Opinie

    • Michel Krielaars

De kwelgeest van de boekhandelaar

Het was vrijdagavond, halfzeven. In de boekhandel, die nog een half uur open zou zijn, was al in geen uren een klant verschenen. De omzet was die dag toch al mager, wat ongetwijfeld kwam doordat de februari-regen de etalageruit geselde.

Op zoek naar vertroosting nam ik mijn toevlucht tot Shaun Bythells onlangs vertaalde Dagboek van een boekverkoper, een vermakelijk verslag van de dagelijkse besognes van een boekhandelaar in het jaar 2014. En meteen voelde ik me beter.

Op vrijdag 7 februari noteert Bythell, eigenaar van The Bookshop in Wigtown, het grootste antiquariaat van Schotland, dat er die dag maar vier klanten in zijn winkel waren verschenen en het kastotaal slechts 67 pond bedroeg. Het kan dus nog erger, zei ik tegen mijn vriend de boekhandelaar, die maar weer eens een pijpje opstak om zijn zorgen over de toekomst (van zijn winkel en de wereld) te bedwingen.

Omdat ik een gesprek over de toenemende ontlezing uit de weg wilde gaan (het aantal lezende tieners is in tien jaar tijd gedaald van 65 naar 40 procent en het aantal lezers in de leeftijdscategorie 20-34 jaar van 87 naar 49 procent), verdiepte ik me verder in Bythells opbeurende verslag. En al lezende betreurde ik dat ik zelf geen boekhandel had. Er komen namelijk zoveel excentriekelingen in zijn dagboeknotities voor, dat ik er een verhalenbundel mee zou kunnen vullen. En dan zwijg ik nog over al die intrigerende boektitels die worden genoemd.

Ter illustratie van het wonderland dat een boekhandel is, citeert Bythell aan het begin van elke nieuwe maand uit George Orwells Bookshop Memories (1936). Ook omdat er sindsdien weinig is veranderd. Zo schrijft Orwell over de tweedehandsboekwinkel waar hij een tijdje assistent was: ‘Er lopen heel wat halvegaren rond, nog net niet rijp voor het gesticht, en die spoelen als vanzelf aan bij boekwinkels, omdat een boekwinkel een van de weinige plekken is waar je zonder een cent te besteden uren kunt rondhangen.’ Waarbij ik meteen moest denken aan de paradijsvogels in mijn eigen boekhandel, zoals de vogelman en de eeuwig verliefde conrector.

Verder schrijft Orwell: ‘We hadden vaker eerste-druksnobs in de winkel dan liefhebbers van literatuur, maar nog vaker oosterse studenten die op al spotgoedkope studieboeken probeerden af te dingen, en besluiteloze vrouwen die een verjaarscadeau voor hun neefje zochten hadden we het allervaakst.’

Van Bythells klanten gaat de voorkeur behalve naar eerste drukken uit naar boeken over de Britse spoorwegen, reisverslagen en geschiedenis. Hij heeft er een overvloed van in huis. En toch is het niet voldoende, want om het schip drijvende te houden moet hij antiek verkopen en heeft hij een online boekenzoekdienst. En bij dat laatste doemt de kwelgeest van het wereldwijde boekenvak op: Amazon, dat voor zijn (tweedehands)boekendiensten hoge kortingen bedingt. Op zondag 1 juni noteert Bythell daarover: ‘De trieste waarheid is: als auteurs en uitgevers niet samen een vuist maken tegen Amazon, is de boekenbranche ten dode opgeschreven.’

Een revolutie is dus dringend gewenst. Maar belangrijker nog vind ik dat er weer eens een boekhandelaar is, die zelf een mooi boek over zijn dagelijkse belevenissen heeft geschreven. Laten Bythells Nederlandse collega’s er een voorbeeld aan nemen, al was het maar om de eigen kas te spekken. Ze maken tenslotte heel wat mee.

    • Michel Krielaars