Wat doet zo’n militair in z’n eentje in gevaarlijk gebied?

Afghanistan

Na tien jaar verbreekt Marco Kroon het stilzwijgen over een ‘geheime operatie’. Maar wat hij erover zegt, roept nogal wat vragen op. Drie opmerkelijke passages onder de loep.

Marco Kroon tijdens de viering van het 350-jarig bestaan van het Korps Mariniers in Rotterdam. Foto Remko de Waal

Eerst wordt hij gevangengenomen en hardhandig ondervraagd. Dan, na zijn vrijlating, schaduwt en doodt hij zijn gijzelnemer. Het klinkt als Hollywood, het is Uruzgan, 2007. Marco Kroon, in 2009 geslagen tot ridder in de Militaire Willems-Orde wegens heldhaftig optreden in de Afghaanse provincie, beschreef donderdag in het AD opmerkelijke gebeurtenissen die hij tien jaar verzweeg. Hij kwam met zijn verklaring omdat een dag eerder geruchten over de incidenten rondzongen op Twitter.

Als commandant van een commando-eenheid is Kroon in 2007 betrokken bij wat hij een ‘geheime operatie’ noemt. Enkele mannen, vermoedelijk Talibaan, nemen hem korte tijd gevangen. Na vrijlating meldt hij het incident niet bij zijn meerderen, omdat de resultaten van de geheime operatie dan mogelijk „gecompromitteerd” zouden worden. Hij besluit op eigen houtje te onderzoeken wie de leider van zijn gijzelnemers is, en of hij de man bij gevangenneming kan overdragen aan een ‘internationale organisatie’ – vermoedelijk ISAF, de NAVO-operatie in Afghanistan.

Een paar weken na zijn vrijlating komt Kroon de gijzelnemer op een avond toevallig tegen. De man grijpt naar zijn wapen. Kroon is hem voor en leegt zijn magazijn op de man – twintig tot dertig kogels. Een metgezel van de man ontkomt. Ook dit incident houdt Kroon voor zich om de geheime operatie – waarmee „mensenlevens werden gered” – niet in gevaar te brengen.

In 2017, zeven jaar na het Nederlandse vertrek uit Uruzgan, meldt hij de gebeurtenissen bij zijn werkgever, het ministerie van Defensie. Het Openbaar Ministerie (OM) stelt daarop een onderzoek in.

Kroons verklaring over de gebeurtenissen roept meer vragen op dan ze beantwoordt. Drie opmerkelijke passages onder de loep.

  1. Tijdens deze operatie ben ik gevangengenomen door de vijand. (…) Ik onderzocht de situatie omdat ik wilde weten wie de leider was.

    Opvallend aan de verklaring van Kroon is hoeveel hij schijnbaar in zijn eentje deed, liet en meemaakte. Hij werd in zijn eentje gevangen gezet, en besloot na zijn vrijlating zelf onderzoek te doen naar de leidsman van zijn gijzelnemers. Hij vertelde dit aan niemand, ook niet aan zijn meerderen. Maar Kroon was niet alleen op missie: hij was de commandant van een commando-eenheid, een tiental zwaar getrainde elitesoldaten.

    „Ik ken ze niet, mensen die alleen op patrouille gingen”, zegt Niels Roelen, Afghanistan-veteraan en auteur van het boek Soldaat in Uruzgan (2009). „In het leger geldt: één is geen. Wie dekt jou anders? Niemand.” Dat Kroon zijn handelingen omschrijft als eenzame acties, roept tal van vragen op, zegt Roelen. Wat deed Kroon alleen op pad? Hoe bleven zijn verdwijning en gevangenschap onopgemerkt bij de rest van zijn eenheid? Of hebben zijn troepen zijn gevangenschap samen met hem verzwegen? Blijkbaar heeft Kroon na zijn vrijlating zonder opdracht van bovenaf besloten de gijzelnemer te volgen. Levensgevaarlijk, zegt Roelen, „voor jezelf én voor je eenheid”.

  2. Flitsen van zijn brute handelingen kwamen in een klap weer naar boven. Ik greep in een reflex naar mijn wapen en vuurde gericht mijn hele magazijn leeg.

    Het OM onderzoekt of Kroon met zijn geweldsgebruik de boekjes te buiten ging. Wat zijn de geweldsvoorschriften voor een soldaat op missie? „Voorop staat dat een militair zich moet kunnen verdedigen”, aldus een woordvoerder van Defensie. Ook Eimert van Middelkoop, van 2007 tot 2010 minister van Defensie (ChristenUnie), benadrukt dat het onder de in Uruzgan gangbare rules of engagement toegestaan was te doden. In hoeverre het leegschieten van een magazijn daaronder valt, is volgens de Defensiewoordvoerder en Van Middelkoop juristenwerk.

    Bij zo’n oordeel wordt naar „proportionaliteit” gekeken, aldus veteraan Roelen. Het OM onderzoekt of de reactie van de militair in verhouding was met het gevaar waaraan hij werd blootgesteld. Dat bij Kroon naar eigen zeggen de beelden van het „brute” handelen van zijn vijand naar boven kwamen terwijl hij zijn magazijn leegschoot, doet volgens Roelen het vermoeden rijzen dat hij „te hoog in zijn emotie zat” en uit rancune handelde. „Je kunt je afvragen waarom een beroepsmilitair in die gesteldheid op patrouille gaat.”

  3. Destijds was het mijn oordeel dat als ik het incident zou melden, het voortbestaan van de geheime operatie in gevaar zou komen.

    Kroon verzweeg tien jaar lang zijn gevangenname en het doodschieten van zijn gijzelnemer. Melding bij een meerdere kon leiden, redeneert hij in het AD, tot onderzoek naar de incidenten en daarmee mogelijk tot beëindiging van de geheime operatie, die volgens hem mensenlevens redde. De missie in Uruzgan liep in 2010 af, en in 2017 meldde Kroon het incident bij Defensie. „Ik snap er helemaal niets van”, zegt oud-minister Van Middelkoop. „Elk gevechtscontact moet meteen worden gemeld. Dat is een standaardprocedure. Tijdens vier jaar Uruzgan is dat honderden keren gebeurd.”

    Volgens Roelen is het onwaarschijnlijk dat een geheime operatie wordt stilgelegd wanneer vaststaat, zoals Kroon stelt, dat die levens redt. Kroon maakt volgens Roelen kenbaar het oordeelsvermogen van zijn meerderen niet vertrouwd te hebben. Bovendien was hij „überhaupt niet bevoegd om die informatie voor zich te houden”, zegt Van Middelkoop. „Daar gáát hij niet over.”

    Voor Kroon was bescherming van de geheime operatie heilig, blijkt uit zijn verklaring. Hij had na eigen „onderzoek” herleid dat zijn gijzelnemer „steeds dichter bij” de geheime operatie kwam waarbij Kroon en zijn manschappen betrokken waren. Zo bezien was de dood van de man opportuun. Maar, blijkt uit Kroons verklaring, bij de dodelijke schietpartij ontkwam een „collega” van zijn slachtoffer.

    Dit roept de vraag op welk risico Kroon nam door zijn bevindingen niet te delen. Immers, die collega bezat mogelijk óók cruciale informatie over Kroons operatie, zegt Roelen. „Gevaarlijk voor een missie lijkt me juist de vijand die ontkomt.”