De betovering van een weids uitzicht

Schoonheid

In haar column van 27 januari vroeg Beatrice de Graaf NRC-lezers ‘wat is voor u de schoonheid van wetenschap?’ Ze kreeg honderden reacties. Hieronder volgt een keuze, ingeleid door de columnist.

Vraag mensen naar ‘schoonheid’ en ze laten zich meestal recht in hun hart kijken. Zelden heb ik zulke mooie, ontroerende, schrijnende en ‘echte’ reacties ontvangen op een artikel als na de column van 27 januari. Zo’n tweehonderd reacties kwamen de eerste dagen meteen al binnen, hele epistels, essays, korte aforismen en zeer persoonlijke ontboezemingen.

Dat fenomeen is overigens ook object van onderzoek geweest. Marius Hogendoorn schreef me dat hij met Project Beauty al jarenlang probeert uit te zoeken hoe, waarom en wanneer mensen iets als mooi ervaren. Hij is een veldonderzoeker, is gewend aan ellenlange vragenlijsten, en ziet respondenten als het empirisch materiaal dat nodig is om een hypothese te staven. Toen dat empirisch materiaal evenwel terug begon te praten en eigen unieke ervaringen van schoonheid ging delen, werden het mensen. Voor hem én voor zijn respondenten was het onderzoek daardoor meer dan een sociaal experiment, het werd ‘het mooiste dat hij ooit had gedaan’.

Uit zijn onderzoek bleek dat slechts 1,8 procent van de respondenten uit eigen beweging de link naar wetenschap legt. Zo vanzelfsprekend is dat dus niet. ‘Wetenschap is fantasie in een keurslijf’ zei Richard Feynman de Amerikaanse natuurkundige en Nobelprijswinnaar ooit in een interview. Je moet je dus wel zo’n keurslijf aan willen doen, en dat is niet altijd vanzelfsprekend in deze tijd van financiële druk op het vrije onderzoek.

Waar schreven mijn respondenten over? Schoonheid werd allereerst door velen gevonden in de omstandigheden waarin kennis ontstaat. Het zonlicht door de ramen van de bibliotheek te zien glijden bijvoorbeeld, of langs experimentele opstellingen te lopen. „Toen ik voor het eerst op de Oude Manhuispoort in Amsterdam kwam, en eerst de gang met tweedehands boekverkopers zag, en daarna de stilte in het hofje – daar voelde ik het gewicht en de schoonheid van de wetenschap.”

Een bepaalde sereniteit

Schoonheid van de wetenschap zit óók in de ambiance en entourage van de wetenschap. „In Nijmegen had je de grijze Thomas van Aquinostraat en het Erasmusgebouw waar een bepaalde sereniteit heerst”, schreef Mark Beumer. „In Groningen word je overweldigd door het prachtige houtsnijwerk.” Caroline van der Mark schreef iets dat ook voor velen herkenbaar is: „Soms ook voel ik respect of bewondering of zelfs een bijna verliefdheid op degene die het zo geweldig wist te onderzoeken, uitleggen of samenbrengen.”

De overgrote meerderheid van de ingezonden reacties was evenwel ronduit neoplatonisch van aard. Zoals Jeroen van Baar schreef: „Meer nog dan om schoonheid gaat het mij om de verrukking van het inzicht: het gevoel een glimp op te vangen van das Ding an Sich. Dat is een zeldzaam gevoel, maar je kunt er maanden op teren.” Die sensatie, om de ‘waarheid’ achter en in de formules te ervaren, het wezen van de natuur in een fractal te zien weerspiegeld, bezielt veel van de respondenten. Tientallen wiskundigen legden uit hoe in de elegantie en esthetiek van de vergelijking de waarheid zich openbaart. „Ik geloof niet in een god, zoals jij”, schrijft iemand. „Maar als hij bestond was hij zeker een wiskundige.” Veel respondenten stuurden plaatjes van patronen, of juist kunstwerken, met de opmerking dat dit plaatje hen ineens een doorkijkje had geboden naar dat waarnaar ze op zoek waren geweest in hun onderzoek: ‘orde in de chaos’.

Bergtop

Schoonheid is voor de meesten een individuele ervaring, alleen beleefd in het lab, bij het oplossen van een formule, of het begrijpen van een oude tekst. „Het is alsof ik een berg heb beklommen, en ineens vanaf de top het gehele landschap kan overzien”, vond Christoph Baumgartner. Zo’n ervaring kun je niet afdwingen, die breekt ineens door. Anderen schreven juist over de esthetische ervaring van het in gesprekken en discussies met medeonderzoekers of studenten een stap verder zetten, „waarbij ineens de vonk overslaat”.

Het is zo jammer dat deze drijfveren, om van wetenschap te genieten als ‘het mysterie van de onbegrensde mogelijkheden’ (Johan Siebelink) zich zo moeilijks laat verenigen met beleid en bestuur van wetenschap. In alle discussies die voorbij komen over werkdruk, bezuinigingen of verengelsing is dit de grote missende variabele. Het is een variabele die zich niet laat vangen of managen en daardoor te vaak te dupe wordt van wetenschapsbeleid dat kennisbenuttig en valorisatie wil hebben. Tegelijkertijd verhoogt schoonheid in de wetenschap, zoals Christiaan Schreurs opmerkt, juist het werkplezier en de kwaliteit van het onderzoeksresultaat. Mooie machines, formules, experimentele opstellingen en formuleringen wijzen er immers erop dat het onderzoek gewoon ‘deugt’.