie, al heeft hij een gouden materiaalman in dienst die de messen op meerdere manieren kan prepareren. Aan de begeleiding zal het niet liggen.

Guus Hiddink is ook in Pyeongchang. De oud-bondscoach is nog steeds een godheid in Zuid-Korea. Hij zag er fit en blijmoedig uit. Zolang hij in Pyeongchang in de buurt van de Nederlandse kolonie blijft, krijgt heimwee geen kans. Guus spreekt de taal van jongens en meisjes die de slappe lach krijgen van drones boven hun hoofd. De stilte van de waterkant is hun habitat.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.
    • Hugo Camps