Tien maanden bij de PVV in Almere

PVV in Almere

De PVV doet mee aan de verkiezingen van maart, naar eigen zeggen in dertig gemeenten. Hoe werkt dat, de PVV in de gemeenteraad? NRC volgde tien maanden lang de raad van Almere, waarin de PVV al meedraait sinds 2010. ‘Ze doen er van alles aan om ons binnen te zuigen.’

Raadzaal van de gemeente Almere. David van Dam

‘Top”, zegt Willem Boutkan. „Toppie gedaan.” De drie inwoners van Almere glunderen. Ze hebben net ingesproken op een raadsvergadering. Ze hadden hun verhaal uitgeschreven en een PowerPoint-presentatie gemaakt. Over windmolens ging het, en dat de bewoners niet goed betrokken waren bij de besluitvorming over waar die kwamen te staan. De inspraak was „inderdaad een schijnvertoning” geweest, zei PVV-raadslid Boutkan. „Deze bewoners zitten nog steeds met vragen.”

Als iets is aan te wijzen als een Almeerse PVV-methode, is het dit: contact maken met burgers. Op zo’n manier dat ze zich gehoord en gewaardeerd voelen. De PVV-raadsleden zie je dat steeds doen. Na afloop van een discussie over thuiszittende kinderen snellen bijna alle onderwijswoordvoerders naar andere vergaderingen. Niet PVV’er Olaf Buitelaar. Hij spreekt de moeders op de tribune aan. „Mag ik jullie e-mailadres? Dan kan ik laten weten hoe dit afloopt.”

Tien maanden lang volgde NRC de gemeenteraad van Almere, met twee vragen: hoe gaat dat eigenlijk, een raad met de PVV erin? Wat gebeurt er als alleen lokale media op de tribune zitten en niet de twittercratie regeert, maar het politieke handwerk telt?

Tot nu toe was de PVV alleen in Den Haag en Almere vertegenwoordigd. Nu maakt de partij kans in veel meer gemeenten in de raad te komen. „Lokaal is er een grote behoefte aan een sterke PVV”, schreef partijleider Geert Wilders in april vorig jaar, toen hij bekendmaakte dat de partij in (toen nog) zestig gemeenten zou meedoen aan de verkiezingen.

Sindsdien is er gedoe: PVV-kandidaten bleken onvoldoende gescreend, met ruzie op de lijst beland of ervan afgehaald, of weggelopen uit de klasjes van de PVV omdat het te veel over islamisering ging. Andere partijen zeggen intussen niet met de PVV in één college te willen zitten, omdat de partij mensen uitsluit op basis van afkomst.

Gewoon samenwerken in een gemeenteraad, kan dat wel met de PVV?

Links: PVV-fractievoorzitter Toon van Dijk (rechts) in gesprek met  Marcel Bakker van Leefbaar Almere.

PVV-fractievoorzitter Toon van Dijk (rechts) in gesprek met Marcel Bakker van Leefbaar Almere. David van Dam

Ja, blijkt in Almere. Daar kwam de PVV in 2010 met negen zetels (van de 39) in de oppositie, die ze behield in 2014. Regelmatig vinden PVV en coalitiepartij VVD elkaar hier, of PVV en mede-oppositiepartij SP. Soms werkt de PVV zelfs samen met de PvdA, D66 of GroenLinks.

Op bepaalde onderwerpen, zeggen de andere fractievoorzitters, is de PVV een partij als alle andere. „We hebben een aantal raakvlakken”, zegt de VVD. GroenLinks: „We hebben elkaar gevonden op dierenwelzijn.” De PVV zelf: „Met de PvdA wordt nu iets voorbereid over de inhuur van grootverdieners.”

D66-fractievoorzitter Jan Lems vertelt dat hij met de PVV een initiatiefvoorstel had over een referendum. „Dat was een toevalstreffer. Wij meldden bij de griffie dat we daarmee bezig waren en de griffie vertelde dat ook de PVV iets voorbereidde. Toen hebben we elkaar aangekeken.” Voor de andere Almeerse partijen kwam die samenwerking als „een donderslag”, zegt hij. „Ook voor de achterban van D66, zeker toen we met een gezamenlijk persbericht kwamen.” Het voorstel kreeg geen meerderheid; D66 en PVV trokken het terug.

Lokaal is er een grote behoefte aan een sterke PVV.

In januari dient PVV-fractievoorzitter Toon van Dijk een motie in over de regelmatige afwezigheid van de burgemeester bij raadsvergaderingen. Hij vindt daarvoor steun bij bijna alle fracties – de kwestie zat anderen ook dwars en de motie is beleefd geformuleerd.

Waardoor burgemeester Franc Weerwind kan antwoorden dat voor hem „juist het voorzitten van de raad het allerbelangrijkste is” en dat het „een moeilijke afweging is” er niet te zijn. Johan de Leeuw van ouderenpartij AP/OPA zegt: „Ik merk dat ik wat rustiger in slaap val als u er wel bent.” „Niet in de vergadering”, probeert hij nog als de anderen in lachen uitbarsten. De sfeer is, hoewel het om het functioneren van de burgemeester gaat, uitermate ontspannen.

Minder gemoedelijk, en ook des PVV’s, was de manier waarop de motie een week eerder werd aangekondigd. Toen de burgemeester er níét was. Dat mag, maar is eigenlijk not done.

„Ik constateer dat de voorzitter wéér afwezig is”, zei Toon van Dijk toen. „Ik heb even navraag gedaan hoe vaak dat is voorgekomen: zeven keer, dat is een kwart van alle gevallen.” De motie diende hij die avond niet in omdat de burgemeester „zich er niet tegen kan verweren”.

Roelie Bosch van de ChristenUnie stak als enige de vinger op. Ze zei: „Het is wel vreemd dat de PVV nu de motie niet in wil dienen, maar die wel en plein public aankondigt. Dus de media horen dit ook, en dus wordt er over gesproken en geschreven.” Ze concludeerde: „Dit vind ik niet zo netjes.”

Aan mores doet de PVV niet. PVV’er Chris Jansen: „Het staat nergens in het reglement dat dat niet mag, dus het kan.”

De fractiekamer van de PVV in Almere. David van Dam

Nederlandse vlag

In december probeert de PVV de Nederlandse en Almeerse vlaggen in de raadszaal te krijgen. De Nederlandse vlag staat dan net in de Tweede Kamer, op initiatief van SGP en PVV. „De nationale driekleur en de Almeerse vlag hebben een mooie en duidelijke functie als symbolen van Almere als Nederlandse gemeente”, stelt de PVV.

Zo dwingt zij de andere partijen tot stellingname. Een stem tegen kan overkomen als afkeer van de vlag. Sommige partijen voelen zich genoodzaakt uit te leggen dat ze wel degelijk trots zijn op Nederland. „Wij hebben geen vlag in dit huis nodig om ons Nederlander te voelen”, zegt de SP.

Marco de Kat, fractievoorzitter van Leefbaar Almere: „Bij de PVV moet je altijd kijken wat er áchter een motie zit. Bij deze motie was me duidelijk dat hun Nederland het mijne niet is. Dat staat er niet, maar is wel wat ze bedoelen.”

De nationale driekleur en de Almeerse vlag hebben een mooie en duidelijke functie.

Op de VVD en een verdeelde tweemansfractie van het CDA na stemmen alle partijen tegen. De PvdA komt met de meest uitgebreide verklaring. De partij, die zichzelf in de vergadering een „patriottistische fractie” noemt, ziet de vlag als „symbool dat alle Nederlanders verbindt” en zegt: „Bij de bespreking bleek dat achter deze motie nationalistische motieven zitten. Dan is de vlag er niet om te verbinden, maar om te verdelen.”

Na afloop van de stemming zegt PVV’er Toon van Dijk: „Na de gemeenteraadsverkiezingen gaan we het gewoon nog een keer proberen.”

Lees meer artikelen over de gemeenteraadsverkiezingen in ons dossier.

Bij de PVV leeft het idee dat anderen haar geen successen gunnen. Dat andere partijen tegen stemmen omdat een motie of voorstel van de PVV komt, niet omdat ze inhoudelijk tegen zijn. Als voorbeeld noemt de partij de inzet van stadscommando’s, handhavers met verregaande bevoegdheden maar zonder vuurwapen. Het was in 2010 een van de eerste voorstellen die de partij deed in Almere, er moest „meer lichtblauw op straat”. Van Dijk: „Toen werd er lacherig over gedaan.” De motie werd verworpen. Inmiddels wordt er door de hele raad gesproken over een zwaardere maatregel: bewapende boa’s (buitengewone opsporingsambtenaren) op de bus.

De andere fractievoorzitters zeggen dat er iets anders aan de hand is: de PVV schat niet altijd goed in hoe je een motie moet verwoorden om steun te krijgen. De fractievoorzitters zijn het er niet over eens of dat politieke onhandigheid is of tactiek – zodat de PVV later kan zeggen dat niemand haar steunt.

Hoe dit werkt, is goed te zien in september, bij de discussie over thuiszitters: kinderen die om de een of andere reden niet naar school gaan maar wel leerplichtig zijn. Alle partijen proberen verantwoordelijk wethouder René Peeters (D66) zover te krijgen dat hij vastlegt dat ouders door jeugdzorg en alle andere instanties bij een ‘actietafel’ betrokken worden. Hij houdt vol dat ouders soms het probleem zijn en dan juist niet moeten aanschuiven.

Er komt een motie aan, dat is duidelijk. Maar als PVV’er Buitelaar die aankondigt, luidt de tekst dat de wethouder „het aantal thuiszitters naar nul moet brengen”. Met daaraan gekoppeld: „Als hij die doelstelling niet haalt, zullen wij politieke actie ondernemen.” Met die twee zinnen verdwijnt de steun van de andere fracties. Nul thuiszitters is onrealistisch. Peeters zegt later: „Ik kán gewoon niet zeggen ‘Ik verbied je om ziek te worden’.”

De ene PVV’er is beter in samenwerken dan de ander, zeggen de andere raadsleden. Annette Raijer, die zich onder meer met zorg en welzijn bezighoudt, wordt door haar medewoordvoerders gecomplimenteerd. Ze is echt op inhoud gericht, zeggen zij. Je ziet het in de vergaderingen: op fluistertoon overlegt ze met medewoordvoerders. Ze wisselt met hen blikken van verstandhouding als de immer warrige voorzitter zich vergist in vergadervolgorde of onderwerp. „Ze krijgt andere partijen mee”, zegt Willy-Anne van der Heijden, fractievoorzitter van GroenLinks.

Ik kán gewoon niet zeggen ‘Ik verbied je om ziek te worden’.

Ook fractievoorzitter Toon van Dijk wordt door vrijwel iedereen geroemd. Wethouder Peeters: „De kwaliteit in de raad is door hem verbeterd. Hij doet ertoe. Hij let op, weet wat gevoelige momenten zijn.” Wethouder Frits Huis (Leefbaar Almere): „Hij is een van de besten die we hebben. Goed van de tongriem, scherp.”

Chris Jansen en Willem Boutkan zitten regelmatig vergaderingen voor en worden ook duidelijk gerespecteerd. De smaakmakers, noemt een van de wethouders hen. Buitelaar – die als enige niet meer op de lijst voor de komende verkiezingen staat – is soms scherp, soms onhandig. Ramona Aukes en Ron Dubbelman hoor je vooral als ze de beurt krijgen. Jenny Zerfowski kan vergaderingen lang dromerig naar het plafond staren.

David van Dam

In tegenstelling tot de zusterfractie in de Haagse gemeenteraad is de Almeerse PVV altijd aanwezig. En inhoudelijk altijd goed voorbereid, zeggen ze bij de griffie.

Wethouders hebben het soms moeilijker met de PVV’ers. René Peeters verliest in het debat over thuiszitters zijn geduld en zegt tegen Buitelaar: „Waar ik niet van houd, is dat er leugens verteld worden.”

Hij zegt later: „Ik kan niet tegen onzin. Ik probeerde uit te leggen dat het gaat om 140 meldingen per jaar. Voor een grote stad als Almere is dat heel weinig: op één moment ging het om 29 of zo thuiszitters. Dat kreeg ik maar niet verteld.”

Hij gelooft niet in politieke onhandigheid. Hij zegt: „Het gaat anders als er geen camera bij is. Tijdens technische voorlichtingen wordt er minder gescoord.”

Wethouder Tjeerd Herrema (PvdA), die woningbouw in de portefeuille heeft, ligt regelmatig in de clinch met Chris Jansen. „Wat hij uitkraamt is soms heel erg. Sociale woningbouwwijken worden getto’s genoemd. Hoor je wat je zegt, denk ik dan, dat je de wereld zo bewust verdraait?”

Herrema heeft ook de Floriade in zijn portefeuille: de wereldtuinbouwtentoonstelling die in 2022 in Almere zal worden gehouden. Het is een lastig dossier: andere organiserende steden hadden een miljoenenverlies, en lange tijd zagen bewoners alleen dat land werd onteigend en bomen werden gerooid. Uit een peiling van de gemeente bleek dat 85 procent van de Almeerders zich zorgen maakt over het project.

De PVV noemt de Floriade „een elitaire snobistische duurzaamheidskermis”. „Uit de gietertjes komt geen water, maar komen euro’s”, zegt Toon van Dijk in juni.

Maffia

Ook de SP gebruikt stoere taal over de Floriade. Het college krijgt „geen dubbeltje erbij” en de SP waarschuwt dat Almere „met oogkleppen op het ravijn in dondert”.

Maar de PVV gaat net iets verder. Van Dijk zegt dat „de Floriademaffia” de raad „met het pistool van de Capo dei capi dwingt in te stemmen met extra miljoenen. „De PVV laat zich niet chanteren. Er is een alternatief: stoppen.”

Marcel Benard van de ChristenUnie roept hem tot orde. „Ik geef u graag de gelegenheid na te denken over de term maffia.”

Van Dijk: „Nee.”

Als Benard later opnieuw het woord krijgt, noemt hij de uitspraken van Van Dijk „beneden alle peil”. „In een land waar we ons zorgen moeten maken over bedreigingen van het openbaar bestuur is dit een totaal misplaatste metafoor.”

De PVV laat zich niet chanteren.

Zulke interventies komen niet vaak voor. Terwijl álle partijen zich ergeren aan het woordgebruik van de PVV – dat, zo zegt een aantal, in schriftelijke vragen en op Twitter nog veel harder is. De toon in de gemeenteraad is verhard sinds de komst van de PVV, vinden ze. De PVV zegt zelf: „We benoemen dingen.”

Toon van Dijk: „Als alle anderen het hebben over ‘verslaafdenopvang’, noemen wij dat gewoon een ‘spuithotel’.” Chris Jansen zegt dat het om begrijpelijkheid gaat: „Je praat niet tegen politieke tegenstanders of de wethouder, maar tegen je achterban, tegen Almeerders.”

Zij vinden dat de rest van de raad omfloerst praat en dingen onbenoemd laat. Van Dijk: „Als je de deplorabele staat van het basisonderwijs in verband brengt met de enorme instroom van migranten, dan mag dat niet gezegd worden.”

Jansen: „Op het moment dat statushouders hier komen wonen, heeft dat gevolgen. Ja, en dan vraag ik ‘Hebben jullie gevraagd wanneer ze weer weggaan?’. Uiteindelijk moet terugkeer het doel zijn. Dat is dus een hele normale vraag. Het antwoord is ‘O, daar heb je de PVV weer’.”

Als alle anderen het hebben over ‘verslaafdenopvang’, noemen wij dat gewoon een ‘spuithotel’.

Meestal gaat het op die harde toon over veiligheid, over Nederlanders met een migratie-achtergrond en asielzoekers, en over wat de PVV de ‘islamisering’ van Almere noemt.

Hilde van Garderen, fractievoorzitter van de VVD, vertelt hoe ze nog kippenvel krijgt als ze terugdenkt aan een vergadering uit 2016, die zij voorzat. De PVV had toen statushouders potentiële verkrachters genoemd.

„Op de tribune zat een Syrische vrouw met hoofddoek en een vrijwilligster die voor haar vertaalde. Die mevrouw moest huilen. Dat vond ik zo confronterend. Wij zijn na al die jaren misschien afgestompt, en daar zag je het gevaar daarvan. Er worden dingen gezegd die niet kunnen. Ik was zó geëmotioneerd. Dat zei ik ook.” De PVV diende een klacht in. „Ik was niet objectief geweest.”

Ook andere raadsleden hebben het soms moeilijk. John van der Pauw, tot oktober fractievoorzitter van de PvdA: „Op enig moment ging het weer over mensen met een kleurtje. In mijn fractie is de helft gekleurd. Dan kun je zo’n woordkeus niet over je kant laten gaan.”

David van Dam

Schriftje

De partijen hebben wel een manier gevonden om met de PVV om te gaan. Die heet: niet altijd reageren. In het begin, in 2010, riep de PVV echt weerzin op, zeggen de fractievoorzitters die er toen bij waren. „Iedereen vloog naar de interruptiemicrofoon. Ik kon me ontzettend opwinden over wat ze zeiden”, zegt Ans DeSumma, tot half oktober fractievoorzitter van de SP. „We hebben met een groepje afgesproken niet meer op alles in te gaan. Anders gaat het steeds over de onderwerpen waarover zij willen praten.”

Willy-Anne van der Heijden (GroenLinks): „We beseften dat mensen ook geïnteresseerd zijn in óns verhaal. Hier in Almere zitten burgers dicht op de vergadertafel. Zij zeiden ‘Hier komen we niet voor’.”

Hilde van Garderen (VVD): „Iedereen zei ‘Ik distantieer me van deze woordkeus’. En dan de volgende fractievoorzitter, en dan de volgende. Dan ben je zo 20, 25 minuten verder. Je kan het ook gewoon hebben over de inhoud.”

Griffier Jan Dirk Pruim raadde raadsleden aan „achterin een schriftje te noteren” wat hen raakte of waar ze zich aan ergerden, en dan een reactie te bedenken. Bij een volgende keer konden ze „die bladzijde raadplegen of diep ademhalen”.

Vanaf dag één in de raad werd de PVV anders bejegend dan andere partijen. Toen Leefbaar Almere in 2002 in de raad kwam – eveneens met negen zetels uit het niets – verwelkomde de PvdA de nieuwe raadsleden met rozen. Toen de PVV in 2010 aankwam, was dat gebaar er niet. De eerste raadsvergadering vond plaats nadat bomhonden het gemeentehuis hadden gecontroleerd.

De gemeenteraad in Almere. David van Dam

Wethouder Frits Huis (Leefbaar Almere) zegt eerlijk: „Ik had er moeite mee. Maar je weet: het is legitiem dat ze hier zijn. Een cordon sanitaire zou ook niet goed zijn, dan ontken je dat ze een achterban hebben.”

Toon van Dijk: „We werden met de nek aangekeken. Ze dachten dat we onvoorbereid zouden zijn, halvegare Tokkies. Maar er kwam een club binnen die al driekwart jaar iedere zaterdag aan het trainen was.”

In de raad ging het meteen hard tegen hard. Dat was te wijten aan de ‘Haagse’ wethouders en raadsleden, zeggen sommige raadsleden van toen. Wethouders Adri Duivesteijn (PvdA) en Arno Visser (VVD) en raadslid Raymond de Roon (PVV) kenden elkaar al uit de Tweede Kamer. Griffier Pruim: „Ik had Almere toen de kwaliteiten van 2002 gegund, met de rozen, niet de polariserende bestuursstijl uit Den Haag.” Hij zegt: „Het heeft lang geduurd voordat we weer terug zaten in een Almeerse verhouding.”

Ze dachten dat we onvoorbereid zouden zijn, halvegare Tokkies.

De PVV is milder geworden, zeggen raadsleden. „Voorspelbaar”, zegt de VVD: „Je weet waar ze staan.” „Het is vast ook vermoeiend om die harde toon vol te houden”, zegt Bastiaan Malotaux, fractievoorzitter van het CDA: „Af en toe zijn ze constructief zonder rare scheldwoorden.”

Wethouder Huis: „Net als op dag één verwerp ik hun gedachtengoed, maar je kent elkaar nu. Dat is ook gevaarlijk. Dat je denkt: ‘O, hij moet dat even roepen. Dat is Toon, hé pikkie’. Dat is niet goed.”

Dropjes

De Almeerse gemeentepolitiek kent natuurlijk de gewone onderonsjes. Olaf Buitelaar die een fractie-assistente van de PvdA vraagt naar haar vakantie, Toon van Dijk die bedelt om dropjes bij de griffie, Chris Jansen die grapt met VVD’er Hilde van Garderen.

Maar aan twee dingen doet de PVV niet mee: het eten voorafgaand aan de wekelijkse vergadering en de borrel na afloop. Als de anderen naar de koffieruimte lopen voor borrelnootjes, kaasstengels en drankjes, lopen de PVV’ers weg. Ze vinden het verspilling van gemeenschapsgeld. „Het gaat echt niet om kattenpis”, zegt Van Dijk.

De bijeenkomsten zijn werk, zeggen de anderen. „Voor de kwaliteit wijn hoef je er niet te zijn”, zegt Van Garderen. Roelie Bosch van de ChristenUnie: „We wonen in dezelfde stad. Op politieke standpunten kun je botsen, maar als personen kom je elkaar tegen in de supermarkt of op het schoolplein.” Daarom is de nazit belangrijk, zegt ze. „Ik wil graag dat ze deel uitmaken van het geheel.”

„Het gaat in de raad ook om de relatie met elkaar”, zegt griffier Pruim. „De gunfactor komt daarvandaan. Je kan elkaar even vragen: ‘Heb ik je goed begrepen?’” Hij zegt: „Er is weerstand tegen achterkamertjes, maar het sluiten van compromissen en subtiele diplomatie is ook werk.”

Hij heeft een appèl op de PVV gedaan. Maar of de PVV ooit mee zal doen? Toen een PVV’er weleens op een borrel verscheen en een glas cola dronk, belandde een foto daarvan onmiddellijk op sociale media. Pruim: „Toen was het stuk.” Van twee kanten is het nu alles of niets. „Op het moment dat we het eten afschaffen, zegt de PVV ‘We hebben gewonnen’. Al zij wel meedoen, zegt rest ‘Haha, jullie hebben verloren’.”

Jan Lems (D66): „Het is best wel jammer, je krijgt de kans niet te mengen. Zo blijven ze toch een smaldeel.”

Nederland Almere 25012018 - Sfeerbeeld van de gemeenteraad in Almere bij verhaal Titia Ketelaar over samenwerken PVV met andere partijen in de gemeenteraad.
Foto: David van Dam
Nederland Almere 25012018 - Sfeerbeeld van de gemeenteraad in Almere bij verhaal Titia Ketelaar over samenwerken PVV met andere partijen in de gemeenteraad.
Foto: David van Dam

Dat, denken anderen, is juist de reden voor de afwezigheid van de PVV. Miranda Joziasse (VVD): „Ze zijn bang één van ons te worden.” En de PVV beaamt dat. Toon van Dijk: „Ze doen er van alles aan om ons binnen te zuigen, ons deel uit te laten maken van het systeem. Dat willen we uitdrukkelijk niet: wij zijn de stem van de stad, niet van ons kent ons.”

Chris Jansen: „Daarom benaderen burgers óns als er iets speelt.”

Wat de partij helpt, is dat communicatie met de bewoners een probleem is waar de gemeente Almere mee kampt. Tien maanden lang komt het in vrijwel alle vergaderingen terug.

In het voorjaar, als bewoners zich overvallen voelen door bomenkap. In de zomer rond de komst van een blijf-van-mijn-lijfhuis, in de winter rond het verplaatsen van een camping.

In mei gaat het over ‘containerwoningen’: tijdelijke woningen waar volgens het college vooral jongeren zullen willen wonen. De bewoners van de wijk Tussen de Vaarten vrezen overlast. Maar wat vooral steekt, is dat ze op een informatieavond te horen kregen dat de woningen er zouden komen én dat daar niets meer tegen te doen viel.

De PVV gaat handig om met die frustraties. „Als we een misstand zien, springen we erop in”, zegt Chris Jansen.

Bij de andere partijen heet dat: ‘Loket PVV’. Ook zij vinden dat er van alles schort aan de communicatie vanuit het stadhuis. Maar zij zeggen: de PVV kiest áltijd de kant van de burger. Terwijl soms het algemeen belang voor een groepsbelang moet gaan. Ook omdat bewoners soms tegengestelde belangen hebben.

Miranda Joziasse (VVD) zegt: „Op die manier zullen ze nooit meebesturen. In een coalitie komt er altijd een afspraak langs waarbij je de bewoners moet teleurstellen.”

Wethouder Herrema (PvdA) zegt: „Als je bezwaren als uitgangspunt neemt, zeg je eigenlijk ‘De overheid deugt niet’ en daarmee bevestig je het afhaken van de burger.”

Windsafari

Soms heeft de gemeente wél uitgebreid geïnformeerd en gecommuniceerd, al is het resultaat niet wat bepaalde bewoners wilden. Bij de windmolens bijvoorbeeld, waarbij PVV’er Willem Boutkan de bewoners complimenteert over hun kritische inbreng. Er zijn inspraakavonden geweest, er is een klankbordgroep opgericht, er is een windsafari geweest met de wethouder, plannen zijn daarop aangepast en online voorgelegd aan bewoners.

„Het lijkt erop dat er echt geprobeerd is met u mee te denken”, houdt Ulysse Ellian van de VVD de bewoners voorzichtig voor.

Hij kan het niet laten een sneer uit te delen aan de PVV. Ellian: „Meneer Boutkan, dat is misschien voor uw partij moeilijker te behappen, uiteindelijk probeert men in een democratisch proces zo goed mogelijk de belangen van zo veel mogelijk mensen te behartigen en een besluit te nemen dat zo veel mogelijk recht doet daaraan.”

Als we een misstand zien, springen we erop in.

Een van de bewoners neemt het voor de PVV op. „De VVD is de enige die in dit hele proces in het geheel niet heeft gereageerd op e-mails en brandbrieven. Dat moet me even van het hart.” Na afloop bedankt Boutkan haar hartelijk. Wat heeft de PVV met die inbreng bereikt? De bewoners voelen zich gehoord, maar de windmolens komen waar ze komen.

Wat heeft de PVV sowieso na acht jaar in Almere bereikt?

Veel, meent de PVV. Chris Jansen: „Ik denk dat we op minstens 150 aangenomen moties en amendementen zitten, over echt inhoudelijke dingen.” De griffie zegt dit niet bij te houden. Jansen is trots op aanpassingen van bestemmingsplannen, zodat „bijna alle inwoners zich erin kunnen vinden”. Toon van Dijk zegt: „Over islamisering werd in Almere niet gesproken, dat was geen onderwerp op de agenda.” Hij zegt: „We hebben de verkwistingsdrift weten in te tomen bij het college.” Hij wijst erop dat er dankzij de PVV een openbare declaratieregister kwam - „Al die tripjes die stilzwijgend werden gedaan hebben we tegen het licht gehouden” – en een subsidieregister. En Van Dijk zegt: „Wij zijn de spreekbuis van een groot deel van de inwoners van Almere.”

Dat is waar het om draait in de gemeenteraad, zegt griffier Jan Dirk Pruim. „Als collega’s zeggen ‘O jee, de PVV wil hier in mijn gemeente meedoen’, zeg ik ‘Gefeliciteerd’. Hier in Almere hebben PVV-stemmers een gezicht en een stem in de raad.”

Luister ook de podcast over het vinden van geschikte kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen. Dat blijkt voor veel partijen moeilijker dan gedacht.