Internationaal Strafhof onderzoekt Filippijnse president Duterte

Het ICC gaat ook onderzoek doen naar de partij van de Venezolaanse president Nicolás Maduro, die wordt beschuldigd van het inzetten van excessief geweld.

Rodrigo Duterte trad in 2016 aan als president. Foto Bullit Marquez/AP

Het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag gaat een aangifte tegen de Filippijnse president Rodrigo Duterte behandelen. Dit bevestigt het ICC in een persverklaring na bekendmaking door de woordvoerder van de president. Duterte is aangeklaagd voor misdaden tegen de menselijkheid, in verband met zijn omstreden antidrugsbeleid.

Het ICC zegt de rol van Dutertes partij in de duizenden drugsmoorden die sinds 2016 gepleegd zijn te onderzoeken. “Er wordt beweerd dat veel van deze incidenten buitengerechtelijke executies zijn in het kader van antidrugsoperaties van de politie”, zegt aanklager Fatou Bensouda in de verklaring.

Volgens persbureau Reuters deed een Filippijnse advocaat in april 2017 aangifte tegen Duterte en minstens elf belangrijke functionarissen bij het Strafhof. De advocaat meent dat Duterte “herhaaldelijk, onveranderlijk en continu” misdaden tegen de menselijkheid begaat. Hij stelt bovendien dat het uitmoorden van drugsverdachten en criminelen de belangrijkste taak van de president is geworden.

Enkele maanden na de aangifte drongen ook twee hooggeplaatste politici bij het Internationaal Strafhof aan op een onderzoek. Zij stuurden onder meer een lijst met uitspraken van Duterte die volgens de klagers bewijst dat de president opdracht gaf tot een zogenoemd shoot-to-kill-beleid.

Lees ook het profiel van Duterte dat vorig jaar in NRC verscheen: Rodrigo Duterte: moordenaar of crime fighter?

Oorlog tegen drugs

Duterte begon zijn strijd tegen drugs toen hij als president aantrad in 2016. Politieagenten kregen onder meer de taak om verdachten van drugshandel en drugsgebruik op straat te executeren. Er zijn inmiddels meer dan vierduizend doden gevallen.

Sinds zijn aantreden wordt de president bekritiseerd om zijn harde drugsbeleid. Bensouda uitte eind 2016 al “ernstige zorgen” over de “buitengerechtelijke executies” die gepleegd worden in het land. Ook mensenrechtenorganisatie Amnesty International riep eind 2017 op tot een ICC-onderzoek naar Duterte. De organisatie reageerde donderdag dan ook verheugd op het nieuws van het ICC:

“Deze aankondiging markeert een cruciaal moment van gerechtigheid en verantwoording in de Filippijnen. Het is een waarschuwing voor leiders over de hele wereld dat degenen die aanzetten tot misdaden tegen de menselijkheid daar niet zomaar mee weg kunnen komen.”

Deze week vaardigde een Filippijnse rechter de eerste arrestatiebevelen uit tegen politieagenten die betrokken zijn bij Dutertes drugsoorlog.

De woordvoerder van Duterte zegt in een verklaring dat de president “het onderzoek van het Internationaal Strafhof verwelkomt”, omdat hij “moe is van de beschuldigingen van misdaden tegen de menselijkheid”. Volgens hem kan het onderzoek bewijzen dat de aantijgingen “nergens op gebaseerd zijn”.

Ook Venezuela onderzocht

Het ICC maakte donderdag ook bekend onderzoek te gaan doen naar het geweld dat de partij van de Venezolaanse president Nicolás Maduro pleegde tijdens politieke demonstraties. Volgens Bensouda wordt Maduro ervan beschuldigd dat “veiligheidstroepen met regelmaat excessief geweld hebben ingezet om demonstraties uiteen te drijven en te onderdrukken”. Ook zouden duizenden oppositieleden gearresteerd en mishandeld zijn.

NRC-correspondent Koen Greven ontmoette Antonio Ledezma Díaz, de oud-burgemeester van de Venezolaanse hoofdstad Caracas die zijn land ontvluchtte. Lees hier het interview: ‘Ik werd gegijzeld door een tiran’.

De resultaten van de vooronderzoeken kunnen leiden tot de vervolging van Duterte en Maduro. Hoelang de onderzoeken duren, kan het ICC nog niet zeggen. Het Hof heeft sinds zijn ontstaan in 2002 ruim twaalfduizend aangiftes ontvangen, waarvan er negen leidden tot vervolging. De Filippijnen erkenden het ICC in 2011, Venezuela ratificeerde het zogenoemde verdrag van Rome in 2000.

Correctie (08-02-2018): In een eerder bericht werd gesproken over ‘wederrechtelijke moorden’. Dat klopt niet. Dat moest ‘buitengerechtelijke executies’ zijn. Dat is hierboven aangepast.