Carnavalscabaret: ‘Denk Tineke Schouten, maar dan in een ton’

Tonpraten Rond de carnaval proberen ‘tonpraters’, onder toeziend oog van Prins Carnaval, volle feestzalen te vermaken met ludieke acts en schunnige grappen. Het is een serieus vak, zeggen de beoefenaars.

De Brabantse tonprater Dirk Kouwenberg tijdens een optreden. Foto Roger Cremers

In de auto van Dirk Kouwenberg (35) liggen drie zwarte rolkoffers en een plank waarin elf bierglazen passen. Het is zaterdagavond en Kouwenberg verlaat zijn woning in Nuland, een dorp nabij Den Bosch, en vertrekt richting drie feestzalen in Limburg en Nood-Brabant. Eenmaal op zijn bestemming transformeert hij in nieuwe persoonlijkheden: een astronaut, een student of een tandarts. Elke rolkoffer bevat de benodigde kostuums en attributen.

Het zijn typetjes waarmee de Brabander mensen in de carnavalsperiode aan het lachen maakt in dorpscafés en feestzalen in Zuid-Nederland. Een traditie beter bekend als ‘tonpraten’: het vertellen van grappen voor een publiek in lokaal dialect, verkleed als typetje, staand in een ton. Kouwenberg: „Tegen mensen boven de rivieren zeg ik altijd: denk aan Tineke Schouten, maar dan in een ton.”

Bijna elke carnavalsvereniging (in Nederland zo’n 1.100) organiseert tonpraatavonden, of pronkzittingen. Het is standaard carnavalvoorpret, tijdens de weken voorafgaand aan het échte carnavalsfeest, dat nu is begonnen. De tonpraters proberen, onder toeziend oog van Prins Carnaval, hun publiek te vermaken. Het heet niet overal hetzelfde overigens: in Limburg noemen ze het ‘buutreednen’, in bepaalde delen van Brabant ‘kletsen’ of ‘sauwelen’.

Er zijn heuse kampioenschappen, het Brabants kampioenschap, het Limburgs- en het Zuid-Nederlands Kampioenschap. Het grootste televisie-evenement is het Keiebeiters Kletstoernooi in Helmond, dat op Omroep Brabant elk jaar honderdduizenden kijkers trekt. De beste tonprater wint de Zilveren Narrenkap en is een jaar lang ‘Opperkletsmajoor’.

„Tonpraten ontstond eind negentiende eeuw in het Duitse Rijnland”, zegt cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers. „Het Limburgse woord ervoor, ‘buutreednen’, stamt hier vanaf: buut betekent ton.” Oorspronkelijk sprongen grappenmakers in carnavalstijd op een ton en leverden op ludieke wijze maatschappijkritiek. „In de jaren zestig is het via de Limburgse steden overgewaaid naar de Brabantse steden. Toen later carnavalsverenigingen in de dorpen opkwamen, werd het ook daar populair.”

Hossende majorettes en narrenkappen

Na een uur rijden bereikt Dirk Kouwenberg het Noord-Limburgse dorp Meterik. Voor de feestzaal staan jongeren in pofbroeken met zilveren hoeden met lange veren op. Binnen, in het voorportaal, klinkt gedempte schlagermuziek, barmannen tappen in recordtempo dienbladen bier. Kouwenberg ritst de rolkoffer open en hijst zichzelf in het ruimtepak: een geblindeerde helm, het NASA-logo op zijn borst. Op zijn arm prijkt de Brabantse vlag.

Het is routine. „Soms heb ik vijf optredens op een dag”, zegt hij. Maar dat is enkel tijdens de topdrukte rond carnaval. „Ik krijg betaald, maar het blijft een hobby. Anders gaat de lol er vanaf.” In het dagelijks leven werkt Kouwenberg op de marketingafdeling van Sligro.

Even later vliegt de zaaldeur open en haalt een stoet hossende majorettes en narrenkappen Kouwenberg op. Binnen staan meterslange tafels waarop chips, kaas en nootjes liggen, voorin zit de Raad van Elf. De astronaut Kouwenberg waggelt naar een houten ton op het podium. Daar pakt hij een biertje, beweegt het naar zijn gezicht. Het glas knalt tegen zijn helm – geel vocht sijpelt over zijn vizier naar beneden „Houston”, roept hij. Het publiek lacht en maakt de zin af: We have a problem!

“Houston, we have a problem. “ Foto Roger Cremers

„We willen graag afwisseling tussen dorpse en buitendorpse acts,” zegt Elbert Joosten, commissielid van de zittingsavond in Meterik naderhand. „Net hadden we nog de lokale kroegbaas als piloot, nu Dirk.” Joosten boekte Kouwenberg omdat hij vorig jaar alle grote prijzen won.

De lolbroek van het café

Waar de top tegenwoordig vooral uit Brabanders bestaat, waren in de begindagen de Limburgers de onbetwiste koningen, met Pierre Cnoops als de Toon Hermans van het tonpraten. De nu 79-jarige Cnoops werd in 1963 voor het eerst Limburgs Kampioen, toerde door binnen- en buitenland en verscheen vaak op televisie. Cnoops: „De belangrijkste taak, naast grappig zijn, is maatschappijkritiek leveren. Zo was een van mijn winnende typetjes een architect die kritisch was over de snelle groei van de sociale woningbouw in de jaren zestig.”

Ook Kouwenberg maakt grappen gekoppeld aan de actualiteit. Zo is zijn typetje ‘de student’ een overdrijving van de dronken corpsbal, en neemt hij bekende Nederlanders op de hak („Het leven is als Lucille Werner, het kan raar lopen”).

Het Limburgse dorp Jabeek vierde het carnaval twee weken eerder dan de rest. Anders komen er te weinig mensen.

Kouwenberg begon op zijn achttiende als dorpse tonprater, gevraagd omdat hij in het café bekend stond als moppentapper. Zijn eerste act was ‘De burgemeester van de Kruisstraat’ – een gehucht nabij het dorp waar hij woonde. Volgens Kouwenberg „niet groter dan twee straten en een glasbak”. Maar hij liet ‘zijn’ burgemeester daar dan uiterst gewichtig over doen.

Na het optreden in Meterik vult Kouwenberg vliegensvlug een formulier in voor zijn gage en springt in de auto, op naar zijn tweede optreden in de Limburgse plaats America. Daar aangekomen pakt hij een ander koffertje en de plank waarin elf bierglazen passen. Binnen, in een klein zaaltje achter het podium vol technici, prinsen en muzikanten, doet Kouwenberg een stropdas om en geeft de houten plank aan een barman. „Tap maar vol met elf alcoholvrije biertjes.”

Op het podium stelt Kouwenberg zichzelf voor als de voorzitter van de „enigste” Brabantse studentenvereniging in Leiden. „Kennen jullie de Bokkenproost?” Kouwenberg dipt zijn kin in een schuimkraag en doet geitengemekker na. Er klinkt gelach.

Het optreden van Dirk Kouwenberg als student.

Tijdens de twintig minuten durende act drinkt hij de elf pilsjes op. Bij elk biertje worden de grappen schunniger, volgen ze elkaar sneller op en lacht het publiek harder. Tenslotte doet hij nog een keer de Bokkenproost. Hij krijgt een staande ovatie.

Na het optreden wringt hij zich door een andere act – een groep trompettisten verkleed als Mexicanen – richting de uitgang. Dan ziet hij een oudere man zitten en schudt snel zijn hand. „Jan Strik uit Someren, een levende legende”, zegt Kouwenberg later in de auto. „Zeventig en zoveel ervaring. Hij vertelt eerst vier moppen en op basis van de reacties bepaalt hij ter plekke wat hij die avond gaat doen.”

Arie Trekgraag

Veel mensen denken volgens Kouwenberg dat tonpraten makkelijk is, maar het is volgens hem juist heel lastig. „Je moet nadenken over spanningsbogen, type grappen en timing. Vaak doe ik tientallen try-outs voordat ik echt ergens optreedt.”

Berry Knapen, als het om gewonnen titels gaat de beste tonprater ooit, beaamt dat (hij werd acht keer Brabants Kampioen). „Als je een kapper speelt, moet je ook al je grappen vertellen vanuit de kapper.” Er zijn volgens hem maar weinig mensen die er zo goed in zijn, dat ze ervan kunnen leven. „Ik ken er maar een stuk of vijf”. Alleen de absolute ‘bovenlaag’, de tonpraters die ook aan wedstrijden meedoen, wordt meestal geboekt voor optredens. „Ik treed tussen de twee a driehonderd keer per jaar op en ben nu al aan het boeken voor 2020.”

Nederland, Berkel-Enschot, 03-02-2018
Een avond op pad met de Brabantse tonprater Dirk Kouwenberg.
Vanavond reist Dirk lang Zaal ?De Meulewiek? in Meterik /
America: Zaal ?Bondszaal? / Berkel-Enschot: Zaal ?De Druiventros?,
Nederland, America, 03-02-2018
Een avond op pad met de Brabantse tonprater Dirk Kouwenberg.
Vanavond reist Dirk lang Zaal ?De Meulewiek? in Meterik /
America: Zaal ?Bondszaal? / Berkel-Enschot: Zaal ?De Druiventros?, ,?,?,?,?
)
Foto’s Roger Cremers

Rond elf uur bereikt Kouwenberg zijn laatste bestemming, in Berkel-Enschot, nabij Tilburg. Daar bestijgt hij vrijwel onmiddellijk de ton, ditmaal als Arie Trekgraag, tandarts uit Son en Beugel. „Dit is de voicemail van Arie Trekgraag. Voor kiespijn, kies één. Voor een beugel, kies hekje. Voor een vulling, kies sterretje.”

Na een staande ovatie gaat het publiek in polonaise richting de bar, een vrouw omhelst Kouwenberg. Ze lacht. „Wat ben je toch een zeikwijf.” Dit zijn de momenten waar hij het voor doet. Zo stuurde een onbekende vrouw hem laatst een Facebookbericht. Zijn grappen hadden haar week een stukje draaglijker gemaakt.

Hij wurmt zich door de hossende menigte richting de kleedkamer. Muzikanten ruimen hun instrumenten op, er klinkt uitgelaten gelach. Kouwenberg verlaat de ruimte via de achteruitgang. Carnavalsmuziek verstomt, een deur valt dicht – enkel het geluid van een rollend koffertje resteert.