Brussel denkt na: wat moeten we nog met de zomertijd?

Waarom zouden we ons halfjaarlijks laten ontregelen terwijl het geen enkel nut heeft, vragen tegenstanders zich af.

Vooruit in het voorjaar en terug in het najaar. Binnen nu en een paar jaar komt er wellicht een einde aan de zomertijd. Donderdag wordt over de kwestie gedebatteerd in het Europees Parlement. Het verzetten van de klok zorgt voor allerlei gezondheids- en welzijnsproblemen, zeggen de tegenstanders. En het is nergens goed voor.

„Toen ik jaren geleden in de Tweede Kamer zat, kwam het ieder voor- en najaar aan de orde”, vertelt CDA-Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik. „Maar uiteindelijk gaat Nederland er niet over.” De tijd is sinds 2000 de verantwoordelijkheid van Brussel. Bij het debat wordt ook een resolutie in stemming gebracht van de Werkgroep tegen het Klokverzetten, waar Schreijer-Pierik al sinds haar eerste dagen in het Europarlement lid van is.

„Ik ben oma, en ik hoor het ook van mijn dochters: al dat gedoe om de kinderen eerder of later naar bed te brengen”, vertelt Schreijer-Pierik. Ze heeft vergelijkbare geluiden gehoord uit verzorgingshuizen, ook ouderen zouden er onder lijden. Zijzelf raakt halfjaarlijks eveneens enigszins ontregeld. Met haar, zegt ze, een op de vijf Europeanen. Toch 100 miljoen mensen.

Niet alleen

De CDA-politica staat in haar verzet niet alleen. Het Poolse parlement stemde in oktober unaniem tegen de zomertijd. Petities in Nederland en Finland werden in 2017 en 2016 door tienduizenden mensen ondertekend. Het is wetenschappelijk moeilijk hard te maken, maar de tegenstanders zeggen dat er piekjes waarneembaar zijn in hartklachten en verkeersongelukken. Volgens hen staat daar niets tegenover.

Het doel van de zomertijd was ooit om energie te besparen. Hoewel we de klok in Nederland al sinds 1977 verzetten en de zomertijd sinds 2000 in de hele EU verplicht is, staat helemaal niet vast dat het echt leidt tot energiebesparing. Als er al een effect is, is dat volgens onderzoekers miniem. Dat zou de mini-jetlagjes die twee keer per jaar optreden ook nog eens zinloos maken.

Het Europees Parlement kan de zomertijd morgen niet zomaar afschaffen – het is aan de Europese Commissie om het onderwerp op de agenda van de lidstaten te zetten. De parlementariërs kunnen de commissarissen alleen vragen ernaar te kijken. Op zich past het voorstel in de agenda Betere Regelgeving, zegt het CDA. Eurocommissaris Frans Timmermans (PvdA) kan hier laten zien dat hij in staat is onzinnige Europese regels te lozen, zoals hij beloofd heeft. Sterker: voor die agenda zou afschaffing van de zomertijd volgens Schreijer-Pierik „een kroonjuweel” zijn.

Interesse daalt per breedtegraad

Of het donderdag lukt om het Europarlement achter de afschaffing van de zomertijd te krijgen, durft Annie Schreijer-Pierik nog niet te zeggen. Een resolutie wordt volgens haar woordvoerder gesteund door zeker tachtig van de 751 parlementariërs, een ander door ongeveer vijftig. Het noorden lijkt tegenover het zuiden te staan, want met iedere breedtegraad omlaag daalt ook de politieke interesse in dit thema.

Overigens zou zelfs met de steun van het Parlement én de Europese Commissie aan de discussie nog geen einde komen. De volgende horde: doen we het voortaan met de zomer- of de wintertijd?

Correctie (8 februari 2017). In een eerdere versie van dit stuk was de naam van Annie Schreijer-Pierik ten onrechte opgeschreven als Annie Schrijver-Pierik.