Verbeterplan kliniek Michael P.: meer controles, meer personeel

In de kliniek waar de vermoedelijke moordenaar van Anne Faber verbleef, was veel mis. Er wordt nu extra bewaking ingezet.

Een exterieur van de kliniek. Bas Czerwinski / ANP

Kliniek Roosenburg in Den Dolder heeft donderdag een verbeterplan gepresenteerd naar aanleiding van de zaak-Faber. Het plan beoogt de veiligheid rondom het terrein te verbeteren door inzet van extra bewaking. De personeelsbezetting zal moeten worden verruimd met hulp van recruiters, en medewerkers krijgen extra training. De kliniek breidt ook de mogelijkheden uit om te controleren op drugs, op basis van urine, blazen, wangslijm, honden, fouilleren en kamercontrole. De inspecties, die het verbeterplan eisten, hebben positief gereageerd.

Aanleiding voor het plan is de aanhouding van cliënt Michael P., verdacht van moord op de 25-jarige Anne Faber op 29 september vorig jaar. P. was eerder veroordeeld voor verkrachting, had medewerking geweigerd aan een gedragskundig onderzoek in het Pieter Baan Centrum, omdat hij geen tbs opgelegd wilde krijgen, en zat zijn straf uit in de forensische kliniek Roosenburg.

Tijdens zijn verlof in het kader van zijn reïntegratie zou hij Faber, die in de buurt van de kliniek een fietstocht maakte, van haar vrijheid hebben beroofd, onder bedreiging van een mes hebben verkracht en vermoord en het lichaam hebben verstopt.

De zaak leidde tot maatschappelijke onrust en medewerkers van de kliniek werden bedreigd. Er volgde een tijdelijke opnamestop voor complexe patiënten en de Inspectie van Justitie en Veiligheid en de Inspectie van de Gezondheidszorg voerden een onderzoek uit naar de omstandigheden in de kliniek. Op basis van onder meer dertig gesprekken met medewerkers en patiënten concludeerden de inspecteurs in november dat een aantal verbeteringen nodig was.

Inhuurkrachten

Zo maakten medewerkers van de kliniek zich zorgen over de personeelsbezetting. Wegens ziekteverzuim en vacatures werd 12 tot 20 procent van alle diensten vervuld door inhuurkrachten. De vaste begeleiders en verpleegkundigen voelden zich daar niet veilig bij. De ‘externen’ waren niet altijd even bekend met de moeilijkheden van de doelgroep en niet getraind in situaties waarbij back-up nodig was. Het bestuur van de kliniek zei in een reactie door de „krappe arbeidsmarkt”, voelbaar in de „hele geestelijke gezondheidzorg”, niet anders te kunnen. In 2016 moest de kliniek door de krappe bezetting nog twaalf bedden sluiten.

Gevoelens van onveiligheid werden versterkt door de drugsproblematiek in de kliniek. De inspecteurs concludeerden dat het mogelijk was om op het openbare, omliggende terrein en in de aangrenzende dorpen aan drugs te komen. „Dit maakt het voor patiënten extra moeilijk om te gaan met hun verslavingsproblematiek.”

Lees ook: De kliniek van P. krijgt nu haatmails

Het drugsvrij houden van de afdelingen blijkt „lastig”, ondanks urinecontroles en een pilot met wangslijmonderzoek.

Ook misten de medewerkers de vaste bewakers op het terrein. Die waren enkele jaren terug wegens bezuinigingen vervangen door ‘buurtcoaches’, die blijkbaar minder vertrouwd overkomen. De inspecties onderzochten daarnaast geruchten in de media dat in de kliniek relaties voorkwamen tussen medewerkers en patiënten. Maar daar zouden geïnterviewden zich niet in hebben herkend.

    • Freek Schravesande