Recensie

Een rasechte Hyundai: nul appeal, nul fout

rijdt een GTI-achtige Hyundai. Rauw maar precies, agressief maar spontaan.

De Hyundai i30 2.0 T-GDI bij autobedrijf Velserbeek Hyundai, Velserbroek. Foto Merlijn Doomernik

Twee jaar geleden. Ik tuf door Zuid-Holland in een Hyundai i30, bovenstebeste brave auto in de Golf-klasse. Voldoende vermogen, genoeg ruimte, marktconform uitgerust. Het onderstel de gulden middenweg, te hard noch te zacht. Keurige prijs ook. Nul appeal, nul fout.

Dit is de auto die mijnheer Van Veen en mevrouw Van Veen-Bruintjes van Stomerij Van Veen in Emmeloord – ik zuig ze uit mijn duim, maar ze bestaan – met mijn hartelijke instemming hebben besteld. Hun eerste middenklasser, na vijf Fords, waar ze nooit iets mee hebben. Met de vijf jaar Onbeperkte Kilometer Garantie hebben ze nimmer hoeven wapperen. Daar kunnen, zegt mijnheer, die Duitsers nog een punt aan zuigen. Want zonder trots komt men er in het leven niet.

Nu heb ik van datzelfde merk dezelfde auto met een beetje meer. Achterin kunnen nog steeds twee opgroeiende kinderen, in de kofferbak tassen vol boodschappen. Het dashboard is dezelfde zwarte massa met dezelfde knoppen op precies dezelfde goede plaats. De spoilerlip onder de grille kan loos alarm zijn, een actiepakketje. Zijn metamorfose wijst op iets ernstigers. Hier is het hoofdkantoor van Omroep Max door Radio 538 ingenomen. Over de achterruit loopt als uitgelopen eyeliner een glanzend zwarte spoiler. Onder de achterbumper brabbelen twee uitlaatpijpen een flatulente reutel. Langs de toerenteller glijdt van 5.000 tot 7.000 toeren een krans van led-lampjes die in de opwarmfase, één voor één uitdovend, het maximale toerental aangeven; dat had ik vroeger nota bene in mijn BMW M3. De blinkende velgen: 19 inch. En inderdaad treffen wij onder de motorkap niet de wakkere driecilinder van de Van Veentjes aan, maar een tweeliter turbo met 275 pk die de gewone Hyundaimens, mits de jongens met de leren jacks en capuchons hem blieven, zullen schokken met het novum van de bumperklevende Hyundai.

Dit is de i30 2.0 T-GDI N2 Performance, de eerste echte hot hatch van het merk. Parbleu, waarom zou een Koreaans volumemerk een GTI-achtige bouwen? Die verkopen ze bij VW met wel 300 pk, een A-klasse AMG heeft er 381. Daar vindt men status met het juiste logo en de koelbloedige sportschoolstijl van het oude Europa, terwijl die N2 toch een geëscaleerde Grote Verbouwing blijft.

Maak kennis met Hyundai’s halo-auto. Halo car is autoterminologie voor de vaandeldrager die profetisch licht laat schijnen over de nieuwe wegen die het merk wil inslaan. Hij lonkt naar doelgroepen die hij door het stigma van zijn naam nog niet bereikt, maar de verkoopcijfers doen er minder toe. Men zaait wat men op langere termijn hoopt te oogsten: respect.

Witte raven

Onmiddellijk succes is met zulke auto’s altijd moeilijk. Zelden komt het voor dat een Aziatische sportwagen zijn plaats verovert in een door Europeaanse topmerken gedomineerde markt. De Mazda MX5, de Honda S2000 of de Subaru Impreza WRX behoren tot de weinige witte raven wier kwaliteiten sterker bleken dan de vooringenomenheid tegen hun nederige afkomst. Zeer verrassend sluit de i30 glansrijk aan bij dat gezelschap.

Voor de fijne kneepjes van het scheurgebeuren schakelde Hyundai Albert Biermann in, ex-ontwikkelingschef van BMW. Het kan zijn dat ik te klakkeloos verbanden leg, maar ik heb het gevoel dat hij, dankbaar profiterend van de heilige eerbied voor zijn curriculum, in de auto alle ziel en zaligheid heeft kunnen leggen die hij bij zijn oud-werkgever niet meer kwijt kon. De ledjes in de toerenteller zijn niet de enige verwijzing naar oudere feest-BMW’s. De vlezige besturing en de straf schakelende zesversnellingsbak duiden evenzeer op een nostalgisch verlangen naar de mechanische hartstocht die BMW de nek omdraaide met achttraps automaten en die vaak net iets te synthetische besturing. In plaats van zo’n elektronische parkeerknop zit er een normale handrem op. Hij rijdt rauw maar precies, agressief en spontaan. Van de bij dit slag overgemotoriseerde brulboeien beruchte aandrijfkrachten in het stuur is hij vrij. De niet ongevaarlijke combinatie van immense turbotrekkracht en voorwielaandrijving, ooit niet des BMW’s, heeft Hyundai niet verhinderd een auto te bouwen die in zijn bezetenheid zo foutloos is als die van de Van Veentjes in zijn keurigheid. Dus toch een rasechte Hyundai; nul appeal, nul fout. Maar zonder één voorbehoud geweldig. En desgewenst nog zuinig ook; het verbruik op een lange, rustige rit bedroeg na aftanken 1 op 14, exact de fabrieksopgave.