‘Het ijs mag geen invloed hebben op de competitie’

Mark Messer De Canadees Mark Messer verzorgt al sinds de Winterspelen van Calgary (1988) olympische ijsvloeren. Ook in het stadion van Gangneung is de ijsmeester erin geslaagd een snelle baan aan te leggen. Maar records zijn geen uitgangspunt voor hem. „Ik heb geen records nodig om tevreden te zijn.”

IJsmeester Mark Messer: „Iedereen heeft tijd gehad om aan het ijs te wennen.” Foto Max Rossi/Reuters

Terwijl twee bakbeesten van Zamboni’s na een dweilpauze parkeren in hun stal onder de tribune, veegt Mark Messer met een trekker geconcentreerd de laatste restjes afgeschraapt ijs aan de kant. „Alles moet kloppen”, zegt de Canadees even later in zijn kamer met het bordje Icemeister op de deur. „Natuurlijk voel ik de spanning dat het zaterdag begint”, zegt Messer, hoofdverantwoordelijke voor het ijs in de Gangneung Oval. „Je hebt plannen om overal op te anticiperen. Maar er is nooit honderd procent zekerheid dat het goed gaat. Er kan altijd een onbekend probleem opduiken. Het gaat erom hoe je dan reageert.”

Messer (57) is een van de meest ervaren ijsmeesters ter wereld. In 1988 maakte hij al het olympisch ijs op zijn thuisbaan in Calgary. Daarna werd hij gevraagd voor de Spelen van Nagano (1998), Turijn (2006) en Vancouver (2010). En nu in Zuid-Korea, waar de schaatsers louter lof hebben voor de kwaliteit van ‘zijn’ ijs. „Ik hoor dat de schaatsers tevreden zijn. De tijden in trainingsraces zijn goed. Ik denk dat het ijs net zo snel is als vorig jaar bij de WK afstanden. Hopelijk gaat het nog iets sneller omdat dit de wedstrijd is waarvoor de schaatsers vier jaar hebben getraind.”

Commotie over rugwind

Vorig jaar ontstond commotie toen Sven Kramer bij de WK afstanden op de vijf kilometer het officieuze wereldrecord laagland verpulverde tot 6.06,82. Critici wezen op windblowers aan het plafond van de hal, die de schaatsers rugwind zouden geven. Ook Kramer relativeerde de waarde van zijn ‘record met te veel rugwind’. Bertus Butter – collega-ijsmeester van Messer en betrokken bij de bouw van ijshallen in Moskou, Astana en Sotsji – deelt de kritiek. „Bij de WK afstanden was er te veel rugwind. Ze gebruiken aanjagers rond de baan om de lucht in de rondte te blazen. Dat is not done, moet je niet willen. Het werkt vervuilend op de tijden. En wie controleert dat de wind voor iedereen gelijk is?”

Messer reageert scherp. „Ik hoop niet dat deze discussie opnieuw begint. We hebben de geruchten over rugwind vorig jaar voor eens en voor altijd weerlegd.” Want? „De wind in de hal wordt niet gecreëerd door machines, blowers of ventilatoren. De wind komt van de schaatsers zelf, die rond rijden en zo een luchtstroom op gang brengen. Geholpen door het gebouw, met heel gladde wanden waardoor die wind makkelijk rond gaat. Dat kun je niet eens stoppen, die wind is een natuurlijk iets.”

Vervuiling van de tijden, zoals Butter zegt? „Kom meten”, nodigt Messer zijn collega uit met een lach. „Vier of vijf landen hebben de windsnelheid gecontroleerd. Er was niets. Kramer sprak over rugwind maar heeft dat later ingetrokken. Zijn eigen trainer heeft het gemeten en geconcludeerd dat er niets bijzonders was. ‘Minder dan in Heerenveen, Erfurt of Berlijn’, was zijn conclusie. Het is echt geen issue. We gebruiken het systeem hetzelfde als vorig jaar.” Al zal de wind minder hard blazen. „Dat komt omdat er bij de WK afstanden soms wel vijftig schaatsers in de inrijbaan reden. Bij de Spelen zijn dat er veel minder.”

Messer kent de karakteristieke eigenschappen van de ijshal in Gangneung inmiddels van binnen en van buiten. Zijn eerste bezoek dateert van mei 2016. „Ik ben hier in de tussentijd wel vijftien keer geweest. Soms weken, soms dagen. Eigenlijk heb je vier jaar nodig om een gebouw goed te leren kennen. Ik was er net vroeg genoeg bij. Er waren wat, om het zo te noemen, uitdagingen met de vriesmachines. Nu konden we nog doen wat nodig was.” En als de hal straks vol zit met achtduizend dampende toeschouwers? „We krijgen geen problemen met de luchtvochtigheid en hebben een goede airco.”

Ervaring van de ijsmeester moet de rest doen. Zijn hardste lessen? „In Turijn hadden we problemen met de vriescapaciteit, die nooit stabiel was. Midden in het test-event sloegen de stoppen van het gebouw door. Vriesmachines, verlichting, alles ging uit. Dat is een uitdaging geweest.” Zoals de dweilmachines die tijdens de Spelen van Vancouver ineens kapot gingen. „Moesten we een Zamboni laten overkomen uit Calgary.”

Geen Calgary-ijs

Bart Schouten, de Nederlandse coach van de Canadese ploeg, zei onlangs bij de wereldbeker in Erfurt dat zijn schaatsers in Gangneung een thuisvoordeel ervaren omdat Messer het ijs zo maakt als in Calgary. „Dit is voor mij geen Calgary-ijs”, stelt Messer. „Natuurlijk doe ik dingen hetzelfde als thuis, maar andere dingen doe ik weer zoals in Turijn of Vancouver. Het is een mix. Ik geloof niet dat de Canadezen voordeel hebben. Alle schaatsers zijn hier al langer dan een week. Iedereen heeft tijd gehad om aan het ijs te wennen.”

Volgens Butter moeten de schaatsers blij zijn met Messer. „Hij is zeer ervaren en zorgt altijd dat de omstandigheden voor alle schaatsers gelijk zijn.” De Canadees zelf is bescheiden over zijn ‘handtekening’ op het ijs. „Het water verschilt hier iets van Calgary, is meer gezuiverd. Soms heeft het ijs meer werk nodig, dat verandert elke keer opnieuw. Er is geen formule die ik steeds gebruik. Als het druk is in een trainingssessie gebruiken we meer water bij het dweilen.”

Officieuze wereldrecords in trainingsraces waren er al voor Kramer (3.38,64 op de drie kilometer) en de Japanse Nao Kodaira (37,04 op de 500 meter). Kan het de komende twee weken nog sneller? „Ik hoop op olympische records. Wereldrecords zou ik geweldig vinden, maar of dat reëel is? Bij de WK afstanden zaten we er een paar keer dichtbij maar die tijden zijn inmiddels alweer scherper gesteld. Ik heb ook geen records nodig om tevreden te zijn. Ik wil een spannende competitie, waarin het ijs geen factor is die invloed heeft. Dan is het voor mij geslaagd.”