Eigen geluidswet voor bedrijventerrein

Albertknoop

Cultuur, regels, normen. Veel verschilt tussen België en Nederland. Soms vindt de Benelux een oplossing. Maar niet voor alles.

Het grensoverschrijdende bedrijventerrein Albertknoop, nog volop in ontwikkeling. De windmolens staan op Belgisch grondgebied. Foto Roos Pierson

Een grensoverschrijdend bedrijventerrein bedenken is makkelijker dan het realiseren. Dat weten ze in het Belgische Lanaken en buurgemeente Maastricht inmiddels ook. Bij het werk aan Albertknoop, een bedrijventerrein op de landgrens, blijkt verschil in politieke en bestuurlijke culturen, maten en normen. Nederlanders gebruiken Normaal Amsterdams Peil (NAP), Belgen de Tweede Algemene Water Toepassing (TAW) – anderhalve meter lager. Een Belgisch fietspad is doorgaans een halve meter breder dan een Nederlands.

Het risico bestaat dat bedrijven profiteren van verschillen in wet- en regelgeving en dat Albertknoop, bedoeld om de grens deels weg te poetsen, juist leidt tot ergernis over internationale samenwerking. Neem geluidshinder. Nederland telt het lawaai van bedrijven bij elkaar op en kijkt of dit onder de norm blijft. België kijkt naar elk bedrijf afzonderlijk. Naar een cumulatief effect wordt niet gekeken.

Voor Albertknoop gaat dat nu wel gebeuren. En het geluidsmaximum aan de rand ervan, 53 dB(A), is zelfs 2 dBA lager dan gangbaar. De lokale overheden kwamen tot afspraken in een Benelux-beschikking. Voor Albertknoop gelden niet langer Nederlandse of Belgische geluidswetten, maar deze nieuwe regelgeving.

„Noem ons een klusbus”, zegt een tevreden Luuk Blom, adjunct-secretaris-generaal bij het Secretariaat-Generaal van de Benelux in Brussel. „Als ergens aan de grens een kraan lekt, hebben wij instrumentarium om dat te verhelpen.” Het is zijn beeld voor allerlei vormen van grensfrictie. „Beschikkingen zijn tot nu toe vooral mogelijk voor milieu, natuur en economie. Als aan beide kanten van de grens de wil bestaat om een probleem samen aan te pakken, kan er veel.”

Blom noemt de Benelux een voorloper op het gebied van samenwerking. De economische unie tussen Nederland, België en Luxemburg bestaat deze maand zestig jaar. „Europese samenwerking heeft iets abstracts. Met een Benelux-beschikking kun je concrete zaken regelen. Dat spreekt aan. En het kan snel. Wil je afspraken als die over Albertknoop aan de Duits-Nederlandse grens regelen, dan moet er een bilateraal verdrag komen en ben je tot aan de ratificatie en inwerkingtreding zo jaren verder.”

Het gezamenlijke beheer van het natuurgebied de Zoom/Kalmthoutse Heide (tussen Roosendaal en Antwerpen) is al jaren geregeld via een Benelux-beschikking. In Oost-Vlaanderen (België) en Zeeuws-Vlaanderen (Nederland) bestaat grote belangstelling voor de afspraken rond Albertknoop. Biedt zo’n aanpak ook kansen voor bedrijventerreinen tussen Gent en Terneuzen?

Opheffingsnorm

Soms loopt het onderweg toch spaak. In het Limburgse dorp Roosteren zakte de basisschool onder de opheffingsnorm, onder meer doordat leerlingen naar scholen in België trokken. Sluiting dreigde. De gemeente Echt-Susteren zocht contact met de Belgische buurgemeenten Maaseik en Kinrooi, en met de Benelux. Daar had Jos Hessels, burgemeester van Echt-Susteren, contacten, omdat hij een tijdlang vicevoorzitter van het Benelux-parlement was. Het idee ontstond een Belgisch schoolbestuur de basisschool in Roosteren te laten runnen met de eigen, volgens sommigen wat strengere aanpak en de voor ouders aantrekkelijke instapleeftijd van 2,5 jaar (inclusief goedkope naschoolse kinderopvang). Van het schoolbestuur kon dan een Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking (BGTS) worden gemaakt.

„Wij zouden een school houden in Roosteren, de Belgen zouden minder geld kwijt zijn aan de toestroom van Nederlandse leerlingen”, beschrijft wethouder Peter Pustjens (onderwijs, CDA) de voordelen. „Maar de landsgrens bleek toch nog heel hard. We hadden niet alleen te maken met gemeentes, maar ook met provincies en gewestelijke en landelijke overheden. En dan stuit je ook nog op het in elkaar passen van twee heel verschillende onderwijssystematieken en de simpele vraag wie wat gaat betalen.”

Toen bedacht de lokale onderwijskoepel Kindante een minder klassikale, goedkopere aanpak om de basisschool in Roosteren overeind te houden. Echt-Susteren zette de eerdere ideeën „in de ijskast”.

    • Paul van der Steen