Recensie

Met de geschiedenis speel je niet straffeloos

Javier Cercas

De Spaanse schrijver van historische romans over de Burgeroorlog schreef een journalistiek boek over een man die zich jarenlang voordeed als concentratiekamp-gevangene.

In mei 2005 werd Enric Marco ontmaskerd. Jaren had hij als voorzitter van de Catalaanse vereniging ‘Vrienden van Mauthausen’ lezingen gegeven over de concentratiekampen van de nazi’s. Hij sprak uit ervaring: tijdens de oorlog had hij gevangen gezeten in kamp Flossenbürg in Beieren. Het bleek niet waar te zijn. Van de ene dag op de andere veranderde Marco van een bewonderd en gedecoreerd man in een outcast, die vergeefs probeerde uit te leggen dat hij het zo goed bedoeld had.

Javier Cercas (1962) schreef De bedrieger, over de vraag hoe dat allemaal kon gebeuren. ‘Mijn eerste boek zonder fictie’, aldus de Spaanse schrijver, die in 2001 internationaal doorbrak met Soldaten van Salamis, een gefictionaliseerde reportage over een soldaat die in de Spaanse Burgeroorlog weigert een tegenstander te doden en Cercas’ eigen zoektocht naar hem. Dat boek werd het prototype van een nieuw soort literatuur die snel navolging vond. In de historische roman werden feit en fictie van oudsher al gemakkelijk vermengd; nu voegde Cercas daar de journalistieke toon van eigen research aan toe.

Dat was niet zonder risico, want wat pretendeert een journalist die historische feiten beschrijft met de wetten van de roman? Leesbare boeken levert dat zeker op, maar met de geschiedenis speel je niet straffeloos. In een gefingeerd gesprek met Marco ontkomt Cercas er niet aan zichzelf kritisch de vraag te stellen of hijzelf niet net zo’n bedrieger is als Marco.

Dat is niet het enige appeltje dat Cercas in zijn boek te schillen heeft. Buitengewoon kritisch betoont hij zich over wat hij ‘de industrie van de historische herinnering’ noemt. Kort na de millenniumwisseling kwam in Spanje de erfenis van de Burgeroorlog op het politieke programma. Had het zwijgpact van ‘zand erover’ dat na Franco’s dood een vredige overgang naar de democratie mogelijk had gemaakt, niet te veel onrecht onbestraft gelaten? Er kwam een speciale wet voor eerherstel van de verliezers van weleer

Maar daarmee werd die herinnering ook een politiek instrument, aldus Cercas, en kregen persoonlijke verhalen vaak de voorrang op objectieve geschiedschrijving, de moraal op de waarheidsvinding. In die sfeer kon het bedrog van Marco gemakkelijk gedijen, zo stelt hij vast, en diens ontmaskering maakte er tegelijk ook een einde aan.

Dat laatste is misschien wat al te veel eer voor Marco, al is de ‘historische herinnering’ in Spanje inmiddels inderdaad een zachte dood gestorven. Cercas’ bespiegelingen daarover zijn behartigenswaardig, maar hadden een betere context verdiend dan De bedrieger. Elk detail wordt uitgemolken; elke gedachte uitentreuren belicht. Met de helft van het aantal bladzijden was dit een betekenisvol boek geworden. Nu moet de lezer het stellen met af en toe een krent in de pap – en met de woordpareltjes in de sprankelende vertaling van Jos den Bekker. Komt Marco dankzij één van zijn huwelijken in een Andalusisch huishouden terecht, dan wordt dat ‘een hartstochtelijk tumult van geschreeuw, gevloek en holadijee’. Prachtig – je moet er maar opkomen.