‘In de bergen kan ik alles op mijn manier doen’

Paolo Cognetti

Met De acht bergen schreef de Italiaanse schrijver Paolo Cognetti een bestseller over zwijgzame mannen in de bergen, de enige plaats waar alles eerlijk en echt is. ’De nietsontziendheid van de bergen dwingt je om meer je best te doen.’

‘Er zijn veel dingen die je niet kunt vertellen”, concludeert Paolo Cognetti. We hebben net een poos gesproken over allemaal zaken die in zijn roman De acht bergen juist niet benoemd worden, maar die er evengoed zijn. Bijvoorbeeld over hoe de vader van hoofdpersoon Pietro gevormd werd door de naoorlogse tijd in Italië. Over de rol van kunst en literatuur in Pietro’s leven. „Een van de ideeën die ik had toen ik aan deze roman begon, was dat ik alleen zou schrijven over de dingen die in de bergen gebeurden. Het deel van Pietro’s leven dat zich in Milaan en Turijn afspeelt, zou in de schaduw blijven. De lezer mag zelf uitmaken wat er in de winter gebeurt, je ziet alleen de zomer.”

Het betekent niet dat het leven in de stad minder belangrijk is?

„Deels wel. Maar ik houd van dat schrijven, zoals Ernest Hemingway deed, waarin het meeste materiaal waaruit een verhaal is opgebouwd onder het wateroppervlak blijft. Je ziet maar het topje van de ijsberg.”

Het effect van die keuze om alles zich in de bergen te laten afspelen, is dat je als lezer voelt, weet: dáár gebeurt het, daar is het echte leven.

„Ja. Ik hou erg van het verhaal ‘Brokeback Mountain’ van Annie Proulx, waar de film op gebaseerd is. Proulx vertelt het verhaal van een vriendschap, een liefde, tussen twee mannen, door alleen te beschrijven wat er in de bergen tussen hen gebeurt. Je wéét dat ze nog een ander leven hebben, met een gezin, vrouw, werk, maar daarover gaat het niet. Het vertelde mij dat dat andere deel minder belangrijk was, minder wáár. De bergen waren de plek in hun leven waar ze zichzelf konden zijn, waar ze degene konden liefhebben die ze wilden liefhebben en waar ze begrepen werden.”

De acht bergen is de doorbraak van de 40-jarige Paolo Cognetti, in Italië en ook buiten zijn eigen land: in Nederland staat het al maanden in de bestsellerlijst. Het is Cognetti’s zesde boek, de afgelopen tien jaar leefde hij al van zijn schrijven, ervoor was hij documentairemaker. De acht bergen gaat over bergbezoeker Pietro en zijn vader, en over Pietro’s leeftijdgenoot Bruno, bergbewoner, en hun lange vriendschap. Maar hoofdzaak zijn de bergen.

Lees ook: De recensie (****) van De acht bergen.

Zou het succes van het boek schuilen in die aantrekkingskracht van de natuur, als plaats van puurheid en echtheid?

„Dat is wel wat de bergen voor mij zijn: ik voel me er vrij om mezelf te zijn. Niet dat ik een bepaald geheim koester dat ik daar kan uiten, maar gewoon: vrij om alles op mijn manier te doen. En de nietsontziendheid van de bergen dwingt je om meer je best te doen. Ook fysiek: ik voel me beter in mijn lichaam als ik in de bergen ben. Je moet er werken.”

Je lichaam bestáát op de bergen.

„Precies. De stad doodt je lichaam, als je niet naar de sportschool gaat. In de stad heb je je vingers en je hoofd nodig, in de bergen ook je benen, armen, handen.”

Een vraag van een stadsmens: waarom is dat eigenlijk zo belangrijk?

„Misschien omdat ik een man ben, en het goed voelt om me een sterke man te voelen. Het is een gevoel van vrijheid: mijn vrienden in de bergen knappen alle klusjes zelf op. Ze hoeven niemand te bellen, want ze hebben hun handen.”

De helft van het jaar woont Cognetti in de bergen, „in een klein huis van steen en hout”, op tweeduizend meter hoogte in de Valle d’Aosta, de westelijke Italiaanse Alpen. In de winter is Milaan zijn woonplaats. „Maar als tegen mei de sneeuw verdwijnt ga ik naar de bergen. Dan verandert mijn leven. Het wordt eenvoudiger. In de bergen schrijf ik, ik werk, maar ik word geen kluizenaar, ik zie ook vrienden. Die helft van mijn leven heb ik nodig, sinds mijn dertigste.”

Waarom nodig?

„Mijn eerste zomer in de bergen was in 2008, toen ik een persoonlijke crisis achter de rug had. De dingen gingen niet goed, door de economische crisis niet met mijn werk, niet in de liefde. Een paar projecten waren definitief voorbij. Ik herinner me mijn verjaardag destijds, in januari, een droevige dag: ik zat in mijn eentje in de bioscoop en zag de film Into the wild, en ik herinnerde me de bergen die ik vergeten was. Ik weet niet precies waaróm ik ze vergeten was, want de bergen waren de gelukkige plek van mijn jeugd.

„Al mijn zomers speelden zich daar af, twee maanden lang – zoals Pietro, inderdaad. Ik was het misschien vergeten omdat je op je twintigste de wereld gaat ontdekken, de steden, omdat je denkt dat je de wereld van je jeugd achter je moet laten om volwassen te worden. In die tijd werd ik verliefd op New York, ging ik documentaires maken over Amerikaanse schrijvers, reizen, steden ontdekken.”

De roman kwam voort uit het dagboek dat Cognetti in de bergen bijhield – en dat gepubliceerd is als Il ragazzo selvatico, de wilde jongen. „Ik vond dat het materiaal méér kon worden. Alle elementen waaruit de roman is opgebouwd zijn echt, maar staan in een andere verhouding tot elkaar. Zoals in een droom, een gedroomd leven.”

Wat kon de fictie toevoegen?

„Fictie is een manier om je leven te begrijpen, de mensen, het leven. In een autobiografie kun je alleen vragen stellen, in een roman kun je je ook de antwoorden voorstellen. Je het leven van je vader en je moeder voorstellen, daar iets over ontdekken en begrijpen.”

Waren er specifieke vragen waarop u antwoorden zocht?

„Waarom mijn vader zo streng was. Niet alleen voor mij, maar in het algemeen. Voor zichzelf, voor andere mensen. Hij leed onder zijn migratie van het platteland naar de stad. Die was voor de naoorlogse generatie min of meer een historische plicht. Werken, gezinnen stichten en het land opbouwen, en daar kwamen ook sociale spanningen uit voort. Dat kennen latere generaties niet meer; daarom begrijpt Pietro zijn vader niet.”

Maar de bergen helpen. „Ik wilde schrijven over mannenverhoudingen, over mannen die niet veel met elkaar praten. Dan moet je ze, weet ik uit het filmmaken, dingen laten doen: Bruno en Pietro werken met de beesten, bouwen samen een huis. De bergen vormen de band tussen Pietro en zijn vader: ze praten niet, ze gaan samen de bergen in. De eerste regel van het bergbeklimmen is ook: stil zijn.” Lachend: „Je hebt je adem nodig.”

Toch bent u schrijver, woorden zijn uw materiaal.

„En ik ben verlegen. Net als mijn vrienden. Praten is niet onze favoriete manier om de tijd met elkaar door te brengen. Schrijven is voor mij iets onder woorden brengen dat met de stem niet lukt – daarom ging ik als tiener schrijven. Liefdesbrieven met alle woorden die ik niet uit durfde te spreken, en geïnspireerd door de film Dead Poets Society ook gedichten: zolang het maar in de beslotenheid van mijn kamer kon.”

U noemt Hemingway, Proulx, Into the wild, Dead Poets Society… Heeft de Amerikaanse cultuur iets wat de Italiaanse niet heeft?

„In Zuid-Europa hebben we geen literaire traditie van de verhouding met de natuur. Literatuur is gerelateerd aan steden, dorpen, maar we hebben geen Jack London, geen grote zee-roman, geen Moby Dick. In de Amerikaanse literatuur hou ik erg van dat idee van de grens van de beschaving. Daar kan een man die teleurgesteld is opnieuw beginnen. Zoals in ‘Big Two-Hearted River’ van Hemingway: terugkomen van de oorlog, je terugtrekken, je genezen van de wereld.”

Is ‘De acht bergen’ nog wel Italiaanse literatuur, in die zin?

„Jazeker, vanwege de Italiaanse taal! Om te kunnen schrijven over de bergen moest ik terug naar de Italiaanse literatuur die ik verlaten had. Jarenlang las ik alleen maar Amerikaanse schrijvers. Maar ik kon voor deze roman niet toe met mijn gebrekkige Engels of het Italiaans van vertalingen, het moest taal zijn die hier aardt en wortelt. De woorden van de stad zijn abstracter: je kunt met dezelfde woorden over New York als over Milaan schrijven. Maar namen van bomen, dieren, het landschap, het ambachtswerk, die verschillen zelfs tussen de oostelijke en de westelijke Alpen.”

Bruno komt nooit van de bergen af, Pietro voelt zich juist ontworteld doordat hij niet op de bergen thuishoort, maar ook niet thuis is in de stad.

„Ja, Pietro denkt dat de berg een gevangenis is voor Bruno, maar in feite lijdt hij zelf aan een gevoel van onvolledigheid. Dat ken ik wel: als ik alleen ben, mis ik de anderen. Maar met anderen mis ik mijn eenzaamheid.”

Maar inmiddels verdeelt u uw tijd dus weer – of wilt u eigenlijk nog liever alleen maar in de bergen wonen?

„Nee, die verdeling heb ik nu weer nodig. Ik vond evenwicht in het verdeelde leven. De helft van mijn leven is verbonden met anderen, door relaties, samenwerkingen. Maar het eenzame deel van mijn leven is schrijven, waarvoor je in stilte moet zijn, zonder anderen. Dat vond ik in de bergen.”

    • Thomas de Veen