opinie

    • Maarten Schinkel

Is ons financiële stelsel weer verwilderd?

Toen Alan Greenspan, kersvers president van de Amerikaanse centrale bank, op maandag 19 oktober 1987 op een vlucht naar Dallas stapte, stond de Dow Jones-index al 200 punten in de min. Het was kwart voor twee ’s middags. Nadat hij na de landing om kwart voor vijf het vliegtuig verliet, vroeg hij aan een medewerker van de Federal Reserve hoe de beurs gesloten was. „Een daling van vijf nul acht”, zei de man. Een fractie van en seconde was Greenspan opgelucht. Tot bleek dat het niet 5,08 punten betrof, maar 508. De vuurdoop van zijn voorzitterschap was begonnen, op wat Zwarte Maandag zou gaan heten.

De passage uit Jurek Martins biografie van Greenspan (2000) maakt duidelijk dat de koersdaling van afgelopen maandag kinderspel was. Om Zwarte Maandag te evenaren, had de Dow afgelopen maandag in de orde van 5.800 punten moeten kelderen, in plaats van 1.175. En zelfs dan: wie de moeite neemt het verloop van de Dow sinds 1900 logaritmisch weer te geven, ziet in een oogopslag dat er toch echt maar één beurskrach is geweest die die naam daadwerkelijk verdient: die van oktober 1929. Uiteindelijk zouden in maart 1932 aandelen met 89 procent zijn gedaald.

Greenspan was niet de enige voorzitter van de Fed die snel na zijn aantreden werd geconfronteerd met een crisis. Op 15 augustus 2007 mailde zijn opvolger Ben Bernanke diens broer Seth om de jaarlijkse familievakantie af te zeggen. „Je kunt waarschijnlijk wel raden waarom.” De Franse bank BNP Paribas had zojuist drie van zijn beleggingsfondsen gesloten omdat de waarde van het in sub-primederivaten gestalde vermogen niet meer vast te stellen was. De interventies door de Europese Centrale Bank en de Fed, die geld in het systeem begonnen te pompen, worden nu gezien als het officiële begin van de financiële crisis. Bernanke beschrijft het in zijn autobiografie (2015).

Janet Yellen, die vorige week haar laatste werkdag beleefde als president van de Fed, trad vier jaar geleden aan in lastige tijden, maar ze wist waar ze aan begon. Hetzelfde geldt voor Paul Volcker, die in 1979 de falende William Miller verving, en subiet het gevecht begon tegen de veel te hoge inflatie in de VS. Iets dat Miller geweigerd had te voeren.

Maar dan is er nu Jerome (Jay) Powell. Maandag, toen de Amerikaanse beurzen plots scherp daalden, was letterlijk Powells eerste werkdag als Fed-president. Erft hij een lopend probleem, zoals Volcker of Yellen? Of krijgt hij een schok voor de kiezen, zoals Greenspan en Bernanke? De uitdaging is helder: hoe het Amerikaanse monetaire beleid te normaliseren zonder de economie of het financiële systeem uit de rails te laten lopen. Yellen is al met die normalisering begonnen: het verhogen van de rente van bijna nul tot nu gemiddeld 1,375 procent én het voorzichtig verkleinen van de door opkopen van staatsleningen en andere effecten opgeblazen balans.

In die zin krijgt Powell niet te maken met ‘unknown unknowns’. Maar het financieel systeem lijkt dan wel geketend sinds de crisis, het is onder de radar misschien toch weer complexer, wilder en gevaarlijker geworden dan we dachten. Denk aan de speculatiefondsen in de ‘angst-index’ VIX die Credit Suisse dinsdag de nek om moest draaien. Een echo van BNP Paribas in 2007? Hoe stevig is het systeem als het echt onder druk komt? Powell zal het, nét in functie, uitvinden. En wij ook.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.
    • Maarten Schinkel