Vader Hans Jurg met Jip op zijjn schouders, uitkijkend over de Maashaven in december 1988.

Jip was een kind van de moderne multicultistad

Jip Jurg 1985-2018

Hij werd dood gevonden daags na een filmfestivalfeest. Jip was een intellectueel die het leven vierde.

Op zijn sollicitatiebrief aan de Sociale Dienst Drechtsteden zette Jip Jurg een foto van hem en zijn nu dertienjarige dochter. „Zodat we meteen wisten wat het belangrijkste in zijn leven was”, zegt zijn leidinggevende Patricia Los. Jip Jurg was klantregisseur bij Drechtsteden, hij hielp mensen bij het vinden van werk.

Zondagochtend 28 januari overleed Jan Iljitsch Peter – Jip – Jurg aan inwendig letsel, pas 32 jaar oud. Zijn vader, die naast hem woonde, vond hem kort daarvoor in zijn eigen huis in Rotterdam, gealarmeerd door vrienden die hem niet konden bereiken.

Later bleek dat Jip de vrijdagnacht daarvoor na een IFFR-feest in de Rotterdamse schouwburg betrokken was geraakt bij een vechtpartij, waarbij hij klappen opliep. Inmiddels zit een van de bewakers van het feest al ruim een week vast voor onderzoek.

Rond dat onderzoek is, ook in de media, een beeld ontstaan van Jip dat niet klopt, zeggen familie en vrienden. Het beeld van een Feyenoord-supporter die na een avond stappen slaags raakt. Dat beeld maakt het voor buitenstaanders misschien „makkelijker te vatten” dat er iemand op straat is doodgeslagen, maar het is onzin, zegt zijn vader, Hans Jurg. Met Jip besprak hij de Franse filosoof Foucault, ze dachten na over de toekomst van de stad, en keken onvermoeibaar hoe ze mensen konden helpen die het minder goed hadden dan zij. Hij kent Jip als een beschouwelijke én praktische intellectueel die het leven vierde, juist omdat hij al jong verlies had meegemaakt.

Natuurlijk, Feyenoord was belangrijk. Hij ging naar iedere wedstrijd, zat altijd in vak Z, en tekende ook het logo van dat vak. Zoals zijn goede vriendin Sarah Poleon zegt: „Een halve dag per week was voor Feyenoord, zeker. Maar de rest van de tijd was er zo veel meer.”

Dat blijkt ook uit de bonte verzameling mensen die afscheid kwam nemen toen Jip Jurg in het uitvaartcentrum lag opgebaard, honderden mensen. „Er waren hiphoppers, studenten, ouderen, huisvrouwen, alle huidskleuren, figuren met tatoeages, rasta-jongens, mannen in driedelig pak – ik keek mijn ogen uit”, zegt een aanwezige. „Hij was een kind van de multicultistad die Rotterdam is. Als iemand Rotterdammer was, was hij het.” Jip was de Rotterdammer van de toekomst, zegt zijn familie, de tijd van rangen, standen en afkomst voorbij.

Het gezin waar hij is opgegroeid, is hecht. „Jip werd net als ik in juli geboren, twee jaar na mij”, zegt zijn zus Bodil Jurg. „Jip was mijn verjaardagcadeau. Dat zei ik ook: ‘Jip is van mij’.” En zo bleef dat. Jip en zij waren altijd samen. Toen Bodil op haar twaalfde een eigen kamer kreeg – ze sliepen tot die tijd op een kamer in een stapelbed – kwam hij toch de eerste maanden op haar kamer liggen.

Die band werd misschien zelfs nóg sterker toen hun moeder ziek werd en overleed. Jip was vijftien, Bodil zeventien. „Ik was me net een beetje aan het losmaken van thuis”, zegt Bodil. „Jip was nog echt een klein jochie dat soms nog bij mama op schoot kroop.” En dat hij kort daarop begon te groeien, hij zou een man van twee meter worden, deed daar niets aan af.

Het gezin woonde in Pendrecht, op Zuid, opa en oma in het huis er naast. Moeder was huisarts, en zeer begaan met haar patiënten – ze leerde wat Turks om hen zonder tolk te kunnen begrijpen. De kinderen gingen er naar de basisschool en deden beiden vwo op het Hugo de Groot. Op die school hadden hun ouders elkaar ontmoet. Het was een gemengde stadsschool, die hun ouders kozen omdat ze wilden dat hun kinderen met íedereen zouden kunnen omgaan. Die opzet lukte bovengemiddeld goed.

Voor zijn werk bij Drechtsteden was dat een groot voordeel. „Jip maakt met iedereen makkelijk contact”, zegt Patricia Los. Als klantregisseur hielp Jip Jurg mensen met een „grote afstand tot de arbeidsmarkt” weer aan het werk. Het is de lastigste groep, zegt Los. „Hij vond dat leuk. Hij nam iedereen volkomen serieus en mensen voelen dat. Hij regelde dat een man die zeven jaar in de bijstand zat, een heftruckopleiding kon gaan doen. En dan was zijn dag helemaal goed.”

Hij nam iedereen volkomen serieus en mensen voelen dat

Omdat hij slim was, en snel werkte, kreeg hij ook alle ingewikkelde vragen op het werk. Los schiet in de lach als ze terugdenkt aan de keer dat de directeur langskwam. Zij wilde wat uitgezocht hebben over een cliënt. „Natuurlijk, wijffie”, riep Jip. „Dat zoeken we voor je uit.” Los: „Hij wist niet dat het de directeur was, maar anders had hij waarschijnlijk net zo gereageerd.”

Met zijn hengel eropuit

Al op jonge leeftijd waren meisjes geïnteresseerd in de knappe, blonde, lange jongen, vertelt zijn zus. „Het duurde even voor de interesse wederzijds werd.” Lange tijd ging hij liever vissen. Die voorliefde had hij al als klein jongetje opgedaan. „Waar we ook op vakantie waren, hij trok er met zijn hengel op uit.”

Vaak viste hij in de buurt van Rotterdam. „Het was zijn manier om tot rust te komen, na te denken”, zegt Bodil. Soms ging hij naar Hoek van Holland. Hij had ook een favoriete visplek tussen Rotterdam-Zuid en Barendrecht, bij het Clara Kinderbos, plek waar de familie nu een bankje wil neerzetten ter nagedachtenis.

Op zijn zestiende kreeg hij een vriendinnetje. „Hij vond het zo jammer dat hij onze moeder niet meer kon vertellen dat hij verkering had met het mooiste meisje van de school”, zegt zijn zus. Met haar kreeg hij zijn dochter, Jip was negentien toen ze werd geboren. Bodil Jurg: „We zaten samen op het dak van het Ikazia-ziekenhuis tijdens de bevalling. Samen, ja, dat was logisch. We waren altijd samen.”

Dat zijn dochter het belangrijkste voor Jip was, dat zegt iedereen die je er naar vraagt. Maar ze zeggen ook: hij was minder betrokken bij haar leven dan hij graag had gewild en dat was een groot verdriet. Jip was heel jong vader geworden, en de relatie met de moeder beklijfde niet.

Op Pendrecht was de familie Jurg, behalve van de huisartspraktijk, ook bekend van de „Jipbo-feesjes”. Het waren geen ruige feestjes. „Onze vader was zorgzaam, hij had ons gewoon liever thuis dan ergens op een feest”, zegt Bodil Jurg. „Dus nodigden we onze vrienden thuis uit. Jip zijn vrienden, ik mijn vrienden, dat vonden we de perfecte mix.”

Die wens om mensen samen te brengen bleef. Daarbij lette hij ook goed op anderen: was iemand niet op zijn gemak, dan haalde Jip hem erbij. „Een echte verbinder”, zegt zijn familie. De weekenden waren voor vrienden, vaak op Pendrecht, soms bij anderen. Vriendin Sarah Poleon: „Samen koken, wijntje drinken, en vooral praten over het leven. We grapten wel eens: Jip, je bent net een wijf. Omdat hij zo goed over zijn gevoelens kon praten.” Met mooi weer waren ze vaak op het strandje bij Heijplaat. „Lekker in de zon liggen, kletsen, niksen.” Of lezen. „Jip zat altijd in een boek”, zegt Sarah, „zijn huis lag er vol mee. Ook als er mensen waren las hij soms, en dan kwam er regelmatig een mooi citaat.”

Jip Jurg (midden) met twee vrienden tijdens een bruiloftsfeest.

Na zijn vwo duurde het een tijdje voordat Jip wist wat hij verder met zijn leven wilde. Hij aarzelde over de kunstacademie, hij was creatief en kon goed tekenen. Uiteindelijk werd het sociologie, net als zijn zus. Maar om andere redenen. Bodil: „Hij wilde begrijpen wat hij om zich heen zag en meemaakte in de stad.”

Jip viel van meet af aan op, zegt zijn docent Sjaak Braster. „Hij was een heel intelligente jongen, en als hij ergens in geïnteresseerd was, werkte hij gretig en schreef binnen een paar dagen een paper waar hij een 8 voor had. Maar als hij het niet interessant vond, had hij een zetje nodig – en een grens.” Dat gaat dan wel eens mis, zegt Braster, en even dreigde Jip af te haken. Maar uiteindelijk schreef hij een ambitieuze scriptie over zijn oude middelbare school.

Barman en klusjesman

Na zijn studie was het lastig werk vinden in de crisis, en verdiende hij zijn geld een tijdje als barman en klusjesman. Bodil: „Ik heb toen wel een beetje tegen hem aan lopen schoppen. Ik vond het zonde. Hij belde op een gegeven moment: ‘Je hoeft je geen zorgen meer te maken. Ik ga mijn hoofd weer gebruiken.’ Toen was hij dus met een trainee-ship bij Drechtsteden begonnen.”

Na een tijdje Noordoever was Jip weer terug in Pendrecht, in het huis van zijn grootouders, naast dat van zijn vader. Het ging goed met hem; hij woonde op zijn geliefde Zuid, hij had goed werk gevonden en hij had de ambitie om vanuit de gemeente mooie dingen te doen voor mensen die het niet goed hadden getroffen.

Er was niets dat er op wees dat zijn leven zo plotseling en gewelddadig zou eindigen

En er was niets dat er op wees dat zijn leven zo plotseling en gewelddadig zou eindigen – Jip ging graag uit maar hij had geen kwade dronk. En hoewel hij graag een geintje uithaalde, was hij hartelijk en zachtmoedig, zeggen zijn familie en vrienden. Hij was geen vechtersbaas, maar wel iemand die opkwam voor zijn vrienden en zijn zus, als hij vond dat ze werden lastig gevallen.

Het is vooral zijn vader die hoopt dat de dood van Jip duidelijk maakt dat omstanders ook een verantwoordelijkheid hebben. Een klap of een trap tegen het hoofd kan, zonder medische hulp, dodelijk zijn. Zij willen nu verder liever niet praten over wat er die vrijdagnacht is gebeurd. Ze willen nu Jip herdenken en zien hoe het verder moet zonder hem.

Correctie (8 februari 2018): in dit artikel stond dat er een IFFR-feest was op 26 februari en dat Jip Jurg op 28 februari overleed. Dit klopt niet. De juiste data zijn 26 januari en 28 januari. Dit is hierboven aangepast.