‘Wij zijn geen gebruiksvoorwerp voor politici’

Jonge migranten VS Al maanden steggelt het Congres over migratie, met als inzet de ‘dreamers’. De wanhoop onder deze groep in de VS opgegroeide migranten is groot.

In de hele VS wordt al maanden betoogd voor een permanente status voor ‘Dreamers’, hier half januari in Los Angeles. Foto Lucy Nicholson/Reuters

Brenda Hernandez-Torres (25) is een sprankelende verteller. Ze werkt voor de fietsersbond en presenteert een online radioprogramma voor Spaanstalige migranten in Philadelphia. Haar telefoon zoemt voortdurend. Maar ze heeft ook dagen dat ze zich thuis opsluit, de gordijnen dichtdoet, en haar telefoon uitzet. Bij haar is een aanpassingsstoornis vastgesteld: ze wordt angstig van dreigende grote veranderingen. Steeds vaker krijgt die angst de overhand, en durft ze haar huis niet meer uit.

Karla Rojas (23) is juridisch medewerker. Pas toen ze op de middelbare school zat, hoorde ze van haar ouders dat ze zonder papieren in de Verenigde Staten woonde. Ze zou nooit naar de universiteit kunnen, vertelden ze haar, want dan zou haar illegale status uitkomen. „Ik stopte meteen met school, en werd voornamelijk op straat opgevoed, in een ruige wijk van Philadelphia.”

Later krabbelde ze op, en ging ze alsnog studeren. Maar ze wordt nog altijd razend als ze Democraten met goede bedoelingen hoort praten over succesvolle migranten uit Latijns-Amerika. „Ik leef in angst om uitgezet te worden, zoals al mijn vrienden. De meesten worstelen om iets van hun leven te maken. We zijn geen gebruiksvoorwerp voor politici.”

Carlos Castro Miranda (24) werkt voor een advertentiebedrijf. Hij maakt nooit plannen, zegt hij. Hij leeft altijd met het gevoel dat zijn leven in Philadelphia morgen afgelopen kan zijn.

Nooit een huis kopen

„Ik zal nooit een huis kopen, of nadenken over de vraag waar ik over vijf jaar werk. Maar ik heb ook moeite met relaties aangaan. Ze liepen altijd stuk, omdat ik niet wilde dat mijn hoop van mijn partner afhangt.”

Moe zijn ze, deze drie ‘Dreamers’ uit Philadelphia. Moe van het gesol met hun status, een mogelijke uitzetting naar het land waar ze geboren zijn, maar waar ze nauwelijks herinneringen aan hebben. Moe ook van een president die hen vergeleek met een criminele bende, suggereerde dat ze moordenaars zijn, en tijdens de State of the Union vorige week zei: „Amerikanen zijn óók Dreamers.”

In de staat Pennsylvania wonen zo’n zesduizend Dreamers, het merendeel in Philadelphia (anderhalf miljoen inwoners), een stad met een grote latinogemeenschap. Brenda en Karla zijn geboren in Mexico. Carlos komt uit Honduras. Als kind werden ze door hun ouders meegenomen naar de Verenigde Staten. Ze maken deel uit van de circa 800.000 jonge illegale migranten die zich onder president Obama aanmeldden voor een gedoogstatus. Van die groep maken er naar schatting 690.000 nog altijd gebruik van het programma.

Obama riep hen op „uit de schaduw te treden”, en een rijbewijs te halen, een baan te zoeken, of zich te melden bij de overheid. Maar president Trump kondigde in september het einde aan van het Deferred Action for Childhood Arrival-programma (DACA). De relatieve vrijheid die de ‘Dreamers’ onder Obama kregen, voelt nu als een val. Op 5 maart, als de deadline voor DACA verstrijkt, kunnen zij eenvoudig opgespoord en uitgezet worden.

Er is nog een kans voor de groep migranten. Het Congres kan ze een permanente status geven, zoals de overgrote meerderheid van de Amerikanen wil.

Maar het onderwerp is onderdeel geworden van de onderhandelingen tussen Democraten en Republikeinen over een nieuwe sluiting van de federale overheid, en een compromis is nog ver weg. Trump wil ze alleen een permanente status geven als zijn Muur aan de grens met Mexico er ook komt, als er een einde aan gezinshereniging komt, en als er geen visa meer worden verstrekt via een loterij. Dat is allemaal onbespreekbaar voor de Democraten. Dinsdag dreigde Trump met een nieuwe overheidssluiting als de Democraten niet toegeven.

Jung Rae Jang is een van de 800.000 zogeheten ‘Dreamers’. Eind vorig jaar sprak medewerker Anke Meijer met hem. "Ik wil niet opnieuw de schaduw in."

„Politici zien mijn leven als handelswaar”, zegt Karla Rojas. „Ze vinden dat ik dankbaar moet zijn als ik mag blijven. Daarom noem ik mijzelf geen ‘Dreamer’. Dat klinkt veel te positief, ik ben nog altijd illegaal. Er valt bovendien niks te dromen, zolang mijn ouders uitzetting boven het hoofd hangt.”

Carlos Castro Miranda weet niet wat hij moet hopen, zegt hij. Als Trump wint, kan hij worden uitgezet naar Honduras. Een compromis kan zijn familie uit elkaar doen vallen. Zijn moeder is illegaal en werkt in de bediening. Als hij zou mogen blijven, betekent het dat de opsporing van illegale migranten wordt verhevigd, en dat zij sneller gevonden kan worden.

Carlos heeft ook nog een broertje dat in de Verenigde Staten is geboren, en dus een Amerikaans paspoort heeft. „Mijn moeder zegt: ‘Leg alles in Gods handen. Hij beschermt ons.’ Maar ik denk: o ja? Waar was God dan de afgelopen jaren?”

In de latinogemeenschap groeit het onderlinge wantrouwen, zegt Carlos Castro Miranda. „Ik heb geleerd dat je nooit te eerlijk over je status moet zijn. Als je ruzie krijgt, kan zulke informatie makkelijk bij de immigratiedienst terechtkomen.”

De ouders van Brenda Hernandez-Torres hebben een restaurant. Ze zegt: „Ik ben een rebel. Ik ga naar demonstraties, en spreek me uit in mijn radioprogramma. Mijn ouders zijn daar boos over. Mijn vader zegt altijd: ‘Verdien je geld en houd je mond.’ Niet in de problemen komen, dat is hun doel.” Op 7-jarige leeftijd stak Hernandez-Torres de grens over. De jaren ervoor hadden haar ouders voortdurend verteld hoe mooi Amerika was. „We keken naar de tv-serie 7th Heaven, over een Amerikaans modelgezin. Ik dacht dat iedereen een zwembad en een paard had. Toen we vertrokken, zei mijn vader: ‘Je gaat naar Disneyland.’ Maar eenmaal hier moest mijn vader geld verdienen als afwasser, en moesten we elke dag in angst leven.”

Niet uit het raam kijken

In de trailer waar het gezin terechtkwam, vertelden haar ouders dat ze niet uit het raam mocht kijken, en de deur niet mocht opendoen. Haar ouders hadden gelijk: op een dag stonden er medewerkers van immigratiedienst ICE voor de deur.

Net als Karla Rojas verliet Hernandez-Torres haar middelbare school voortijdig. „Mijn ouders zeiden: ‘Ga toch studeren! In Amerika kun je worden wat je maar wil.’ Ik antwoordde: ‘Denken jullie dat het zo makkelijk is? Wat hebben jullie me aangedaan?’”

Als haar angsten de overhand nemen, vreest Hernandez-Torres dat ze haar goede baan zal verliezen, dat ze ondergronds zal moeten leven. Ze wil niet terug naar Mexico. „Als ik lang nadenk, zie ik een leven als slechtbetaalde afwasser, levend met de angst van uitzetting. Ik zeg daarom altijd tegen mezelf dat ik niet over de toekomst na mag denken. Net als alle andere Dreamers probeer ik bij de dag te leven.”

    • Guus Valk