Recht & Onrecht

De Euroburger verliest het in Straatsburg van de Natieburger

Mag je voor het Europese parlement vooral Natiestaatburgers of Europese burgers kiezen? Ton van den Brink in de Europacolumn over het democratische gat in de Unie.

(AP Photo/Christian Lutz)

De teleurstelling is groot bij de voorstanders. Wat hadden ze graag gezien dat het Europees Parlement (EP) zich zou uitspreken voor zogeheten ‘transnationale lijsten’, zodat burgers eindelijk op EP kandidaten uit andere lidstaten zouden kunnen stemmen.

Er stond wat hen betreft veel op het spel. Niet minder dan de kans om van de EU een echte democratie te maken en een ‘Europese publieke ruimte’ te realiseren: een ruimte waarin Europese politieke onderwerpen over nationale grenzen heen worden bediscussieerd en belicht door de media. Dat die kans nu nota bene door het Europees Parlement zelf de nek wordt omgedraaid, versterkt de ontgoocheling alleen maar.

Groeiende macht

Toch is het plan nog niet definitief van tafel nu de regeringsleiders er binnenkort nog over zullen spreken. Vooral de Franse president Macron is een groot voorstander. De groei van de politieke macht van het EP is echter een veel betere basis voor het plan dan de dromen van EU federalisten.

De Brexit was een blessing in disguise om werk te maken van de wens die al heel lang bestaat. Het Europees Parlement is immers geen echt parlement, tenminste niet wat samenstelling betreft. In feite bestaat het Europees Parlement uit 28 deelparlementen, elk met eigen, nationale kieslijsten en eigen, nationale kiesdistricten. Nederlandse kiezers kunnen dus bijvoorbeeld niet op Duitse kandidaten stemmen. Met transnationale kieslijsten zou dit doorbroken kunnen worden. Door het vertrek van het Verenigd Koninkrijk vallen de 73 Britse zetels in het Europees Parlement vrij en volgens het plan dat nu op tafel lag zou een deel daarvan kunnen worden gereserveerd voor grensoverschrijdende kieslijsten.

Losgezongen

Niet iedereen zag het plan als een mooie kans om de Europese democratie te versterken. Integendeel, de weerstand is groot en de grootste politieke groep in het Europees Parlement, de Europese Volkspartij (EVP), verpakte die weerstand in het argument dat er geen juridische basis voor het plan was. Maar de weerstand zit veel dieper: er zijn geen Europese burgers, er zijn alleen burgers binnen en van de natiestaten in Europa. Een democratie die is losgezongen van de natiestaat heeft geen bestaansrecht en is zelfs een regelrechte bedreiging daarvan. Dit gaat hand in hand met de angst voor een coupe van de elite die haar wil aan diezelfde (nationale) burger wil opleggen.

De kloof tussen de standpunten van de voor- en tegenstanders van het plan en de emoties die achter (beiden!) zitten, zijn niet zomaar overbrugd. Het kan daarom geen kwaad om met wat meer pragmatisme naar de samenstelling van het Europees Parlement te kijken. Die samenstelling van het EP is sinds 1979 (de invoering van rechtstreekse verkiezingen) niet wezenlijk veranderd. De macht van het EP is echter wel enorm toegenomen sinds 1979. Het EP heeft inmiddels een volwaardige rol als wetgever gekregen, is zeer actief bij het vaststellen en vormgeven van akkoorden met andere landen (TTIP) en heeft ook een cruciale rol bij de Brexitakkoorden. Bovendien heeft het zijn grip op de Europese Commissie vergroot. Kortom: het EP is een volwaardige politieke macht in de Europese Unie.

Rijker instituut

Die veranderde macht heeft geen enkele wezenlijke impact gehad op de samenstelling van het Europees Parlement. Natuurlijk, tegelijkertijd met politieke verschuivingen in de lidstaten is de politieke samenstelling van het EP wel anders geworden. Opvallend is vooral dat euro-kritische geluiden beter vertegenwoordigd zijn dan in het begin. Dat maakt het EP een veelkleuriger en ook rijker democratisch instituut dan voorheen. Maar de inrichting van het EP, met de 28 nationale ‘kieskringen’, weerspiegelt nog steeds de gedachte dat het EP uitsluitend een verlengstuk is van de natiestaat. Een beperkt aantal zetels beschikbaar stellen voor transnationale lijsten zou het idee dat het EP het verlengstuk is van de nationale democratie zeker niet overboord gooien. Het is dus geen dramatische verschuiving maar slechts een kleine correctie die past bij de eigenstandige, Europese, politieke macht die het EP heeft verworven.

 

Toch kleeft er nog een groot probleem aan het plan. Het aantal zetels, beschikbaar voor de transnationale lijsten zou namelijk gefixeerd zijn. Dat is niet democratisch. Hoeveel zetels de transnationale lijsten zouden opleveren, zou juist moeten afhangen van het aantal stemmen dat ze weten te verzamelen. Dan pas krijgt de strijd tussen de ‘Europese’ en de ‘natiestaatburger’ echt betekenis.

De Europa-column wordt geschreven door senior-onderzoekers van Renforce, Universiteit Utrecht. Ton van den Brink is universitair hoofddocent Europees Recht.

 

    • Ton van den Brink