Als niemand ’m doormidden rijdt, kan Knegt iedereen aan

Shorttrack

Vier jaar na zijn olympische primeur is Sjinkie Knegt een rustiger mens: „Ik ben gewoon beter.” Maar lang niet altijd wint de beste.

Sjinkie Knegt en Daan Breeuwsma (boven) tijdens een training van de Nederlandse ploeg op de Gangneung Ice Arena. Foto ANP/Koen van Weel

De Nederlandse shorttrackploeg had disciplinemanager Wilf O’Reilly deze week naar de persconferentie van de Zuid-Koreanen gestuurd. Daar stelde iemand de vraag hoeveel medailles Zuid-Korea, hét shorttrackland, in eigen huis zou winnen deze Winterspelen. Het antwoord: dat zal afhangen van Sjinkie Knegt. Die zit met een brede glimlach op zijn gezicht in een zaaltje in het olympisch dorp. „Het is toch mooi als je dat soort dingen hoort?”

Als Knegt zaterdag in de Ice Arena in Gangneung op het ijs staat voor de 1.500 meter, is hij topfavoriet. Het is traditioneel zijn afstand, al kun je dat inmiddels bij Knegt (28) over elke afstand zeggen. „Die Koreanen denken misschien dat er zo wat druk doorsijpelt naar het Nederlandse team”, zegt bondscoach Jeroen Otter. „Aan de andere kant: van Sjinkie wordt ook wel wat verwacht.” Knegt merkt dat zelf ook. „Aan de aandacht van de pers, je hoort het van andere landen, van Jeroen.” Druk is het niet, hij krijgt er slechts energie van.

De EK van vorige maand hebben ervoor gezorgd dat mensen zijn naam al voorzichtig bij het goud van zaterdag zetten, het allereerste Nederlandse shorttrackgoud ooit op de Spelen. Vijf keer goud won Knegt in Dresden: op de 500, de 1.000 en de 1.500 meter, op de relay (aflossing) en in het eindklassement. En hij wás ook goed in Duitsland, niemand die dat ontkent, maar de prestaties kwamen wel tot stand in een lichtelijk gedevalueerd deelnemersveld. Hij kon nog wel een stuk beter, zei hij daar. Otter vond dat ook. Misschien heeft dat de hype nog groter gemaakt.

Vier jaar, een groot verschil

Hoe groot is het verschil met vier jaar geleden. Toen Knegt tijdens de Spelen van Sotsji brons won op de 1.000 meter, de eerste Nederlandse olympische shorttrackmedaille in de geschiedenis, was dat een grote verrassing. Hij was nog grillig, internationaal een outsider, ook al was hij in 2012 al eens Europees allroundkampioen geworden. De inhaalacties waarom hij zo geroemd wordt, gingen soms de grens van roekeloosheid over. Beroemd werd het moment dat hij beide middelvingers opstak naar de Rus Viktor An tijdens de mislukte EK vier jaar terug.

Lees ook: Nederland hoopt op 15 medailles

Het niveau van het Nederlandse shorttrack is in de afgelopen jaren enorm gestegen en Knegt is met de sport mee gegroeid. „Ik denk dat ik een enorme stap heb gemaakt. Ik ben gewoon beter geworden, ben nu favoriet op elke afstand en de relay.”

Waar hij vroeger races altijd achteraan bleef plakken, om in de laatste ronden toe te slaan, rijdt hij nu waar nodig makkelijk enkele ronden op kop. Als mens is hij volwassener, rustiger, mede dankzij zijn twee jonge kinderen.

Sinds de Spelen vier jaar terug werd Knegt nog twee keer Europees kampioen (2015 en 2018) en één keer wereldkampioen (2015). Inmiddels heeft het Nederlandse shorttrack, met Knegt voorop, een dusdanige reputatie dat de laatste jaren steevast leden van de Zuid-Koreaanse, Chinese en Canadese ploeg met een camera op de tribunes trainingen zitten te volgen.

Veel concurrentie

Maar shorttrack blijft een eigenaardige sport. Zelden is er één favoriet, daarvoor is de internationale top te breed en zijn de races te onvoorspelbaar. „Sjinkie ís ook de beste shorttracker van de wereld, maar dat wil niet zeggen dat je altijd de prijzen naar je toe trekt”, zegt Otter.

Op de 1.500 meter van zaterdag alleen al: hij noemt drie Zuid-Koreanen als grote concurrenten, onder wie de huidig wereldkampioen Seo Yi-ra en Hwang Dae-hon, winnaar van twee van de vier wereldbekerwedstrijden dit seizoen. Of de Canadees Charles Hamelin, olympisch kampioen vier jaar geleden en eveneens winnaar van een wereldbekerwedstrijd dit seizoen. Zijn landgenoot Samuel Girard, de Chinees Tianyu Han, de Hongaarse broers Shaoang en Sandor Liu.

Het kan ook zomaar in de voorrondes al gebeurd zijn. „Dat is overleven. Er gebeuren dingen waar hij zelf geen controle over heeft”, zegt Otter. „Staat er een of andere Colombiaan voor hem, of een Belg, die hem doormidden rijdt.” Hij wil maar zeggen: de Spelen zijn geen ‘toernooi’, zoals de shorttrackers dat kennen: er is geen klassement. Dan willen mensen nog weleens grote risico’s nemen. „Als er twee doorgaan en ze liggen derde en kunnen nog aanhaken, dan gaan ze de laatste ronde dwars door je heen. Als ik in de positie zit, ga ik er ook dwars doorheen”, zegt Knegt lachend. „Of je loot zomaar in de halve finale drie Koreanen. Dan ben je gewoon de lul.”

Maar Otter weet dat Knegt– en dat weet hij zelf ook – op de belangrijke momenten dingen kan die bijna niemand anders kan. Vandaar ook misschien dat antwoord van de Zuid-Koreanen op de persconferentie. „Er zal geen Nederlander zijn in het langebaanschaatsen die zegt dat er een buitenlandse concurrent is voor Sven Kramer”, zegt Otter. „Langebaanschaatsen is van Nederland en de rest past zich aan. Shorttrack is van Zuid-Kore. Wat ik mooi vind: Sjinkie heeft blijkbaar de status dat mensen hem in de gaten houden.”

    • Frank Huiskamp