Commentaar

Al is zijn naam door antisemitisme besmet, Luceberts poëzie blijft van waarde

Bertus Swaanswijk (1924-1994) was 18 en de Duitse bezetting van Nederland had grimmige vormen aangenomen. Sinds de Februaristaking in 1941 kon geen Amsterdammer meer beweren dat hij niet wist dat de nazi’s bezig waren met de Jodenvervolging. Buiten dat werden in heel Nederland mensen geterroriseerd, opgepakt, afgevoerd. Desondanks was Bertus Swaanswijk in 1943 zo gegrepen door het nationaal-socialisme dat hij vrijwillig ging werken in de Duitse wapenindustrie.

Nu waren er heel wat meer Nederlanders zoals hij. Maar Swaanswijk ontwikkelde zich na de oorlog tot de bewonderde, geëngageerde dichter en beeldend kunstenaar Lucebert. En dat had zo zijn consequenties. Zo is hij de dichter van de onwaarschijnlijk vaak geciteerde strofe „Alles van waarde is weerloos”, die sinds 1978 in roze neon boven de Rotterdamse Blaak waarschuwt tegen oorlogsgeweld.

Binnen tien jaar na de bevrijding was hij het middelpunt van de Vijftigers, experimentele dichters die reageerden op de horror van de oorlog. Lucebert ook. Zijn tijd in de Duitse Arbeitseinsatz werd opgevat als dwangarbeid. Lucebert liet het zo.

Toen helder was dat het een vrijwillige aanmelding betrof, vroeg niemand verder. En zelfs toen in 1995 bekend werd dat hij zich had willen melden voor de SS en het Oostfront, had dat geen noemenswaardig effect.

En nu wordt Lucebert alsnog ontmaskerd, door zijn biograaf Wim Hazeu. Daarbij komen de, tot nu toe onbekende, heftig antisemitische passages in zijn brieven uit 1943 het hardst aan. Want ze zijn zorgvuldig geformuleerd en moeilijk meer te vergoelijken als onbesuisd gedrag van een jonge man.

Zijn we nu gehouden zijn poëzie te lezen met een constante echo van zijn antisemitisme? Feit is dat Nederland Luceberts werk opnam in het collectief bewustzijn – denk aan legendarische regels als „in deze tijd heeft wat men altijd noemde / schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand”. Moet Rotterdam overwegen het ‘Alles van waarde is weerloos’ van de gevel te halen?

Er kleeft een verschrikkelijke smet aan Lucebert. Dat is een legitieme reden om niks meer van hem te willen weten, lezen en zien.

Even terecht kan besloten worden dat hij zich na de oorlog heeft gerevancheerd, met zijn jazzy poëzie en zijn jazzy beeldende kunst en dat goede kunst zich loszingt van de kunstenaar. Dat we zijn ijzersterke werk niet willen opgeven, ook al kennen we hem nu als een zwijgzame man, gekweld door een demon „die van binnen dingen doet die niemand ziet / ook ik niet want donker is het daar en zwart.”

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.