Leids Cabaret Festival al veertig jaar springplank voor cabaretiers

Cabaret

Het Leids Cabaret Festival bestaat veertig jaar. Voor veel grote namen was het een springplank naar een succesvolle carrière. Vijf cabaretiers blikken terug.

William Boeva

Foto Tom Bertels
Pieter Derks

foto SANDER KONING/ANP
Sanne Wallis de Vries

Foto Levin den Boer & Paula van der Meeren/ANP
Erik van Muiswinkel

Foto Alexander Schippers
Dolf Jansen

Foto Lex van Lieshout/ANP
Martijn Kardol

Foto Marcel van den Bergh

Erik van Muiswinkel voelt nog steeds de zenuwen door zijn lijf gieren als hij terugdenkt aan de finale van 33 jaar geleden. Hij won in 1985 met collega Justus van Oel onder de naam Zak & As de cabaretprijs en is de oudste winnaar van het Leids Cabaret Festival die nog op het podium staat. Dit jaar bestaat het festival veertig jaar.

Van Muiswinkel: „Ik wist toen dat we geen domme dingen moesten doen. Dit optreden was bepalend voor onze toekomst, die kon er opeens heel anders uit gaan zien.”

In 1985 was de opzet van het Leids Cabaret Festival nog wel ‘houtje-touwtje’. „We auditeerden in een huiskamer”, zegt Van Muiswinkel. Maar door het winnen van de wedstrijd werd Zak & As ‘gelanceerd’. „Ineens mochten we overal spelen. Ik heb mijn studie opgezegd.’’

Finale dankzij Lubbers

Een paar jaar later, in 1989, stonden Dolf Jansen en Hans Sibbel, ‘Lebbis en Jansen’, in de finale. Het festival was inmiddels geprofessionaliseerd.

Jansen: „Maar wij stonden daar totaal onvoorbereid. We hadden een keer op een open podium in Theater de Engelenbak in Amsterdam opgetreden, of nou ja, gekeet, en dachten: waarom proberen we het niet op het Leids Cabaret Festival? De weken vooraf trainde ik voor een marathon in een warm oord. Lebbis en ik hebben elkaar in die tijd ter voorbereiding slechts twee brieven geschreven vol grappen.’’

Toch haalden ze de finale. „Ik heb vooraf nog een paar grappen over Lubbers geschreven. Een grap viel erg goed. Die donderdag was er een verwarde man in de auto van Lubbers gestapt. Ik zei: de chauffeur had niets gedaan, dat gebeurde immers elke dag. Het publiek heeft daar zelfs om geklapt.” Gekscherend: „Lubbers heeft ons de winst opgeleverd.’’

Topsport

Deelnemers werden in de loop der jaren vakkundiger. Sanne Wallis de Vries volgde al jaren theaterlessen en bereidde zich in 1996 een jaar lang voor op het festival. „Ik wilde heel graag winnen en benaderde de finale als een topsporter. Mijn vriendje mocht na de halve finale van donderdag niet komen slapen want ik wilde goed uitgerust zijn voor zaterdag. Die avond lag ik in bed en dacht: ik ga winnen. Ik wist het zeker.”

Maar waar donderdagavond het publiek enthousiast reageerde, bleef de zaal zaterdagavond angstvallig stil. „Er waren veel impresariaten en theaterdirecteuren aanwezig en die lachen minder snel. Ik liep het podium af en was teleurgesteld. Het voelde als mijn slechtste optreden ooit, ik kon daarmee niet hebben gewonnen. Tijdens het juryrapport zat ik aan het bier in de coulissen. Werd ik opeens als winnaar uitgeroepen.”

Boos

Slechte optredens hoeven niet desastreus te zijn. Martijn Kardol won in 2016 het festival na zijn halve finale te hebben verprutst. „Ik hing tijdens het optreden boven mezelf en dacht opeens: waarom is dit dan grappig? Maar als je het zelf niet meer begrijpt, snapt het publiek het helemaal niet. Theaterdirecteuren die alleen bij de halve finale waren, zeggen nog steeds tegen mij: dat jij hebt gewonnen, begrijp ik niet.’’

De meest opvallende misser van de afgelopen jaren is Pieter Derks. Hij kwam in 2004 niet verder dan de voorronde. „Dat vond ik zelf nogal onterecht. Ik dacht dat ik het megatalent zou zijn waar ze al die jaren op hadden gewacht. Niet dus. Ik ben na mijn afwijzing naar de jury gegaan om verhaal te halen. Een van die juryleden is theaterdirecteur, ik kom hem nog geregeld tegen. Dan steekt hij zijn hoofd om de deur van mijn kleedkamer en vraagt: ben je nog boos?” Derks nam in 2005 revanche in Amsterdam waar hij de publieksprijs op het Amsterdam Kleinkunst Festival won.

Eerst oefenen

De meeste cabaretiers hebben zo hun carrière opgebouwd. Ze zijn bekend geworden doordat ze in de finale van een groot festival hebben gestaan. Deelnemers van de afgelopen jaren weten dat. Voorbereidingen voor een festival zijn nog professioneler geworden en nemen vooral meer tijd in beslag. Studenten van theateropleidingen oefenen geregeld nog een paar jaar na hun afstuderen in kleine zalen, voordat ze aan een festival meedoen.

Logisch, vindt Jansen, al moet je als maker ook verder kijken dan een festival. „Voor een cabaretier is het essentieel om continu met nieuwe dingen te komen. Dan kan je wel een jaar lang je grappen verfijnen maar na een festival moet je een heel programma maken. Kan je dat? Een festival winnen is pas het begin.”

    • Anouk Kragtwijk