Recensie

Mededogen met de eenzamen

Willy Vlautin In Laat me niet vallen schrijft de Amerikaan Willy Vlautin opnieuw over outcasts. Het is de literaire evenknie van Springsteen: sociale betrokkenheid zonder uitzichtloos en hopeloos te klinken.

Willy Vlautins nieuwste roman, zijn vijfde, draait in feite om twee hoofdpersonen: de wat naïeve jongen Horace Hopper en de bejaarde schapenrancher Mr. Reese. Horace is als jochie door Reese en zijn vrouw in huis genomen, zij voeden hem op als hun zoon en hopen dat hij de ranch zal overnemen. De verhouding tussen Mr. Reese en de jongen is van een dermate liefdevolle intensiteit dat de geoefende lezer na enkele tientallen pagina’s welhaast móet denken: wat zal dit godsgruwelijk misgaan. Dat doet het ook, zij het op een andere manier dan verwacht kon worden.

Horace heeft namelijk een droom: hij wil profbokser worden. Daarvoor moet hij naar Mexico want daar wordt het hardst gebokst en als er iets is dat Horace kan, is het hard slaan; hij kan, met zijn half-Indiaanse afkomst, ook best voor Mexicaan doorgaan, heeft zelfs de boksersnaam Hector Hidalgo al aangenomen maar met zijn pogingen Spaans te leren wil het maar niet vlotten. En met die bokscarrière, na enkele hoopvolle ouvertures, ook niet.

In al Vlautins romans valt zijn voorkeur voor outcasts op, gehavende mensen die door wat voor oorzaken dan ook, in moeilijkheden zijn geraakt. Amerika 21ste eeuw, kortom. Maar nog opvallender is zijn alles doordringende gevoel van mededogen voor zijn personages, cynisme is hem vreemd, zo ook hier. En dat maakt de affectie tussen Horace en zijn pleegouders overtuigend geloofwaardig, zoals ook diens eigen standvastigheid, de klappen die hij (ook letterlijk) incasseert niettegenstaande. In dat opzicht doet Vlautins werk, meer nog dan aan de in zijn verband het vaakst genoemde John Steinbeck en zijn eigen favoriete muzikant Tom Waits, denken aan zanger/gitarist Bruce Springsteen, wiens werk ook wordt gekenmerkt door sociale betrokkenheid zonder uitzichtloos en hopeloos te klinken.

Die verwijzingen naar populaire muziek lijken er misschien met de haren bijgesleept, maar ze zijn het niet. Op de laatste cd van de band Richmond Fontaine, inmiddels opgeheven, staat een nummer getiteld Don’t skip out on me, toevallig ook de oorspronkelijke titel van het onderhavige boek. Hoewel, toevallig? Nee, want de leider en belangrijkste songwriter van de band is Willy Vlautin, ook de auteur van Laat me niet vallen, zoals het boek in vertaling is gaan heten. De tekst van het nummer refereert maar zijdelings aan de thematiek van het boek, maar muziek en literatuur vloeien (evenals bij Northline, een eerdere roman met bijgevoegde soundtrack) intrigerend in elkaar over.

‘Dit is een boek over eenzaamheid,’ liet Vlautin zelf in een interview weten en het is niet moeilijk te zien wat hij bedoelt. Horace weet dat er in de bokswereld geen plaats is voor allianties en kiest zelf, met al zijn twijfels, voor een eenzaam bestaan in de marge. En hoewel het huwelijk tussen de Reese’s goed te noemen is, is Mr. Reese in toenemende mate ook op zichzelf aangewezen naarmate de signalen dat zijn vrouw aan het dementeren is, en de druk om zijn kudde te verkopen toenemen. Net als in zijn vorige boeken weet Vlautin dat overheersende gevoel van isolement knap te illustreren met wat in filmscenario’s set-scenes zouden heten: vignetten met de verhalen van passanten, die geen consequentie hebben voor het verloop van het verhaal, maar voor knappe, boeiende accenten zorgen.

Nog niet zo lang geleden zou voor het werk van Willy Vlautin de term ‘dirty realism’ zijn uitgevonden, en met zijn voorkeur voor wat grauwe onderwerpen en zijn droge, onopgesmukte stijl lijkt hij inderdaad schatplichtig aan Raymond Carver en de anderen die in dit verband genoemd worden. In het huidige Amerika kan dat ‘dirty’ er best af en is het tot alledaags realisme geworden. Dit boek is alle media aandacht meer dan waard. En dan te bedenken dat het niet eens Willy Vlautins beste is.