Column

PVV in Rotterdam

Wanneer mag je iemand een racist of een rechts-extremist noemen? Volgens de aan de kant gezette lijsttrekker van de Rotterdame PVV, Géza Hegedüs, níét wanneer die persoon pleit voor een blanke etnostaat, zich openlijk druk maakt over „negers die met Nederlandse vrouwen over straat gaan” of een bekende holocaustontkenner via Facebook „nog vele productieve jaren” toewenst.

In een interview vorige week met NRC zei Hegedüs (kind van Hongaarse vluchtelingen) dat „de media”, maar ook Geert Wilders zelf, hem verkeerd hebben beoordeeld. „Ik ben geen ultrarechts persoon”, beweerde hij, maar zei tegelijkertijd nog altijd achter zijn uitspraken te staan, die zelfs voor de PVV aanleiding waren om hem binnen 24 uur na zijn benoeming af te zetten. Als tegenbewijs voerde hij in een artikel in het AD nog zijn „gekleurde vriendenkring” op, maar wie trapt daar nog in? Als we zijn denkbeelden al niet als rechts-extremistisch of racistisch mogen bestempelen, wat dan nog eigenlijk wel? Hegedüs zei dat hij vooral taboes had willen doorbreken, maar het was pas echt taboe-doorbrekend geweest als hij had durven toegeven inderdaad een racist of rechts-extremist te zijn. Maar zoiets zegt geen mens van zichzelf natuurlijk.

Na deze miskleun beloofde Wilders zijn lokale kandidaten beter te gaan screenen. Een week later presenteerde hij ene Maurice Meeuwissen, die – op het internet – inderdaad een ‘smetteloos verleden’ lijkt te hebben, want nagenoeg onvindbaar is. Nog maar één keer heeft Meeuwissen zich in het openbaar vertoond. Samen met Geert Wilders was de nieuwe lijsttrekker twee weken geleden eventjes bij de PVV-demonstratie in het centrum van Rotterdam, waar hij weinig spraakzaam was. Toen journalisten hem vroegen naar het partijprogramma stamelde hij iets over de de-islamisering van Rotterdam en de ouderenzorg. Sindsdien houdt hij zich verscholen en is verder nog niets bekend over de plannen van de PVV met de stad.

Hij beantwoordt de aanvragen voor verkiezingsdebatten niet eens

Als lijsttrekker is hij uitgenodigd voor meerdere verkiezingsdebatten, maar hij beantwoordt de aanvragen niet eens. Hij is nagenoeg onzichtbaar, ook op Twitter. Nagenoeg, want laatst had hij een merkwaardige retweet. Toen VVV-Venlo vorige week won van Feyenoord, stuurde Wilders via Twitter felicitaties aan de voetbalclub uit zijn thuisstad. En Meeuwissen retweette, waarmee hij dus zijn eerste, oenige fout beging, die overigens niet onopgemerkt bleef onder de Rotterdamse Feyenoordfans.

Wellicht dat deze tweede-keus-lijsttrekker straks alsnog verschijnt bij een enkel stadsdebat, maar hij zou er als nieuwkomer geen enkele kans maken, zo is mijn inschatting. En al zeker niet tegenover een mediagenieke en vlotte prater als Joost Eerdmans, de grootste concurrent van de PVV. Dan zou het ook nog kunnen gebeuren dat Geert Wilders zichzelf gaat aanbieden voor zo’n lokaal debat. Laten we hopen dat de organisatoren de verleiding (van hoge kijkcijfers en bezoekersaantallen) kunnen weerstaan en hem die – oneerlijke – kans niet te geven. De Rotterdamse PVV zal het sowieso moeten hebben van de populariteit van hun landelijke leider, want met deze zwakke kandidatenlijst lijken ze zelf nog geen deuk in een pakje boter te kunnen slaan.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.