Vluchteling én vrouw, dan wordt werk vinden wel heel lastig

Inburgering

Gemeenten richten zich meer op mannelijke vluchtelingen dan op vrouwen. Zo blijven traditionele rolpatronen in stand.

Mannelijke vluchtelingen worden beter geholpen om werk te vinden dan vrouwelijke. Dat rapporteert het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS), waarin maatschappelijk onderzoekers Movisie en het Verwey-Jonker Instituut samenwerken.

Omdat gemeenten vluchtelingen zo snel mogelijk ‘uit de uitkering’ willen, lijkt het er volgens KIS-onderzoeker Inge Razenberg op dat de begeleiding zich doorgaans richt op het „meest kansrijke” gezinslid. Dit is meestal de man; vrouwen komen vaker als nareiziger naar Nederland. Hun man is dan al begonnen met zijn inburgering, spreekt een beetje Nederlands en zit doorgaans al in een traject naar werk.

Lees ook: Asielzoeker vindt weg naar onderwijs niet

Op het moment dat de man een baan heeft gevonden, is het gezin niet langer uitkeringsgerechtigd en verliest de gemeente ook de vrouw uit het oog. Zo ontstaat het risico dat de vrouw nooit werk vindt en sociaal geïsoleerd raakt. Door zich te richten op de man houden gemeenten volgens de onderzoekers onbedoeld „traditionele rolpatronen” uit het land van herkomst in stand; de vrouw werkt niet en zorgt voor de kinderen.

Alleen in de afgelopen vier jaar kwamen er, mede door de Syrische burgeroorlog, al ruim 40.000 vrouwelijke vluchtelingen bij. Slechts 15 procent zal binnen vijf jaar werk vinden, bleek uit eerder onderzoek. Bij mannen is dit ruim twee keer zoveel. Slechts 12 procent van alle statushouders stroomt door naar middelbaar of hoger onderwijs.

Om vrouwen beter te bereiken, moeten gemeenten „gendersensitief” te werk gaan, aldus KIS. Ze moeten praktische bezwaren, zoals gebrek aan werkervaring, niet als hinderpaal zien en „proberen de wensen en competenties van vrouwelijke statushouders te achterhalen”.

Bezuinigingen

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ziet „een wisselend beeld” onder haar leden, waar het gaat om begeleiding van vrouwelijke vluchtelingen. Bijna tweederde van de gemeenten meldde vorig jaar in een enquête van KIS inderdaad meer moeite te hebben vrouwen aan werk te helpen.

Dat veel gemeenten geen speciale aandacht hebben voor vrouwelijke statushouders, komt volgens de VNG deels doordat zij niet meer verantwoordelijk zijn voor de eerste fase van de inburgering. Hierdoor is de expertise bij gemeenten over statushouders afgenomen, aldus woordvoerder Angela de Jong. Ook stellen gemeenten andere prioriteiten dan begeleiding van vrouwelijke vluchtelingen door „een stapeling van bezuinigingen”.

    • Kasper van Laarhoven