Rekenen aan de ideale schaatsslag

Schaatstechniek

Iedereen schaatst anders, ook de toppers. De ’perfecte slag’ is heel persoonlijk. Een Delftse meetschaats helpt om die te vinden.

Nederlanders hebben een lange schaatsgeschiedenis. De prognose voor de Nederlandse schaatsers op de Olympische Winterspelen is dan ook goed. Maar na eeuwen op de ijzers weten we nog steeds niet wat de optimale schaatstechniek is. Eline van der Kruk van de TU Delft ontwikkelde tijdens haar promotieonderzoek een computermodel om voor elk individu de ideale schaatsslag te berekenen. Om haar model te testen bedacht ze met collega's een meetschaats. Daarmee kunnen de afzetkrachten op de schaats heel precies gemeten worden. Van der Kruk – die zelf niet schaatst – promoveerde donderdag cum laude.

„Anders dan bij de meeste sporten, hebben schaatsers onderling een zeer verschillende lichaamsbouw”, vertelt Van der Kruk. Er zijn lange en korte schaatsers, sommigen hebben veel spieren en anderen weinig. Bovendien zijn er veel verschillende technieken. „We denken dat er voor elke schaatser een individuele, ideale techniek bestaat. Die proberen we te vinden met een computermodel en door te meten hoe schaatsers bewegen op de schaatsbaan.”

De eerste stap was om met het computermodel de snelheid van schaatsers te voorspellen aan de hand van informatie over de massa van de schaatser, de wrijving, de afzetkracht en de manier waarop het been gestrekt wordt. Deze voorspelling werd getoetst door metingen te doen aan de schaatstechniek van professionele schaatsers in schaatshal Thialf.

Samen met de schaatsbond KNSB deed de promovendus metingen waarbij ze de techniek van professionele schaatsers in 3D vastlegde. Tijdens de experimenten droegen de schaatsers meetschaatsen en een pak met reflecterende bolletjes waarmee de beweging van het lichaam in beeld gebracht kon worden.

Voor het onderzoek zijn verschillende meetschaatsen ontwikkeld waaronder klapmeetschaatsen voor lange afstandschaatsers. In de schaats zitten twee sensoren die de afzetkrachten loodrecht en zijwaarts meten. Die informatie wordt draadloos naar een computer of smartphone gestuurd. „Die techniek kunnen we in de toekomst gaan gebruiken om schaatsers real time feedback te geven over hun techniek”, vertelt Van de Kruk. Bijvoorbeeld met Google Glass; de schaatsers zien dan in hun ooghoek hoe ze schaatsen en hoe ze hun slag kunnen aanpassen om sneller of efficiënter te bewegen.

Het model kan de schaatsbeweging nu al goed voorspellen, maar de ideale schaatsslag is nog niet gevonden. Het komt soms met suggesties voor slagen die de schaatsers niet kunnen, zoals een ‘double push’, een dubbele afzet. Dat kunnen skaters wel, maar een schaats is daar niet stabiel genoeg voor. De volgende stap is om het model extra regels te geven waardoor er alleen realistische slagen gevonden kunnen worden.

Van der Kruk gaat zelf niet verder met het schaatsonderzoek. Ze wil het computermodel gaan gebruiken om ouderen te helpen beter te bewegen. „Ik ben geïnteresseerd in dynamische modellen over beweging in het algemeen. Ik wil met natuurkunde de grens van de mens opzoeken, door te kijken hoe we hoger, harder en verder kunnen bewegen.”

    • Dorine Schenk