Terug naar het land van hun ouders

Remigranten Veel jonge Chinese Nederlanders gaan naar Azië om carrière te maken. ‘Je kunt het China van toen niet vergelijken met China nu.’

De Duitse Angel Xia (23) kwam naar Rotterdam om international business te studeren. Hierna gaat hij studeren in Shanghai. Foto Andreas Terlaak

Net als veel pas afgestudeerden, kwam de Amsterdamse Yvonne Jong (25) na de crisis niet aan de bak. Met een hbo-diploma international business and management studies op zak, solliciteerde ze op marketing- en retailfuncties. Zonder resultaat. Ze besloot naar de Chinese stad Shenzhen te vertrekken, omdat haar oude stageplek, een internationaal bedrijf, haar daar wél een baan aanbood. Shenzhen – dat sinds enkele jaren ook wel het Silicon Valley van China wordt genoemd – is de geboorteplaats van haar moeder. Inmiddels woont en werkt Jong bijna vijf jaar in Azië.

„Vroeger was Shenzhen een vissersdorp met nauwelijks kansen”, vertelt ze. Haar moeder vertrok op 26-jarige leeftijd naar Nederland en werkte jarenlang keihard in Chinese restaurants om geld te verdienen voor haar familie in China. Toen Jong net in Shenzhen woonde, wilde haar moeder dat ze terugkwam naar Nederland. Ze zei tegen haar dochter: „Ik heb zo veel moeite gedaan om in Nederland een nieuwe taal te leren en te integreren, en dan ga jij terug naar China.” Jong moest haar uitleggen dat het economisch tegenwoordig echt anders is. „Je kunt het China van dertig jaar geleden niet vergelijken met nu.”

Dromen van een carrière in Azië

Jong is een van de vele Chinese Nederlanders die besloten om te ‘re-emigreren’ naar het geboorteland van hun ouders. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek waren er in 2017 89.710 Nederlanders van Chinese afkomst. 34 procent van hen zijn tweedegeneratie Chinezen die in Nederland zijn geboren. Maar de cijfers zijn waarschijnlijk nog een stuk hoger, omdat Surinamers, Maleisiërs, Vietnamezen en Indonesiërs van Chinese afkomst niet worden meegeteld.

De Nederlandse Yvonne Jong woont in Shenzhen. Foto Yvonne Jong

Er zijn geen cijfers beschikbaar over het aantal Chinese Nederlanders dat naar China gaat om daar carrière te maken, maar binnen opleidingen als international business is het land al jaren in trek. Jing Cai is docent Mandarijn aan de Hogeschool van Rotterdam voor de studie international business for Asia. Zij ziet veel Chinees-Nederlandse studenten rondlopen die dromen van een carrière in Azië. Meestal kennen ze China van familiebezoeken in de zomervakantie. Tijdens de opleiding mogen de studenten voor langere tijd in China, Indonesië of Japan studeren en stage lopen. Sommigen blijven er om te werken, anderen komen terug en gaan voor een Nederlands bedrijf zakendoen met China.

De redenen om naar China te vertrekken zijn zowel economisch als persoonlijk, zegt Cai. „Hoewel ze in Nederland zijn geboren, krijgen de jongeren vaak het label ‘Chinees’ opgeplakt.” Ze horen opmerkingen als: ‘wat spreek je goed Nederlands’ en ‘waar kom je vandaan?’ omdat mensen hen automatisch als buitenlanders zien. En zo worden ze nieuwsgieriger naar de cultuur van hun ouders.

Kar Leon Cheng (36), een geboren Brabander die sinds 2010 in China woont, hield zich altijd al bezig met de vraag: waar hoor ik thuis? „Wij waren de enige Chinezen in het hele dorp. Ik hoorde er voor mijn gevoel niet echt bij, maar aan de andere kant sprak ik de Chinese taal ook niet goed.” Omdat hij Nederland te klein vond, ging hij in Engeland studeren. Nadat hij zijn master business administration aan de Universiteit van Oxford behaalde, kreeg hij de kans om in de stad Hainan te werken. „Omdat bijna niemand daar Engels sprak, pikte ik het Mandarijn snel op. Als ik voor een grote stad als Beijing of Shanghai had gekozen, zou ik waarschijnlijk alleen met andere expats zijn omgegaan.” In Hainan zette hij het bedrijf Hai Xiang Dai op. Hij handelt in microkrediet: cliënten kunnen geld uitlenen aan lokale initiatieven.

Ching Foe Au (36) uit Amsterdam verhuisde in 2005 naar Shanghai, omdat ze als pas afgestudeerde antropoloog geen baan kon vinden. „Lang heb ik me verzet tegen mijn afkomst. Ik wilde de Chinese taal niet leren en had geen Chinese vrienden. Ik denk dat ik niet anders wilde zijn dan de rest.” De interesse naar haar achtergrond kwam pas toen ze antropologie ging studeren. Tijdens haar studie deed ze een uitwisseling in Vietnam, het geboorteland van haar Chinese vader. De stap naar China was daarna niet groot. In Shanghai heeft ze nu een eigen bedrijf, Your Op, dat buitenlandse bedrijven helpt de Aziatische markt op te gaan, door ze te koppelen aan fabrieken en leveranciers. Ook hielp ze een Nederlands mineraalwaterbedrijf om een kantoor op te zetten in China.

Of Chinese Nederlanders gewilder zijn in China, weten de geïnterviewden niet zeker. Volgens Cheng worden de baankansen zelfs kleiner, omdat de huidige regering het buitenlanders steeds moeilijker maakt een werkvergunning te krijgen. Ook als je Chinese ouders hebt. „Vroeger werden westerlingen in China voorgetrokken en werden Chinezen copycats genoemd zonder eigen ideeën. Dat is nu wel anders.”

De levensstijl in Hongkong is heel anders: je bent altijd bezig

Toch staat er weer een nieuwe groep jongeren klaar die droomt van een carrière in China. De Duitse Angel Xia (23) uit Bremen verhuisde zelfs naar Rotterdam om de opleiding international business for Asia te volgen. „In Duitsland hebben we een vergelijkbare studie, maar die is niet Engelstalig. Ik wil me juist internationaal oriënteren”, zegt hij. Binnenkort gaat hij in Shanghai studeren, ooit hoopt hij voor een Duits bedrijf in China te werken, zoals Mercedes-Benz. „Er zijn in China niet zoveel mensen die Mandarijn, Engels én Duits spreken, dat is mijn voordeel.” Ook de Nederlandse Qaolin Wang (21) uit Arkel gaat dit jaar naar Shanghai. „Mijn ouders willen het liefst dat ik daar blijf wonen, omdat zij waarschijnlijk teruggaan als ze ouder zijn. Maar ik kijk eerst of ik het leuk vind.”

Yvonne Jong, die momenteel als salesmanager bij een Amerikaans ontwerpbedrijf in Hongkong werkt, wil uiteindelijk wel terug naar Nederland. „De levensstijl in Hongkong is heel anders: je bent altijd bezig.” En hoewel ze in vijf jaar een succesvolle carrière heeft opgebouwd, merkt ze dat ze toch niet als een ‘echte’ Chinees wordt gezien. „Mensen raken in de war als ik vertel dat ik uit Nederland kom. Ze denken aan iemand met blond haar en blauwe ogen.” Hoe langer ze in China was, hoe Nederlandser ze zich ging voelen. Cheng zegt daarover: „China is fantastisch, maar ik mis soms hoe goed dingen zijn geregeld in Nederland, zoals de gezondheidszorg. En het vrije internet.”