De laatste woestijnkrokodillen kunnen geen geit meer verschalken

Crocodylus Niloticus In de woestijn van Mauritanië leven al duizenden jaren krokodillen. Op zoek naar de bdezo.

‘Krokodil, krokodil”, roepen de tieners die komen aangesneld nadat de auto is gestopt. Even verderop staan een paar huizen, gebouwd van bruine keien die met leem aan elkaar zijn geplakt. Volgens Google Maps ben ik twee kilometer verwijderd van de Guelta Matmata, een waterpoel in de woestijn van Mauritanië waar naar verluidt een paar krokodillen leven. „Ik ben de gids”, roept een van de jongens. Ik aarzel of ik hem zal meenemen; uit een reisgids heb ik een aantal gps-coördinaten. Zelf de waterpoel vinden is vast niet zo moeilijk.

De woestijnkrokodillen van Matmata stammen uit de tijd dat de Sahara nog tropisch groen was. Nadat het klimaat zo’n zesduizend jaar geleden begon te veranderen, stierven de dieren door gebrek aan water bijna overal uit. Behalve in Mauritanië hebben alleen in Tsjaad een paar Nijlkrokodillen, of Crocodylus Niloticus zoals hun officiële naam luidt, in de Sahara weten te overleven. In de Guelta Matmata, zo’n 500 kilometer ten oosten van hoofdstad Nouakchott, leven er naar verluidt een stuk of tien.

Ik besluit zonder gids op zoek te gaan naar de krokodillen – het is zaak ze stil te benaderen en een grote schare dorpelingen die achter me aanloopt is daarvoor vast niet bevorderlijk. Ik start de auto om een spoor te volgen door het rulle zand van een droge rivierbedding. Aan weerszijden van de wadi, zoals droge rivierbeddingen hier genoemd worden, komen roodbruine rotsen bijna loodrecht uit de aarde omhoog. Een groep nomaden drenkt zijn kamelen bij een waterput.

Mauritanië, in het noord-westen van Afrika.

Al snel stuit ik op grote rotsblokken die de doorgang blokkeren. Ik parkeer de auto in de schaduw van een palmboom en rol een kleed uit om koffie te zetten. Het is vroeg in de middag, het heetste moment van de dag, geen goed tijdstip om te voet op verkenning uit te gaan. Terwijl ik de gasbrander aansteek, zie ik vanuit de verte drie jongens uit het dorp naderen. Twee zijn gekleed in lange traditionele gewaden, de derde draagt een korte broek en een T-shirt.

„Het gaat goed met de krokodillen”, zegt een van de jongens. „Er zijn er meer dan een paar jaar geleden. Zeker een stuk of tien.” Volgens de jongens leven de krokodillen verspreid over verschillende waterpoelen. Ze wijzen naar de overkant van de wadi. „Daar zitten er twee. Op dit tijdstip van de dag liggen ze vaak te bakken in het zand.”

Nieuwsgierig besluit ik meteen te gaan kijken, ondanks de hitte. Zo dichtbij had ik de krokodillen niet verwacht. Op aanwijzing van de jongens zie ik al snel twee dieren tussen een paar rotsblokken in de zon liggen.

Niet bang voor de bdezo

Ik probeer zonder geluid te maken zo dicht te mogelijk te naderen. Volgens de jongen is de bdezo, zoals een krokodil hier in het Arabisch wordt genoemd, niet gevaarlijk. Vee dat in de waterpoelen komt drinken laten ze met rust. Op internet heb ik geen verhalen gevonden over Mauritaniërs die zijn opgegeten. Blijkbaar zijn niet alle krokodillen zo bloeddorstig als in de film Crocodile Dundee.

Lees ook over kamperen in Oman: Zonder nummertjes, toiletblokken en regels

De krokodillen in Mauritanië zijn sowieso niet erg vitaal – overleven in de woestijn is geen sinecure. In de waterpoelen waarin ze leven, zijn een paar vissen hun enige voedsel. Meestal lijden ze honger. Daardoor zijn de Mauritaanse krokodillen in de loop van de eeuwen langzaam gedegenereerd. Een fitte Nijlkrokodil kan zo’n vier meter lang worden, maar de exemplaren in Mauritanië zijn zelden langer dan twee meter, aldus een Portugees onderzoek uit 2011. Wellicht ontbreekt het de dieren eenvoudig aan energie om een geit of kameel te verschalken.

Op zoek naar de Nijlkrokodil: hier in Mauritanië leven er een stuk of tien. Foto’s Gerbert van der Aa

Samen met mijn drie gidsen wandel ik dieper de wadi in. Volgens hen is er verderop nog een waterpoel met krokodillen. Om daar te komen moeten we over een smal pad langs een rotswand omhoog. Doornige struiken versperren af en toe de doorgang, een roofvogel vliegt rondjes. De klautertocht blijkt de moeite waard. Na ongeveer een uur sta ik hoog op de rotsen, met diep onder mij een grote waterplas. In de verte tel ik vijf krokodillen.

„Het heeft dit jaar weinig geregend”, zegt een van de gidsen. „Daardoor staat het water laag.” Net als elders in de Sahara regent het in Mauritanië hooguit een paar keer per jaar. De guelta’s in de wadi bevatten het hele jaar door water, maar de rest van de rivierbedding komt na de regentijd al snel weer droog te staan. Hoe meer regen, hoe meer vissen er in de guelta’s verschijnen. „Vorig jaar hadden we wel een goed regenseizoen. Daardoor hebben de krokodillen nu een paar jaar goed te eten.”

Lees ook: Wie gaat er nog op de bonnefooi op vakantie?

Het is inmiddels laat in de middag. Volgens de jongens is het geen enkel probleem als ik in de wadi in mijn tent overnacht – in Mauritanië wemelt het van de nomaden. Als ik een paar uur later in mijn slaapzak kruip, moet ik denken aan de twee krokodillen in de poel een paar honderd meter verderop. Iedereen roept wel dat ze ongevaarlijk zijn, maar wat als ze vannacht ineens toch besluiten om op rooftocht te gaan?

    • Gerbert van der Aa