Hans Vrakking: eigengereide aanklager van ‘republiek’ Amsterdam

Hans Vrakking (1941-2018) Magistraat

Hoofdofficier van justitie Vrakking trok zich weinig aan van Den Haag. Voor collega Teeven was hij toen „een soort vaderfiguur''.

Archieffoto van Hans Vrakking. Foto Maurice Boyer

Niet iedereen bij het Openbaar Ministerie was dol op Hans Vrakking, die van 1992 tot 2001 hoofdofficier van justitie in Amsterdam was. In 1999 noemde de toenmalige hoogste baas van het OM, Joan de Wijkerslooth, hem in een interview met NRC Handelsblad „een oude vos met streken”. Hij had weinig met de eigengereidheid en het nadrukkelijke publieke profiel van de voornaamste hoofdstedelijke aanklager. De Wijkerslooth regelde dat hij voortijdig met pensioen ging. Woensdag overleed Vrakking op 76-jarige leeftijd.

De zware jongens van het Amsterdamse parket, crimefighters als officieren van justitie Fred Teeven en Martin Witteveen, liepen juist weg met Vrakking. Hij stond pal achter zijn mensen. Als ze moesten overwerken, regelde hij pizza’s. Teeven noemt Vrakking „een soort vaderfiguur”.

Het kon Vrakking, een aannemer die op latere leeftijd rechten was gaan studeren, niets schelen dat hij slecht lag bij het college van procureurs-generaal. Zijn loyaliteit lag bij de republiek Amsterdam. Daar deed hij in goede verstandhouding met zijn politiemaatje, korpschef Eric Nordholt, zijn werk. Dat was niet altijd eenvoudig, omdat de onderwereld in de jaren negentig Amsterdamse officieren van justitie intimideerde met bedreigingen en inbraken.

Oud-rechter Vrakking was er samen met Nordholt en toenmalig burgemeester van Amsterdam Ed van Thijn verantwoordelijk voor dat eind 1993 een speciaal politieteam – het Interregionaal Recherche Team (IRT) Noord-Holland / Utrecht – werd ontbonden. De politie-eenheid die het gemunt had op belangrijke drugshandelaren bleek zelf drugs te hebben geïmporteerd om zo bewijsmateriaal te kunnen verzamelen. De kwestie leidde tot een parlementaire enquête – commissie-Van Traa – waarin werd vastgesteld dat sprake was van een ‘crisis in de opsporing’.

Onder leiding van Vrakking probeerde het Amsterdamse parket na de IRT-affaire aan te tonen dat ook met ‘schoon rechercheren’ grote boeven te vangen zijn. Vooral door werk van de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) en via het sluiten van deals met criminelen, werd in 1996 het zogeheten ‘Octopus-misdaadsyndicaat’ opgerold dat onder leiding stond van Johan V. De bende, die zo’n 300.000 kilo hasj uit Pakistan zou hebben geïmporteerd, werd veroordeeld tot celstraffen. Vrakking had tijdens het proces zelfs een speciale pr-functionaris ingehuurd.

Vrakking, gelovig katholiek en vader van vijf kinderen, had al enige tijd kanker en wist dat het einde naderde. Hij leek daar redelijk laconiek onder. Vrakking liet zijn naasten weten zeer nieuwsgierig te zijn naar het hiernamaals.