Verkoop dreigt voor Pianola Museum: ‘Unieke collectie is straks weg’

Talk of the Town

De gemeente Amsterdam verkoopt panden om schuld af te lossen. Zo ook het Pianola Museum, dat vreest voor de collectie automatische piano’s. „Red ons!”

Het Pianola Museum in de Westerstraat zal, als het aan de gemeente Amsterdam ligt, worden verkocht. Foto Sinaya Wolfert

Alsof de tijd heeft stilgestaan. Dat cliché dringt zich op bij binnenkomst in het Pianola Museum. Aan het plafond van de foyer hangen ouderwetse oranje lampen met lange franjes, aan de muur borduurwerken met tegeltjeswijsheden, in de hoek staat een zwart kolenkacheltje met een ijzeren pan erop. In de aansluitende zaal staan twintig automatische piano’s, allemaal van voor de Tweede Wereldoorlog, maar eigenlijk lijkt alles in dit museum nog uit die tijd.

Koffie? Mede-oprichter Kasper Janse (66) zet het filterapparaat vast aan. De suiker zit in een delftsblauwe pot, staand in een rij van soortgelijke potten bestemd voor – het staat er in blokletters op geschilderd – kaneel, foelie, en rijst.

Maar de tijd staat niet stil: het gebouw van het Pianola Museum, een voormalig politiebureau aan de Westerstraat, staat op de lijst van panden die de gemeente wil verkopen. Janse huurt het museum – en zijn eigen sociale huurwoning erboven – al vijfentwintig jaar, en weet zeker dat hij zijn plek zal moeten verlaten als het pand straks naar de hoogste bieder gaat. Voor het museum betaalt hij 1.800 euro per maand, en met 6.000 bezoekers per jaar kan hij veel meer ook niet betalen. Het Pianola Museum is drie dagen per week geopend en draait volledig op vrijwilligers. Janse kan zijn eigen huurwoning nog net aanhouden, zegt hij. „Er gaat twee derde van mijn AOW in zitten, van de rest moet ik rondkomen”.

De geplande verkoop van het museum is onderdeel van een groot project van de gemeente, dat met de verkoop van zo’n 150 panden 250 miljoen euro wil ophalen om gemeentelijke schulden af te lossen. „Bij panden met een culturele bestemming kijken we of die onze beleidsdoelen dienen”, zegt de woordvoerder van wethouder Simone Kukenheim (Kunst en Cultuur, D66).

Cultureel erfgoed

Die doelen zijn, kortweg: cultuureducatie, ruimte bieden voor broedplaatsen en internationalisering. Ateliers passen wel binnen dat beleid: kunstenaars krijgen een nieuw atelier toegewezen als hun pand moet worden verkocht.

Maar het Pianola Museum is een particulier initiatief, waar de gemeente eigenlijk niets mee te maken heeft: Janse heeft het in 1981 zelf opgericht, subsidie heeft hij nagenoeg nooit gekregen. Op die manier kan in principe iedereen een museum in zijn eigen woning beginnen. „Dat wil niet zeggen dat het niet interessant is, maar het strookt niet met ons beleid”, aldus de woordvoerder.

Janse ziet dat anders. „De pianola’s zijn cultureel erfgoed”, zegt hij. Oké, niet officieel, „op die lijst staan alleen beroemde topstukken”, maar zijn collectie is toch „een unieke verzameling van omgebouwde, half-automatische en volautomatische piano’s”. Als dat niet beschermd wordt, zegt Janse, is het straks gewoon weg. Hij schuift ondertussen een voorzetapparaat – „een uitvinding van voor 1900” – voor een van de Steinway-vleugels, en gaat erachter zitten om op de pedalen te trappen. De piano begint automatisch te spelen. „Een foxtrot uit de jaren twintig.” Met zijn hoofd deint Janse heel licht mee op de muziek.

Toen Janse eind december de brief kreeg over de geplande verkoop van zijn pand, is hij samen met Yvo Verschoor – sinds een jaar parttime directeur, vanaf de start van de samenwerking met het Geelvinck Muziek Museum in Zutphen – meteen een petitie gestart. Die is inmiddels door ruim 18.000 mensen ondertekend. „En niet de minsten”, volgens Janse. „Componisten, pianisten, docenten op conservatoria.” Naar aanleiding van die ophef staat de verkoop van het pand voorlopig ‘on hold’, in afwachting van een nieuwe beoordeling door de commissie Cultuur. Op de deur van het museum hangt nu een krijtbord met „Red ons!” en „Teken de petitie!”.

Janse begrijpt niet waarom de gemeente zijn museum – dat niets kost aan belastinggeld – zo nodig moet verkopen. „Ze willen gewoon snel een smak geld verdienen.” Maar, zo concludeert Janse in lijn met de tegeltjeswijsheden aan de muur: wie het onderste uit de kan wil, krijgt het lid op de neus. „Dan verdient de gemeente misschien even een hoop geld, maar is een culturele instelling die helemaal niets kost wel voorgoed verdwenen.”

Correctie (13 februari 2018): in een eerdere versie van dit artikel stonden een aantal onjuistheden. Yvo Verschoor is geen co-directeur van het museum, maar parttime directeur. Ook is het museum niet gefuseerd met het Geelvinck Muziek Museum; de twee musea werken samen. Kasper Janse heeft het museum niet alleen opgericht, maar samen met een medeoprichter die inmiddels is overleden. Tot slot besteedt Janse niet een derde, maar twee derde van zijn AOW aan zijn huurwoning boven het museum, die zo’n achthonderd euro kost. Dit is hierboven aangepast.

    • Doortje Smithuijsen