EU-hof gaat Nederlandse rechter adviseren over Britse burgers

Rechtszaak

Britten die in Nederland wonen hebben woensdag een eerste juridische overwinning geboekt in een poging hun rechten als EU-burgers te behouden ná de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie in 2019.

De rechtbank in Amsterdam verklaarde hun zaak ontvankelijk. Nederland moet het Hof van Justitie van de Europese Unie nu vragen om een oordeel over de consequenties die Brexit voor hen heeft.

De zaak was aangespannen namens de ongeveer 46.000 Britten in Nederland. Hoe hun toekomst er na Brexit uitziet, is nog onduidelijk. Zij willen na 2019 niet de rechten verliezen die zij nu als inwoners van de EU hebben. Het gaat hun om het recht op verblijf en werk, om vrij reizen, gezinshereniging en pensioenopbouw.

Volgens de kortgedingrechter moet er „meer duidelijkheid komen” voor de eisers. Omdat burgers niet rechtstreeks een zaak mogen voorleggen aan het Europees Hof van Justitie, liep het juridische geschil via EU-lidstaat Nederland.

Volgende week begint een nieuwe ronde gesprekken tussen het Verenigd Koninkrijk en de overige 27 leden van de Europese Unie. De onderhandelingen moeten in oktober zijn afgerond, zodat de scheiding op 29 maart 2019 kan plaatsvinden.

Advocaat Christiaan Alberdingk Thijm, die de eisers bijstond, toonde zich verheugd met de uitspraak. Maar hij zei ook: „We moeten ons wel realiseren dat dit slechts een eerste stap is. Deze zaak is bedoeld om duidelijkheid te krijgen.”

    • Huib de Zeeuw
    • Maral Noshad Sharifi