Haar Nederlands is ‘volledig kunstmatig’

Het vertalershuis (2)

Hoe kijken buitenlandse vertalers naar Nederlandse literatuur? De obscene taal in Turks Fruit was voor Aneta Dantcheva lastig.

Aneta Dantcheva en haar bureau in het Vertalershuis.

‘Ik hoop dat het iets wordt met ons gesprek,” excuseert Aneta Dantcheva (61) zich bij voorbaat. „Mijn Nederlands is volledig kunstmatig, het is gebaseerd op de literatuur. Ik ontmoet nauwelijks echte Nederlanders, alleen af en toe intellectuelen en mensen uit de sfeer van de letteren.”

In het Vertalershuis in Amsterdam mogen buitenlandse vertalers van Nederlandse literatuur werken en verblijven. In de bibliotheek, omringd door vertalingen van Nederlandse boeken, waaronder haar eigen van Cees Nootebooms Rituelen en Arthur Japins Een schitterend gebrek, vertelt Aneta hoe ze ooit besloot om zich in het Nederlands te gaan verdiepen. „Op de universiteit van Sofia, waar ik journalistiek studeerde, hing een papiertje waarop een nieuw bijvak werd aangekondigd, Nederlands. Ik had de brieven van Vincent van Gogh gelezen, en die hadden me nieuwsgierig gemaakt. Zundert, hoe zou dat eruitzien? Het was begin jaren tachtig, het IJzeren Gordijn hing nog, naar het Westen reizen was onmogelijk. Honderdvijftig studenten schreven zich in voor de cursus Nederlands. Het bleek een taal van onbegrijpelijke, harde klanken, en de docente, een oude Waalse dame, was weinig inspirerend. Al snel waren we nog maar met drie over. Ik heb doorgezet omdat ik graag afmaak waar ik aan begin. Later ben ik de Nederlandse literatuur gaan waarderen. Vooral Couperus, hij is mijn lievelingsschrijver.”

Turks fruit was het eerste boek dat ik vertaalde. De obscene woorden waren lastig, die werden in het Bulgaars algauw grover, cynischer dan in het Nederlands. Er bestond nog geen internet, dus ben ik voor hulp naar mijn buurman gegaan, die altijd veel vriendinnen had en over een rijk repertoire aan termen beschikte.

„Het vertalen van Nederlandse literatuur is mijn toevlucht. Bij de tv waar ik als eindredacteur werk, heerst een oncollegiale sfeer. Wanneer ik thuiskom na een dag vol gedoe, geven die intelligente, goed geschreven teksten een positieve impuls. Dan is de wereld ineens zo slecht nog niet. Ook al bestaan er geen goede woordenboeken Nederlands-Bulgaars en brengt het omzetten van het Latijnse alfabet naar het cyrillisch schrift altijd complicaties met zich mee.”

Rolf Erdorf (Duits) komt binnen. „Ik ben erachter hoe die plant heet”, zegt hij. „Kornoelje.” Een kwestie waar het in huis al enige tijd over gaat: wat is de Nederlandse naam van de struik waarvan naar Bulgaarse traditie aan het eind van het jaar takjes worden meegebakken in een gerecht, ter voorspelling van voorspoed?

In de loop van de jaren is Dantcheva bevriend geraakt met medevertalers. Vooral met de Duitsers voelt ze verwantschap. Met Nederlanders blijft tot haar spijt de relatie oppervlakkig. „Telkens als ik denk dat een ontmoeting tot een dieper contact kan leiden, stopt het. Alleen met Marente de Moor heb ik iets als vriendschap ervaren toen ze in Sofia was bij de presentatie van mijn vertaling van De Nederlandse maagd. Maar ja, zij is slaviste.”