Recensie

Schoolse uitvoering van ‘Manfred Symfonie’ bij KCO

Tsjaikovski’s ‘Manfred’ blijft onder dirigent Kochanovsky meer een geraamte dan een held van vlees en bloed.

Dirigent Stanislav Kochanovsky

Duitser Robert Schumann en Rus Pjotr Ilitsj Tsjaikovski leken wel wat op elkaar. Ze waren literaire geesten in componistenlichamen. Hun liefde voor poëzie en verhalen zocht vaak haar weg in hun muziek. Beiden lieten zich inspireren door Lord Byrons spookachtige geschiedenis over Manfred, een door schuldgevoel verteerde ziel, die door de Alpen zwerft en tot in de onderwereld vergetelheid zoekt.

In de loop der tijd riep Tsjaikovski’s Manfred Symfonie tegenstrijdige emoties op. Zelfs bij de componist. Aanvankelijk noemde hij het zijn beste werk, maar later bedacht hij zich, en speelde met het idee het manuscript te vernietigen. Dirigent Arturo Toscanini was een mateloos bewonderaar, al schroomde hij niet om de symfonie te bekorten. Zijn vakgenoot Leonard Bernstein sabelde deze Tsjaikovski neer als „trash”.

De jonge Russische dirigent Stanislav Kochanovsky stond dus voor een zware opdracht bij zijn debuut voor het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij leidde zijn musici strak en streng door de partituur, maar het lukte hem niet om een overkoepelende spanningsboog te bouwen. Onder zijn handen kon je prachtig alle verschillende orkestrale stemmen horen, maar ze versmolten nauwelijks. En zo werd Manfred meer uit een idee dan een held van vlees en bloed. De muzikale stiltes wilden maar niet uitgroeien tot spanningsvolle momenten, waarop je steeds vervaarlijk dichter naar de punt van de stoel schoof. De dirigent volhardde in een schoolse aanpak, die drama ontbeerde.

De ware bezieling zat in Schumanns Pianoconcert, vooral door de poëtische kracht van solist Alexander Gavrylyuk, die als een dolfijn het orkest doorkliefde – het ene moment dook hij onder in diens slanke klanken, om hier het volgende ogenblik met ongelooflijke helderheid bovenuit te springen. Er ontvouwde zich een mooie kamermuzikale dialoog, waarin het niet aan betovering ontbrak.

    • Joost Galema