Er zijn te veel feestjes voor één burgemeester

Hulde Jubilarissen bezoeken kost burgemeesters zo veel tijd, dat ze een selectie maken. Sommigen houden wel vast aan de traditie. „Het is gewoon gezellig.”

Eén feest voor 135 jubilerende echtparen in de gemeente Zundert, afgelopen december. Foto Merlin Daleman

In het noorden van Twente, vlakbij de Duitse grens, sjeest Wilmien Haverkamp-Wenker (51) over rijkswegen richting het dorpje Langeveen. De burgemeester van Tubbergen rijdt tussen vergaderingen en afspraken door naar het vijftigjarige huwelijksfeest van Henny en Marietje Stopel. In de kofferbak ligt de ambtsketen, die zal ze straks op de parkeerplaats omhangen, om vervolgens met een bloemetje de feestzaal te betreden.

Het is een bezoek dat ze zo’n zestig keer per jaar aflegt: aan de gouden bruidsparen, aan mensen die 60, 65 of 70 jaar zijn getrouwd en natuurlijk aan honderdjarige inwoners. Niet altijd op een receptie, vaak bij mensen thuis: ze drinken koffie, eten gebak, praten over alledaagse zaken, het leven en hun gemeente.

De burgemeester die jubilerende echtparen bezoekt, het is een verdwijnende traditie. Was het voor de millenniumwisseling nog dagelijks gebruik, door gemeentefusies (380 gemeenten nu tegen 537 in 2000) en langere levensverwachtingen is het lastiger om iedereen persoonlijk te feliciteren. Zo is het aantal vijftigjarige huwelijken per jaar sinds 2000 meer dan verdubbeld (van 22.300 naar 49.000). Echtparen ontvangen altijd een schriftelijke felicitatie, maar in veel gemeenten verschuiven de bezoeken naar het zestigjarige huwelijksfeest. Sommige gemeenten gaan verder. In Ede krijg je vanaf het vijfenzestigjarige huwelijk bezoek en in Breda en Enschede vanaf zeventig jaar. In andere gemeenten, vooral grote steden, komt de burgemeester niet meer langs.

Ook in Tubbergen (zo’n 21.000 inwoners) stonden de bezoeken ter discussie, vertelt burgemeester Haverkamp, terwijl ze het Twentse veenlandschap doorkruist. Haar bestuurssecretaresse stelde voor de bezoeken te schrappen omwille van de tijd. „Ik zei direct nee, ik wil dicht bij de inwoners staan. Bovendien is het gewoon gezellig.”

Schroom

Marcel Delhez, burgemeester van Noord-Beveland (zo’n 7.500 inwoners) in Zeeland begrijpt dat het bezoeken in gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners „gewoon ondoenlijk” is. „Toch wil ik mijn collega’s in middelgrote plaatsen adviseren de echtparen te blijven ontmoeten. We praten over de kleinkinderen, maar ook over gevoelige zaken, zoals de uitgestelde komst van een supermarkt.” Delhez legt dan uit hoe zo’n besluit is genomen. „Mensen hebben er dan bijna altijd begrip voor. We moeten niet vergeten dat onze oudere inwoners geen sociale media hebben”, zegt hij. „De krant en een gemeenteverslag beschrijven de uitzonderingen, de dagelijkse gang van zaken krijgen ze minder goed mee.”

We praten over de kleinkinderen, maar ook over gevoelige zaken, zoals de uitgestelde komst van een supermarkt

Marcel Delhez, burgemeester van Noord-Beveland

Hans van der Pas is burgemeester van Rhenen, gelegen op de Utrechtse Heuvelrug (zo’n 20.000 inwoners), een gemeente met veel hoogteverschillen. Als hij een echtpaar bezoekt in een huis met steile trapjes en smalle ruimtes, kaart hij aan of ze al nadenken over verhuizen, zegt hij. „Na een ongelukje is het vaak te laat – dat is de burgervader die spreekt.”

Luisterend oor

Tijdens de bezoeken hoort Van der Pas over ergernissen als verdwijnende voorzieningen en auto’s die te hard rijden. Het zijn vaak kleine dingen, maar toch bespeurt hij bij mensen schroom om naar het gemeentehuis te gaan. „Ik ben blij als ze het met mij delen. Soms ligt een briefje klaar, zodat mensen het niet vergeten. Ik oordeel nooit, ik speel het door.”

Burgemeester Haverkamp van Tubbergen heeft een soortgelijke ervaring, zegt ze terwijl ze Langeveen binnenrijdt. „In de zomer kamperen feestende jongeren bij boeren op het platteland. Pas toen ik bij inwoners thuiskwam werd mij de overlast duidelijk.” Nu is ze met de jongeren en boeren in gesprek om de zomerse feesten beter te organiseren.

Foto’s Merlin Daleman

Haverkamp stopt de auto vlakbij het café waar het echtpaar Stopel feestviert. Op de parkeerplaats hangt ze de ambtsketen om. Binnen is het warm, obers benen rond met koffie en slagroomtaart. Aan de muren hangen zwart-witfoto’s. Het bezoek zit aan lange tafels waarop handgeschreven bordjes staan (‘het koor’, ‘kleinkinderen’, ‘de buren’). Henny Stopel draagt een zwart pak, Marietje Stopel een jurk. Als Haverkamp de twee feliciteert, wijst Marietje Stopel: „Dit zijn mijn dochters en kleinkinderen.” Trots pakt ze een babyhandje vast. „Kijk, dit is de jongste.”

Lees ook: Hulde aan het raadslid. Hij zet zich in voor ons

Na de felicitaties schuift de burgemeester bij de familie aan. Henny Stopel is blij met Haverkamps bezoek. „We stellen haar luisterend oor op prijs, dat ze weet wat in de gemeenschap speelt.” Hij vertelt over zijn werk voor de Overijsselse vakbond. „Ze kwamen vanuit Amsterdam om mij te lauweren. En ik ben al vijftig jaar lid van het zangkoor. Wij zingen nog altijd in het Latijn.” Hij kijkt naar een A4’tje. „Vroeger moest je naar het gemeentehuis om de burgemeester te zien, nu komt ze langs. U verbindt de dorpen.”

Ondertussen vervangen obers de lege koffiekopjes voor bier en wijn. Het gesprek komt op de kleinkinderen die in de winterdonkerte naar school fietsen. Dat ze hun moeder moeten appen als ze vertrekken en aankomen. Haverkamp knikt instemmend, haar kinderen moeten dat ook.

Tussenvorm

Marietje Stopels dochter leunt naar voren. „Mag ik u eens iets vragen. Hoe wordt iemand eigenlijk burgemeester? Daar is toch geen school voor?” Haverkamp vertelt over een brief en een sollicitatiecommissie. De raad en het college hebben haar goed op weg geholpen, een andere burgemeester is haar overlegpartner. De dochter knikt begrijpend.

In sommige gemeenten kiest de burgemeester voor een tussenvorm om gouden paren te ontmoeten: één groot feest voor alle stellen. Zoals in het West-Brabantse Zundert (zo’n 22.000 inwoners), waar op een dinsdagmiddag in december lange tafels in een feestzaal zijn gevuld met echtparen; een vrouw laat een tafelpartner op haar smartphone een zwart-witfoto van een jong bruidspaar zien.

Burgemeester Leny Poppe-de Looff vertelt dat ze iedereen graag persoonlijk ziet, dat vindt ze belangrijk. „Echtparen die zestig jaar of langer getrouwd zijn bezoek ik wel, dat hoort bij mijn ambt.” Ze gaat de zaal in, zit aan verschillende tafeltjes. Tussendoor kijkt ze op haar telefoon: het werk gaat altijd door.

Oud-burgemeester Job Cohen heeft vijf wensen voor een ideale gemeente: De raad moet de burgemeester kiezen en lokale media moeten geld krijgen van het Rijk.

Na een groepsfoto en muziek begint burgemeester Poppe-de Looff aan haar speech. „Er zijn vandaag 135 echtparen”, zegt ze. „Het is jammer, maar u allemaal persoonlijk bezoeken zou niet te doen zijn.”

In Langeveen loopt het bezoek bij Henny en Marietje Stopel ook ten einde. Burgemeester Haverkamp staat op, ze moet echt gaan, het is al een uur later dan gepland. Henny Stopel vraagt of ze nog even blijft. „Er wordt zo gezongen en gespeecht, wilt u niet nog iets drinken?”

Onderweg naar de uitgang schieten feestgangers de burgemeester meermaals aan. Ze schudt handen, de ambtsketen zwiert van tafel naar stoel. Een kwartier later trekt ze de laatste hand los en is de deur in zicht.

Op naar de volgende afspraak.

    • Fabian de Bont