Lars van den Brink

‘Eindeloos op mensen inpraten, dat kon hij goed’

Anet Bleich
Max van der Stoel zorgde ervoor dat Zorreguieta wegbleef bij het koninklijk huwelijk en voorkwam een conflict tussen de Baltische staten en Rusland door over berkenbomen te praten. Anet Bleich werkte acht jaar aan een biografie over ‘de stille diplomaat’.

Anet BleichLars van den Brink

Hij werd beschouwd als het toonbeeld van integriteit. „Als hij een dubbeltje op straat vindt, geeft hij het nog op aan de belastingen”, zei zijn ex-vrouw eens over politicus en diplomaat Max van der Stoel.

Daarmee zat ze niet ver naast de waarheid, taxeert zijn biograaf Anet Bleich. „Hij zat een keer met zijn kleinzoon in de auto, op weg naar een familie-etentje. Ze kwamen in de file terecht. Van der Stoel had alleen een mobiele telefoon van het departement bij zich. Misschien was het handig om even te bellen dat ze later zouden zijn, opperde de kleinzoon. Ja, dat vond opa ook. Maar absoluut niet met die mobiele telefoon; pas drie kwartier later bij een benzinepomp. Dat typeert hem.”

Het was niet haar plan om na het voltooien van de veelgeprezen biografie van Joop den Uyl, in 2008, direct weer aan een nieuw biografisch project te beginnen. Anet Bleich werd in de herfst van dat jaar gebeld door uitgeverij Balans: Max van der Stoel zou bij hen zijn memoires uitgeven, maar hij kwam er zelf niet goed uit. „Hij had net mijn Den Uyl-boek gelezen en dacht blijkbaar: zoiets wil ik ook wel.”

Lees ook: Nú pas heeft Joop den Uyl een echte biografie.

Bleich zat er niet per se op te wachten; ze wilde zich liever weer een tijd storten op het schrijven van boekrecensies voor de Volkskrant. Op aandringen van de uitgever voerde ze toch een aantal lange gesprekken met de oude staatsman. „Ik heb hem vijf keer gesproken, in een heel klein spreekkamertje op het Ministerie.” Een solide basis voor een boek leverden die ontmoetingen niet op. „Hij was toen 83, en in de loop van die gesprekken ook al fading away.” Maar Bleichs fascinatie voor ‘de stille diplomaat’ werd er wel door gewekt.

Tientallen ooggetuigen

Uiteindelijk werkte ze acht jaar aan de biografie. In De stille diplomaat – Max van der Stoel 1924-2011 schetst ze gedetailleerd het bijzondere leven van de man die eerst Kamerlid was, daarna minister van Buitenlandse zaken in het kabinet Den Uyl en vervolgens ambassadeur bij de Verenigde Naties en Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden bij de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

Ze sprak tientallen ooggetuigen, onder wie oud-bondskanselier Helmut Schmidt, en kreeg onbeperkt toegang tot Van der Stoels privéarchief. Opvallend genoeg had Van der Stoel in een eerder gesprek met Bleich nog glashard ontkend dat hij er een uitgebreid archief op nahield. „Hij zei: ik heb helemaal niets meer. Dat bleek dus niet waar.”

Lees ook: Oud-minister Max van der Stoel overleden.

Maanden zocht ze zich een weg tussen keurig geordende krantenknipsels en ontelbare memo’s. „De mooiste was een memo uit de jaren zeventig van Van der Stoel aan Joop den Uyl, over een gesprek dat hij gevoerd had met Joseph Luns (toen secretaris-generaal van de NAVO). Luns had Van der Stoel verteld dat hij was benaderd door een generaal in actieve dienst die Luns had verzocht om steun bij een staatsgreep. Die generaal vond dat er onmiddellijk actie ondernomen moest worden tegen de regering-Den Uyl en vroeg Luns of hij bereid was na zo’n coup premier te worden. Luns had de man voor gek verklaard, maar wilde de naam van die generaal niet aan Van der Stoel prijsgeven. Onderaan het memo staat: ‘De BVD heeft opdracht gekregen om voortaan ook naar extreem-rechts te kijken’.”

Uit het boek van Bleich komt de indrukwekkende rol naar voren van Van der Stoel als bemiddelaar in internationale conflicten, en als onvermoeibaar strijder voor mensenrechten. Zijn handelsmerk was zijn discretie, zegt Bleich. „Hij voelde zich intens betrokken bij wat er gebeurde in Griekenland, Tsjechoslowakije of Irak. Maar dan zei hij toch tegen anderen: hier past alleen de weg van de stille diplomatie.

Eindeloos op mensen inpraten. Dat kon hij heel goed en precies, tot op het allerhoogste niveau.

Een goed voorbeeld is Portugal. In 1974 maakte de Anjerrevolutie een eind aan de rechtse dictatuur in dat land. Een belangrijke rol daarbij speelde een vereniging van officieren die nauw samenwerkte met de communistische partij. Die partij was sterk op Moskou gericht en dus bepaald niet automatisch verloofd met de democratie. Er hing een nieuwe coup in de lucht, nu van de communisten. De Amerikanen maakten zich daar ernstig zorgen over. Ze benoemden een ambassadeur in Portugal die echt een ijzervreter was, met het oog op een tegencoup door rechts. Van der Stoel stond op goede voet met Henry Kissinger, de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. Hij bezwoer Kissinger dat Portugal alleen pro-westers kon blijven als de sociaal-democraten van Mário Soares werden gesteund. Dat het hem gelukt is de Amerikanen daarvan te overtuigen, is ongelooflijk knap.”

Anet Bleich: “Van der Stoel vond het fijn dat erkend werd wat hij had gedaan. In die zin was hij best ijdel.” Lars van den Brink

Waar kwam de methode-Van der Stoel in essentie op neer?

„Eindeloos op mensen inpraten. Dat kon hij heel goed en precies, tot op het allerhoogste niveau. Daardoor had hij groot internationaal aanzien. Heel soms werkte zijn aanpak niet. In Indonesië probeerde hij zich met stille diplomatie in te spannen voor de honderdduizend politieke gevangenen die daar in de jaren zeventig vastzaten. Zijn Indonesische collega maakte braaf notities van zijn kritiek. Maar president Soeharto deed er vervolgens niets mee.”

Een ander saillant voorbeeld van Van der Stoels stille aanpak is zijn bemiddeling rond het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima. Premier Wim Kok benaderde juist hem om vader Jorge Zorreguieta ervan te overtuigen dat zijn aanwezigheid bij het huwelijk van zijn dochter niet gewenst was, vanwege Zorreguieta’s betrokkenheid bij het Videla-regime. „Wat hij daar voor elkaar gekregen heeft was heel erg knap: bescheiden maar vastberaden zeggen waar het op staat. ‘U moet begrijpen dat heel veel mensen in Nederland uw aanwezigheid bij het huwelijk niet acceptabel vinden. Het is in het belang van uw dochter dat u zelf de conclusie trekt dat u beter niet kunt komen.’” De aanpak van Van der Stoel werkte: Zorreguieta bleef weg. Daarmee was een mogelijke slagschaduw over het huwelijk net op tijd voorkomen. Van der Stoel was zelf buitengewoon tevreden over het effect van zijn interventie, constateerde Bleich in een van de gesprekken die ze met hem voerde. „In NRC heeft een uitvoerige reconstructie gestaan: ‘Het meisje en de Kroon’. Hij vond het fijn dat erkend werd wat hij had gedaan. In die zin was hij best ijdel.”

Dat is wel een lastige eigenschap voor een stille diplomaat.

„Zeker. Daar had hij soms best moeite mee. Hij heeft in stilte veel goed werk gedaan, ook als Hoge Commissaris bij de OVSE. Van der Stoel heeft na de val van de Muur een cruciale rol gespeeld bij het afwenden van een conflict tussen Estland en Letland enerzijds en Rusland anderzijds. Boris Jeltsin was helemaal niet op een conflict uit, maar de Esten en de Letten leken wel gek geworden. In het eerste jaar van hun onafhankelijkheid wilden ze serieus al hun Russische ingezetenen over de grens zetten. Dat had Rusland natuurlijk nooit gepikt.”

Wat was dan precies zijn aandeel?

„Ten eerste had hij grote diplomatieke gaven. De president van Letland was gek op berkenbomen. Daar raakte die man niet over uitgepraat. Dus ging Van der Stoel de eerste tien minuten geheel met hem mee in een gesprek over berken. Wat maakte die bomen dan zo mooi voor hem? En hoeveel berkenbomen had de president eigenlijk in zijn eigen tuin? Nadat het ijs gebroken was, hield hij zich heel gedetailleerd bezig met een oplossing. Hij ging met de Letse ambtenaren zitten bedenken hoe ze hun Russen beter konden laten inburgeren. Uiteindelijk heeft dat ze van hun plannen afgebracht.”

Van der Stoel koos niet altijd voor stille diplomatie. Bij de onderhandelingen over de Akkoorden van Helsinki in 1975 – tussen de Europese landen, de VS en de Sovjet-Unie – pleitte hij openlijk voor de mensenrechten en het recht om je eigen politieke systeem te kunnen kiezen. Bleich: „Dat staat letterlijk in die akkoorden. Aanvankelijk was Nederland zelfs het enige land dat daarvoor pleitte. Henry Kissinger zag er niets in. Die zei tegen Andrej Gromyko [Sovjet-minister van Buitenlandse Zaken]: ‘Daar heb je Van der Stoel weer met z’n Dutch cabaret.’ En toch kreeg Van der Stoel voor elkaar wat hij wilde.”

De president van Letland was gek op berkenbomen. Daar raakte die man niet over uitgepraat.

Binnen zijn eigen PvdA was Van der Stoel verre van populair. Dat had alles te maken met Nieuw-Links, de vernieuwingsbeweging die de partij eind jaren zestig probeerde te hervormen. Nieuw-Linksers, onder wie André van der Louw, Han Lammers en Jan Nagel, hadden groot bezwaar tegen alles wat met de gevestigde orde te maken had. En ook tegen alles dat naar continuïteit met het verleden zweemde. „Op beide punten scoorde Max van der Stoel in hun ogen zeer slecht. Omdat hij niet hun geloof deelde dat meer ontspanning in de relatie tot de Sovjet-Unie automatisch tot meer democratie zou leiden, vonden ze hem een enge koudeoorlogsman.”

Want Van der Stoel was een fanatiek ‘allianticus’: de NAVO kon volgens hem alleen in nauwe samenwerking met de Verenigde Staten voldoende weerwerk bieden aan de Russen. Daarbij waren kernwapens noodzakelijk om het machtsevenwicht tussen Oost en West te bewaren. Volgens Bleich is de Duitse bezetting bepalend geweest voor zijn wereldbeeld: „Hij vond het ontstellend dat een vreemde mogendheid zomaar je land kon binnenvallen om het vervolgens te bezetten. Dat mocht hoe dan ook nooit meer gebeuren.”

Dat was duidelijk tegen het zere been van andere PvdA’ers. Bleich laat in haar boek zien hoe fel de discussie binnen de PvdA soms opliep, vooral tussen Van der Stoel en Van der Louw. Nadat Van der Louw partijvoorzitter was geworden, stelde hij zich vaak lijnrecht op tegen Van der Stoel. Die beklaagde zich er in april 1975 in een brief aan Ed van Thijn hardop over „dat de PvdA-fractie zich tegenover mij opstelt alsof ik niet een bevriende minister ben”.

Hij was een enorme einzelgänger, met totaal geen eigen achterban.

Op zijn beurt liet Van der Stoel zich niet onbetuigd toen Van der Louw benoemd leek te gaan worden als burgemeester van Rotterdam. Hij schreef premier Den Uyl daarop een brief waarin hij fijntjes uitlegde waarom zo’n benoeming een ernstige misstap zou zijn. „Ik heb in de partij tal van mensen gekend die met weinig meer dan lagere school opleiding voortreffelijke bestuurders waren. Noch is voor mij, in deze context, van veel belang zijn uitgesproken psp-erige instelling op het terrein van buitenlandse politiek en defensie. Wat ik wel heel ernstig vind, is zijn uitgesproken autoritaire en intolerante instelling. Wat mij elke keer het meest in hem frappeert, is het (naar buiten althans) absoluut vasthouden aan het eigen gelijk. Hij heeft het Ware Socialistische Antwoord op alle problemen die zich voordoen – wie anders denkt die ‘kan niet meekomen’ (geliefde uitdrukking van André) [...] maar in wezen heeft hij geen respect voor minderheden.”

Van der Stoel heeft nooit de ambitie gehad om de PvdA te leiden, denkt Bleich. „Hij wist dat hij geen enkel charisma had. Die partijcongressen vond hij verschrikkelijk. Hij was een enorme einzelgänger, met totaal geen eigen achterban. Hij had veel liever zijn eigen winkel. En hij wist dat hij altijd kon terugvallen op de steun van Joop den Uyl.”

Privé was Van der Stoel geen man van uitspattingen. Hij was zuinig – „al ging hij soms wel poffertjes eten met de kinderen van zijn assistent Frans Timmermans” – en beperkte zich tot hooguit twee glaasjes port per dag. Hij scheidde in de jaren zeventig van zijn vrouw, maar hield daarna wel altijd een goed contact met zijn vijf kinderen. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig had hij vijf jaar lang een relatie met een Griekse. „Maar die ging met een klap uit. Hij kon privé enorm driftig worden. Thuis en ook tegen naaste medewerkers.”

En in latere jaren was er een intrigerende vriendschap met een jongeman. Hoe die in elkaar zat, weet Bleich niet precies. „Sommigen dichten er een homoseksuele lading aan toe. Al zegt die man zelf dat ze elkaar nooit met een vinger hebben aangeraakt. Die jongen was in elk geval wel echt een hartstocht van hem. Hij ging intenser met hem om dan met al zijn vrienden.”

Van der Kruk

Een ronduit raadselachtige episode in Van der Stoels loopbaan brak in 1988 aan, toen hij werd gevraagd om leiding te geven aan een geheime organisatie die in geval van een nieuwe bezetting van Nederland verzet zou kunnen bieden. „Je kunt het een nette variant van Gladio noemen”, zegt Bleich. Van der Stoel was gevoelig voor de gedachte. „Zijn ijdelheid werd gestreeld door de gedachte dat hij, als de Russen Nederland zouden bezetten, hoofd zou worden van de Nederlandse regering in ballingschap. Of ‘Regering in Vrijheid’ zoals dat officieel genoemd werd.”

Je kunt het een nette variant van Gladio noemen.

Curieus, want in 1988 was de detente vanuit het Oosten al volop gaande. „Dat maakt het ook zo bizar”, zegt Bleich. „Het kwam voort uit de gedachte: we gaan het verzet tegen de Duitsers zo nodig overdoen, maar dan goéd. Hij zag zichzelf in die rol kennelijk als een superspion. En hij vond dat er dan maar beter een verstandige democraat als hij aan het hoofd van zo’n organisatie kon staan dan een extreem-rechtse idioot.” De plannen waren hoogst serieus. Medewerkers van de geheime organisatie verkenden tijdens vakanties eventuele vluchtroutes waarlangs de Koninklijke Familie in geval van nood geëvacueerd zou kunnen worden. In Van der Stoels nalatenschap vond Bleich een vervalst persoonsbewijs van ‘Van der Kruk’, compleet met een pasje waarop stond dat de premier officieel om alle mogelijke bijstand voor Van der Kruk verzocht. Of Van der Stoel dat allemaal serieus nam? Ze schatert. „Héél serieus! Nadat de dienst in 1992 door Lubbers werd opgeheven, wilde hij de club ook graag geheimhouden. Mocht de situatie toch nog een keer verslechteren, dan hadden we tenminste altijd nog mensen achter de hand met de noodzakelijke expertise om de vijand te ondermijnen.”

Waarom verdient Max van der Stoel het om niet vergeten te worden?

„Omdat hij een van de weinige Nederlandse politici is geweest die werkelijk een rol op het wereldtoneel hebben gespeeld. Met altijd volop aandacht voor de mensenrechten. Dat is heel lang zijn erfenis geweest. Halbe Zijlstra is de eerste geweest die die lijn heeft aangevallen met zijn artikel in Liberaal Reveil: ‘We moeten ons eigenbelang en onze strategische overwegingen op de eerste plaats zetten.’ Dat zou Van der Stoel werkelijk een gruwel zijn geweest. Democratie was voor hem iets dat altijd verdedigd dient te worden.”

Anet Bleich: De stille diplomaat. Max van der Stoel (1924-2011). Uitgeverij Balans. € 34,95
    • Coen Verbraak