Meer instinctief dan competitief

Snowboarden Hersteld van een gebroken nek begint Cheryl Maas aan haar derde Olympische Spelen. Terwijl het evenement voor haar als kind niet eens bestond. Het niveau van de tricks vindt ze ook belangrijker dan een medaille. „Het is onze vrije, creatieve sport.”

Cheryl Maas eind vorig jaar in actie tijdens de wereldbekerwedstrijden in Colorado. Foto Sean M. Haffey/Getty Images

Vrijheid, dat is voor Cheryl Maas de essentie van het leven en even vanzelfsprekend als ademhalen. Snowboarden verschaft haar die autonomie. Het geeft haar de kick die het leven waardevol maakt. Net als motorrijden – „gas erop” – of, spontaan, skateboarden. Maas verkent voortdurend de grenzen. „Niet dat ik op het randje van een hoog gebouw ga lopen, maar met een kalm en bedaard leven ben ik snel klaar. Ik ben een adrenalinejunk”, zegt de vrouw die, amper hersteld van een gebroken nek, op de Olympische Winterspelen in Pyeongchang een gouden medaille najaagt.

Maas treedt in vele opzichten buiten de gebruikelijke kaders. Speciaal ter gelegenheid van de Spelen is ze getooid met twee paardenstaarten, waarvan er één rood en één blauw is gekleurd. Als ze dan toch vanwege het voor leden van de Nederlandse ploeg verplichte kledingpakket in eenvormig oranje moet lopen, kunnen daar ook wel de kleuren van de vlag bij, vindt ze. Niet om te provoceren, maar vanuit een sterk gevoel. De 33-jarige Maas reageert instinctief nu eenmaal anders dan anderen.

Volg de Winterspelen van Pyeongchang in het olympisch dossier van NRC

Haar intuïtie bracht de snowboardster vier jaar geleden op de Winterspelen van Sotsji in conflict met de toenmalige chef de mission Maurits Hendriks. De lesbienne Maas maakte een statement door haar handschoen met het regenboogembleem van de homobeweging provocerend voor de camera te houden; haar ‘middelvinger’ voor de Russische president Vladimir Poetin, die kort daarvoor een antihomowet had ingevoerd.

Hendriks was not amused, omdat vanuit sportkoepel NOC*NSF elke vorm van protest tegen die omstreden wet werd verboden. „Maar mijn reactie was spontaan”, verklaart Maas. „Ik droeg die handschoenen en één en één is twee, zo moet je het zien. Ik wapperde niet met een vlag, of zo. Ik besefte ook niet dat het een grote zaak zou worden. Ik reageerde als mens. En dat zal ik blijven doen.”

Tegenover de boosheid van Hendriks stonden vooral vele positieve reacties op haar gebaar. Nog steeds verbaasd: „Ik werd als een kleine heldin beschouwd en kreeg wereldwijd uitnodigingen. In Amerika wilden ze dat ik bij een gayparade op een wagen zou staan en een gaybar zou openen. Nee, dat heb ik niet gedaan, zo activistisch ben ik ook weer niet.”

In liefde grootgebracht

Buiten het snowboarden leidt Maas in haar woonplaats Oslo een huiselijk leven met haar Noorse vrouw en hun twee dochters. Ze is niet de biologische moeder van haar kinderen, maar dat maakt geen enkel verschil. Een tikje fel: „Er zijn zoveel kinderen die geadopteerd worden en in liefde worden grootgebracht. Waar iemand vandaan komt doet er niet toe. Velen hebben een hond waarvan ze veel houden. Die hebben ze toch ook niet zelf gemaakt? Biologisch of niet, dat maakt niet uit. Dat is gewoon iets natuurkundigs.”

Nee, zegt Maas, het was geen optie dat zij de kinderen zou baren. Mede om praktische redenen. Het zou een onderbreking van haar sportcarrière hebben betekend. De pragmatist in haar: „Ik houd van snowboarden, wilde daarmee doorgaan en er geen anderhalf jaar uit zijn. Je kunt niet springen als je zwanger bent.”

Nadat snowboarden aan het olympische programma was toegevoegd, wilde Maas desondanks naar de Spelen. „Omdat het een grote wedstrijd is waar iedereen aan meedoet en die je een zekere status verschaft. Ik had nooit de ambitie sporter te worden. Ik wilde alleen snowboarden, werd beter en beter en dan komen op zeker moment de Spelen op je pad. Het niveau van de tricks vind ik belangrijker dan de naam die op een medaille staat. Nee hoor, als ik in Pyeongchang geen goud win, stort mijn wereld niet in.”

Zo is de mores onder snowboarders. Ze houden van de competitie, maar zijn allesbehalve competitief. Het is een wereld van vrienden, een hechte gemeenschap, waar Maas volop van geniet. Over die cultuur: „Natuurlijk wil je winnen, maar als een ander beter is, accepteer je dat en houd je daar geen kutgevoel aan over. En ’s avonds vieren we met z’n allen feest, zoals in Sotsji. Wat was dat gaaf, had ik niet verwacht. Ja, dan vloeit er veel drank. Als gezelligheid op mijn pad komt, doe ik volop mee en denk ik niet aan een volgende wedstrijd. Misschien haal ik die niet eens. Dat gevoel is na mijn gebroken nek alleen maar sterker geworden.”

Schade als ‘fact of life’

Hoe levensbedreigend die nekbreuk – opgelopen bij een duik in een zwembad – ook was, Maas bleef er relatief koel onder. Ze revalideerde en genas. Zoals ze daarvoor van talrijke botbreuken, hersenschuddingen en gescheurde banden en pezen was hersteld.

Bij snowboarden loop je nu eenmaal schade op, dat is een fact of life. „Hoewel het altijd vervelend is dat je geen tricks meer kunt doen en thuis op de bank moet zitten”, zegt Maas. „Het is niet zozeer de pijn, maar de inactiviteit die me dan dwarszit. Als ik geblesseerd raak, ben ik hartstikke boos op mezelf. Maar zodra ik weet wat ik moet doen om beter te worden, werk ik positief aan mijn herstel.”

Die instelling heeft haar ook naar Pyeongchang gebracht, want het was hoogst onzeker of Maas de Spelen zou halen toen ze in december een blessure aan haar hak opliep. Ze kon aanvankelijk niet eens lopen. Haar medische uitleg: er waren vetzakjes onder de voet kapot geklapt, waardoor het bot heel erg ging irriteren. Hoewel intensieve behandelingen voor een snel herstel zorgden, heeft ze nog wel pijn. „Hinderlijk”, zegt de snowboardster, „maar tijdens wedstrijden is het draaglijk.”

Die blessure maakt Maas wel terughoudender bij haar kansen op de slopestyle, waarvan zondag de kwalificaties beginnen en maandag de finale staat gepland. De Nederlandse wil geen risico’s nemen met het oog op de ‘big air’, een week later. Op dat onderdeel is zij wereldkampioen en wil ze goud winnen. Maas wil voorkomen dat ze bij de slopestyle haar kansen voor de big air vergooit. Enige voorzichtigheid is geboden, redeneert ze.

Die reserve zal tot uitdrukking komen in de tricks, waarmee snowboarders de jury moeten verleiden. Daar zijn geen richtlijnen voor. Maas: „Maar je weet bij welke trick je de meeste punten krijgt. Nee, er zijn geen voorgeschreven elementen, zoals bij turnen en kunstrijden. Ben je gek, dat zou je de sport kapot maken. Natuurlijk zijn we het niet altijd met het oordeel van de jury eens. Dan discussiëren we erover en wordt een volgende wedstrijd rekening met onze kritiek gehouden. Raar? Niet voor ons. Het is onze vrije, creatieve sport. En dat moet zo blijven.”

    • Henk Stouwdam