Opinie

    • Arjen Fortuin

De internationale slavenbrigade van Kim Jong-un

Zap De documentaire Dollar Heroes gaat over de duizenden Noord-Koreanen die als leden van ‘arbeidsbrigades’ in het buitenland werken. Een journalistencollectief had veel uit de kast gehaald om de misstanden in kaart te brengen.

Gesprek met een Noord-Koreaanse arbeider (Dollar Heroes - Valuta voor de dictator, EO)

Waar denkt u aan als u aan Noord-Korea denkt? Vast aan raketten met kernbommen, parades met synchroonstappende soldaten of misschien aan de foto’s op de site Kim Jong-un looking at things. Misschien denkt u aan Donald Trump of aan de Olympische Winterspelen.

U denkt vast niet aan de duizenden Noord-Koreanen die als leden van ‘arbeidsbrigades’ in het buitenland werken. Ik had nog nóóit aan ze gedacht, want ik wist niet dat ze bestonden. Na het zien van de door de EO woensdag uitgezonden documentaire Dollar Heroes zal ik ze niet meer vergeten.

De kern van de zaak is snel verteld: Noord-Korea zendt gastarbeiders uit naar het buitenland – veel naar Rusland, China en de Golfstaten – en het geld dat deze mannen verdienen gaat voor het overgrote deel naar de staatskas. Het is een belangrijke bron van inkomsten voor het regime. Vluchten of je anderszins aan het systeem onttrekken leidt direct tot repercussies voor je familie.

Een groep journalisten uit Duitsland, Polen, Rusland en Korea had veel uit de kast gehaald (van smoesjes tot knoopcamera’s) om de misstanden in kaart te brengen. Maar in de indrukwekkendste scène van Dollar Heroes wordt maar weinig informatie buitgemaakt.

Daarin zien we hoe in een Russische stad een Zuid-Koreaanse journaliste een arbeider aanspreekt die bezig is op een steiger. Ze zegt dat ze toeriste is, vraagt waar hij vandaan komt (de provincie Pyongyang). Het gesprek heeft amper een minuut geduurd als plotseling de telefoon van de bouwvakker gaat. Stomverbaasd neemt hij op, loopt een paar meter weg van de vrouw. Tegen de beller zegt hij: „Goed, ik zal haar zeggen dat ze weg moet gaan.” De Grote Koreaanse Broer houdt zijn arbeiders scherp in de gaten.

De Russische autoriteiten brengen de journalisten later een intimiderend bezoekje: het is niet de bedoeling dat ze hun neus in Koreaanse zaken steken. Stukje bij beetje ontstaat toch een beeld. Van de lange dagen die de Koreanen maken en hun uitstekende reputatie. Nooit klagen, nooit vragen stellen. Hun deel van de opbrengst is zo gering dat ze soms hun officieren omkopen om extra opdrachten te krijgen of zich in hun schaarse vrije uren verhuren aan weer andere mensen.

Vermoedelijk leiden zo’n 50.000 Noord-Koreanen een slavenbestaan in het buitenland. Het journalistencollectief ontdekt een Koreaans bedrijf in Polen dat, vooral in de scheepsbouw, personeel levert. Er wordt een bezoek gebracht aan een scheepswerf in Szczecin, waar ook Nederlandse schepen gebouwd zijn, zo meldde De Correspondent woensdag.

In Polen heerst een tekort aan geschoolde arbeiders – ongetwijfeld omdat alle Polen in Nederland en Duitsland badkamers staan te verbouwen. Poolse werkgevers zijn dol op Koreanen: „Het zijn zeer vlijtige mensen. Polen willen nooit werken in het weekend, die zeggen: ik moet drinken. De Koreanen komen altijd.”

Schrijnend contrast: een Koreaanse arbeider vertelt in een kort geheim telefoongesprek dat drinken eigenlijk het enige is wat hij op zondag doet. „Anders houd ik het niet vol.”

De situatie van de arbeiders is mensonterend en strijdig met de VN-sancties tegen Noord-Korea. Desgevraagd zegt een VN-functionaris dat ze bezig zijn met de zaak, maar dat de Poolse regering maar niet met informatie over de brug komt. Zo hebben de slavendrijvers van Kim Jong-un zelfs vrij spel binnen de Europese Unie. Dat lijkt me minstens zo urgent als het raketgerammel van de dictator.

    • Arjen Fortuin