Jac Orie wil niet heilig worden verklaard: „Ik heb elf sporters in de ploeg, er staan er maar vijf op de Spelen.”

Foto Koen van Weel/ANP

‘Ik zie dit als één groot experiment’

Jac Orie Hij is een van de meest succesvolle schaatscoaches ter wereld. Sporters naar goud leiden is: innoveren, risico’s durven nemen.

Midden in een bevlogen uitleg over zijn volgende innovatie is er ineens een verzuchting. „Die Olympische Spelen zijn als de zee”, zegt Jac Orie peinzend. „Ik kom uit Loosduinen, van kinds af aan zaten we veel aan het strand. ‘De zee neemt en de zee geeft’, hoorde je. ‘Je kunt er veel lol van hebben. Maar als je er geen respect voor hebt, pakt-ie je.’ Dat gevoel heb ik ook bij de Spelen. Het kan geweldig zijn, maar je moet respect houden voor het grillige karakter ervan. Anders ga je eraan.”

Wie staat in Gangneung met meer zekerheden aan de start dan Orie? Bij zijn vier vorige Spelen won hij telkens goud: met Gerard van Velde (2002), Marianne Timmer (2006), Mark Tuitert (2010) en Stefan Groothuis (2014). Op dit olympisch ijs zorgden de mannen van zijn ploeg Lotto-Jumbo vorig jaar bij de WK voor een unieke stunt met goud op alle afstanden. Sven Kramer en Kjeld Nuis zijn ook nu torenhoog favoriet. Zijn geheim? „Risico’s durven nemen. Het spel spelen op het scherp van de snede.”

Volg de Winterspelen van Pyeongchang in het olympisch dossier van NRC

Zelfs in een olympisch seizoen schroomt de sportcoach van het jaar 2017 niet om aan zijn succesformules te sleutelen. „Een olympisch seizoen kent een andere context. De spanning is zo anders. Druk, stress. Hou op. In september begint het al. Die gasten praten over niets anders, zijn er constant mee bezig. Het gaat zo snel. NK, wereldbekers, olympisch kwalificatietoernooi. Je kunt niet stil blijven staan bij vorig jaar, al ging het toen nog zo goed. Dan blijf je achter met je geweldige setting. Ja, dat gaat soms sneller dan je hoopt. Dus neem je risico’s, pas je aan. Met de één ga je verder dan met de ander.”

Sven Kramer

Neem kopman Kramer. Vorig seizoen geweldig, alles gewonnen en op zijn dertigste beter dan ooit. Maar nu? Wereldrecord op de vijf kilometer kwijt aan Ted-Jan Bloemen, zeldzame nederlaag op het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) tegen Bob de Vries. „Sven was aan het einde van de zomer beter dan vorig jaar”, analyseert Orie. „De tien in Stavanger was goed, de vijf in Calgary iets minder. Bij het OKT waren de 1.500 en tien goed, de vijf niet. Het is tot nu toe wat onstuimiger, daar moet je je ook een beetje aan durven overgeven.”

Vier jaar werkt hij met Kramer, die daarvoor acht jaar trainde bij Gerard Kemkers en daarbij ook zijn eigen aanpak ontwikkelde met onder meer wielrennen in de zomer. „We hebben goede afspraken over zijn eigen dingen, dat is tussen Sven en mij. Als er wat aan de hand is waardoor het soms niet lukt, wordt daar netjes over gecommuniceerd. Dat is een stevige basis om samen te werken. Hij gaat vooruit, dat is al een paar keer gebeurd. Daar ben ik heel blij om.”

Het langst werkt Orie met Nuis, die acht jaar na zijn doorbraak als gewestelijk talent, in 2017 eindelijk voor het eerst wereldkampioen werd op 1.000 en 1.500 meter. Maar dit seizoen begon niet goed. „Gewoon een infectie”, bagatelliseert Orie. „Dan komen vragen van de media, dat geeft een heftige dynamiek. Heb je weinig grip op. Je moet oppassen niet te gaan over-reageren. Simpel maken, dempen, niet aan veertig knoppen tegelijk draaien.” Bij het OKT was de druk hoog voor Nuis, die in 2010 en 2014 al naast olympische kwalificatie greep. Nu won hij ‘zijn’ middenafstanden in superraces. „Mooi. Maar je hebt nog niks.”

Sportpsychologen laten je niet harder schaatsen. Hooguit kunnen ze het leven aangenamer maken

Jac Orie

Dat Nuis af en toe een sportpsycholoog consulteert? „Als het op een nette manier gaat, sta ik voor een hoop dingen open”, zegt Orie. Al moet hij zelf weinig van psychologen hebben. „Ik heb ze voorbij zien komen, goede en minder goede. In bepaalde problemen zijn ze geweldig. Maar ze laten je niet harder schaatsen. Hooguit kunnen ze het leven aangenamer maken. Dat je het kunstje vaker en makkelijker kunt. Maar denk niet: ‘ik rij nu 1.42 en straks dankzij een psycholoog 1.41.’ Daar is geen enkel bewijs voor.”

Appelmoes

Verklaar ook de trainer niet heilig. „Ik heb elf sporters in de ploeg, er staan er maar vijf op de Spelen.” Naast Kramer en Nuis zijn dat wereldkampioen 500 meter Jan Smeekens, Patrick Roest en Carlijn Achtereekte. Vooral de pas 21-jarige Roest, na een armbreuk net op tijd fit en geplaatst voor de 1.500 meter, vervult zijn coach met trots. „Dat kon helemaal niet. Die arm was appelmoes. Dan neem je risico en ga je toch gas geven. Je kunt zo onderuit gaan. Maar met de ongekende kwaliteit van die jongen lukt het.”

Met dank aan zijn begeleidingsteam, waarmee hij al jaren hecht samenwerkt: assistenten Sicco Janmaat en Bjarne Rykkje, fysio’s Nico Hofman en Willem Kruithof, krachttrainer Ton Leenders en dokter Gee van Enst. „Kwaliteit en loyaliteit zijn voor mij de twee belangrijkste dingen”, zegt Orie. „En leergierig blijven, niet denken in zekerheden. Die zijn er toch niet.” Dan, na een korte stilte: „Loyaliteit is de basis geweest waarom we al die jaren hebben overleefd. Niet meer, niet minder.”

Twee keer een faillissement van de sponsor (Spaar Select en DSB), problemen met zijn gezondheid in 2005, geen sponsor in 2011. „Van die gasten kan ik op aan. We hebben samen heel moeilijke tijden meegemaakt, maar alles bleef staan. Dat is kwaliteit. Op een gegeven moment zit je er zelf met andere risico’s in. Financieel ja. Dan ben je zo afhankelijk. De anderen namen ook het risico terwijl ze maanden geen inkomen hadden. Als je dan niet 100 procent achter elkaar staat ben je weg.”

Staf en programma zijn heilig

Makkelijk praten met verreweg de rijkste schaatsploeg ter wereld, met een budget van circa drie miljoen euro? „Hou op! Wij hebben lang niet altijd veel geld gehad. Die faillissementen heeft geen een schaatstrainer ooit meegemaakt. Maar we presteerden wel, juist toen.” Geld of niet, begeleidingsstaf en programma blijven heilig. „Ik heb nooit concessies gedaan.” De trainer bepaalt, niet de sponsor. „Ik tolereer helemaal niemand van buitenaf die daar iets over te zeggen heeft. Als ze mij niet vertrouwen, moeten ze er niet instappen.”

Niemand komt aan wat al sinds 2002 de kern is van zijn werkwijze. „Altijd weer zoeken naar nieuwe dingen, steeds willen verbeteren. Natuurlijk, dat zegt iedereen. Maar wie durft echt risico’s te nemen als je niet zeker bent van de uitkomst? Ik zie het als één groot experiment. Maar dan wel ingebed in regels, met een visie en een risico-analyse. Veel testen om alles zo transparant mogelijk te maken. Niet zomaar wat erin flikkeren en maar zien wat het brengt. Trainen, meten, aanpassen. Dat is de cirkel.”

Jac Orie werkt sinds sinds vier jaar met Sven Kramer.

Foto Jerry Lampen/ANP

Ook dit olympische seizoen zijn weer dingen veranderd, met meer individuele routes richting Spelen dan ooit. „2017 is niet 2018. 80 procent is hetzelfde, 20 procent moet je veranderen.” Inhoudelijk laat Orie niet het achterste van zijn tong zien, dat bewaart hij voor zijn promotie-onderzoek over trainingsleer. De planning van Kramer of Nuis onthult hij niet. De concurrentie luistert mee en kopieert voor je het weet zijn aanpak.

Orie ziet die grote concurrentie in Nederland als een voordeel. „Het is bij ons bikkeltje hard, één grote knokpartij. Schaatsers die in Nederland stand houden aan de top, daar is lastig van te winnen.” Dus in Gangneung weer 23 medailles, zoals in Sotsji? „Die kans is niet zo groot, maar we gaan er alles aan doen. En liefst een beetje meer winnen. Al mag je dat geloof ik niet zeggen.” Te smalle sport? „Gelul, schaatsen is zo mondiaal als de neten. Het verschil tussen goed en slecht is minder dan je denkt.”

De spanning van de laatste dagen voor de Spelen? „Deze periode is zo mooi. Daar zit al je passie in, met die gasten en die meiden. Niemand die straks aan de start staat, heeft zekerheid. Daarom kijken er miljoenen mensen, is het zo aantrekkelijk voor sponsoren. Daarom kunnen we het spelletje spelen dat we spelen. Je moet alleen een stelletje gekken hebben die het gaan doen. Dat is wat het is. Daar moet je voor jezelf niet over nadenken. Niet gaan relativeren. Gewoon niet doen.”

Ja, zelf kijkt hij af en toe al stiekem over de Spelen heen. Niet omdat de sponsorcontracten voor volgend jaar nog niet zijn getekend. „Dat parkeer ik in deze periode.” Wel omdat de voorbereiding op Gangneung alweer zoveel nieuwe inzichten en ideeën heeft opgeleverd. Op samenzweerderige toon: „Ik verheug me nu al op de zomer. Ga ik nieuwe dingetjes doen, echt extreem. Bot veranderen, dingen tot op de bodem afkappen. Daar zit voor mij de lol in dit spelletje.”

    • Maarten Scholten