Recensie

Het kleinood van een Japanse grootmeester

Yasushi Inoue

Wie deze novelle leest – raamvertelling en brievenboek ineen – begrijpt beter waarom de Japanse schrijver Yasushi Inoue meermaals is getipt als Nobelprijswinnaar.

Dingen zijn zelden wat ze lijken. De vertaling van de novelle Het jachtgeweer (1949), van de Japanse schrijver Yasushi Inoue (1907-1991), oogt als een cadeauboekje van een middenstander: afzichtelijk vormgegeven en zo dun – 65 pagina’s, inclusief inleiding – dat het lastig is een substantiële inhoud te vermoeden. Maar sla het open en je ontdekt een klein meesterwerk dat ook nog eens gaat over misvattingen.

De vorm van Inoue’s debuut – simultaan raamvertelling en brievenboek – is gewaagd, maar puntgaaf. De verteller, een dichter, wordt tijdens een wandeling getroffen door de lichaamshouding van een jager: ‘Een grote zeemanspijp tussen zijn tanden geklemd, zijn setter voor hem uit, klom de man langzaam, zijn laarzen knerpend over vorstnaalden, de vroegwinterse Amagi-berg op. […] Nadien, op drukke stadsstations of plaatsen van vertier, heb ik vaak gedacht: „Ik wou dat ik kon lopen zoals hij – langzaam, stil, koud.”’

De dichter vermoedt een last, hetgeen bevestigd wordt wanneer hij, nadat het prozagedicht in een jachttijdschrift is gepubliceerd, een schrijven ontvangt van ene Josuke Misugi. Deze oude jager heeft zichzelf in het werk herkend en een plotse noodzaak gevoeld zich kenbaar te maken, te verklaren zelfs.

Hij stuurt de dichter drie brieven door, geschreven door de dochter van zijn maîtresse, door zijn bedrogen echtgenote en door de inmiddels overleden geheime geliefde. Al die brieven worden ons door de dichter woordelijk voorgelegd, en elk biedt een nieuw perspectief op de affaire die het leven van Misugi bepaald heeft.

De dochter van de maîtresse is pas vlak voor de dood van haar moeder achter het geheim gekomen. ‘Door wat er tussen u en Moeder is gebeurd’, schrijft ze ‘oom’ Misugi, ‘heb ik ontdekt dat er liefde bestaat die door niemand gezegend wordt en door niemand gezegend mag worden. […] Hoe had ik me een liefde kunnen verbeelden die zich diep onder de aarde uitstrekte, een liefde als een ondergrondse rivier, waarvan niemand weet waar hij ontspringt of waar hij uitmondt.’ Ze weet zeker dat haar moeder gebukt ging onder zondigheid, en ook dat Misugi’s vrouw, Midori, een eind aan haar leven zou hebben gemaakt, als ze weet zou hebben gehad van de affaire.

Maar is dat wel zo, of is hier sprake van projectie? Want in de brief van Midori klinkt juist de stem van een sterke, intelligente vrouw, die Misugi vrij zakelijk om een scheiding verzoekt. ‘Ik houd niet van dat sentimentele gedoe, maar opgewekt gekir staat me ook tegen’, schrijft ze, terwijl ze uit de doeken doet hoe ze de boedelscheiding geregeld wil zien. En dan is er nog de postume brief van maîtresse Saiko, die… Maar laat ik vooral niet verklappen hoezeer mensen zich in elkaar kunnen vergissen, en hoe eenzaam ze kunnen zijn in de cocon van hun gedachten.

De onbetrouwbaarheid van de individuele waarneming is natuurlijk een gekend thema bij schrijvers uit de twintigste eeuw. Japanoloog Ivo Smits legt in zijn inleiding een verband met Akira Kurosawa’s film Rashomon (1950), maar vergeet de bron van die film te noemen: Ryunosuke Akutagawa’s ‘In een bamboebos’ (1922), een vroeg-modernistisch verhaal waarin verschillende getuigen spreken over de moord op een samoerai. Doordat de getuigen elkaar tegenspreken, weet Akutagawa binnen een historische setting uiterst moderne vragen te stellen over waarneming en werkelijkheid.

Inoue doet hetzelfde, maar hij slaagt erin veel meer emotionele lading en betekenis in zijn verhaal te leggen. Het knappe aan Het jachtgeweer schuilt daarnaast in de trefzekere taal en de diversiteit aan vertelstemmen. Bovendien laat deze auteur zien een scherp inzicht te hebben in het rijke gevoelsleven van zijn vrouwelijke personages.

Hoewel Het jachtgeweer in 1999 in de regie van Ger Thijs op de planken is gebracht, is Inoue buiten Japan nauwelijks vertaald of gelezen. Maar ook hierdoor moeten we ons niet in de luren laten leggen. Meer dan eens is hij getipt als Japanse Nobelprijswinnaar, net als Haruki Murakami.

Inoue’s reputatie is vooral gestoeld op zijn historische romans, waaronder Tun-Huang (1959), over de gelijknamige Chinese stad aan de Zijderoute, maar zijn op het eigentijdse Japan geënte werk doet daar, getuige Het jachtgeweer, niet voor onder. Dus negeer dat omslag en de omvang en trakteer uzelf op een kleinood van een Grote onbekende.