Voor échte winterlandschappen moet je nu naar schilderijen kijken

Expositie Van die krakende winters, die niet meer zijn – schilderachtig mooi. Drie musea in Kampen brengen nu een ode aan het winterlandschap.

Landschap met schaatsers van Hendrik Gerrit ten Cate (1803-1856), olieverf op paneel, 1829. Collectie: Museum Flehite – Amersfoort

Vergeet de winters van nu: de echte Nederlandse winters zijn die van vroeger. Geen genre in de schilderkunst is zo ijzig verleidelijk als het wintergezicht, het lijkt op zo’n schilderij vijftien tot twintig graden onder nul. We kunnen het ons nauwelijks nog voorstellen. Over de bevroren plassen en vaarten ligt een blauwe glans, de rietkragen verstard in de vrieskou. En overal sneeuw, op de daken van huizen, opgestoven tegen de bomen. Over het ijs zwieren de schaatsers. De geschilderde kou van Hollandse meesters doet je huiveren en verlangen naar winterse winters.

Drie musea in Kampen brengen een ode aan het winterlandschap in de negentiende en twintigste eeuw. In het Stedelijk Museum Kampen zijn de traditionele werken verzameld van schilders als Louis Apol, Andreas Schelfhout en Willem Bastiaan Tholen. Zij staan in de traditie van de grootmeester van het genre, de Kampenaar Hendrick Avercamp, die zich in de zeventiende eeuw toelegde op het ijsgezicht. Avercamp had een groot geluk: vier eeuwen geleden was Nederland in de greep van de ‘kleine ijstijd’. Maandenlange kou heerste over stad en land. Deze expositie in het Stedelijk heet Winters die waren. Wintergezichten uit de periode 1800-1940.

Vlakbij staat de Koornmarktspoort, waar de Drentse schilder Siemen Dijkstra (1968) zijn Winters van nu toont. Daartussenin, ook aan de IJssel, die helaas niet bevroren is, kiest de Friese schilder Christiaan Kuitwaard (1965) voor zijn winters van nu de Voormalige Synagoge. Drie locaties, drie winterse werelden, zowel traditioneel als hedendaags geschilderd. Dijkstra neemt de bezoeker ook mee naar Spitsbergen, Noord-Zweden en Groenland, waar hij de rauwe, harde winter vastlegt. Toepasselijk heet een van de schetsen, gemaakt in Zweden, Weemoed. In enkele lijnen legt hij de essentie van een winterlandschap vast met besneeuwde vlakten, ijsschotsen en lage horizon.

IJsvermaak door
Jan Jacob Spohler (1811-1866),
olieverf op doek, ca. 1840.
Collectie Stedelijk Museum Kampen

Hedendaagse winters zijn bescheiden, lijkt het. De sneeuw is eerder schuchter en aarzelend dan, zoals vroeger, overweldigend.

Dijkstra beoefent het houtsnijden, iets wat weinig kunstenaars doen. In 2005 legde hij de Overijsselse Weerribben vast op de kleurenhoutsnede Laatste licht van een winterdag. Op de voorgrond zien we berijpte, broze rietpluimen waartussen op de grond wat sneeuw ligt. Verderop een groep kale bomen.

Breuklijnen

De winterse sfeer is vooral te danken aan de kleuren: blauwig in de verte en op de voorgrond veel roze. Niemand die het verwacht, maar roze blijkt de echte winterkleur te zijn. Ook op Dijkstra’s Solitaire eik uit de winter van 2005-2006 gloeit in het midden het rozerood van een winterse ochtend of avond. Het heeft op deze houtsnede licht gesneeuwd, de graspollen steken door de sneeuw heen.

Dat is op Wintergezicht met watermolen van Louis Apol wel anders, precies een eeuw eerder geschilderd. Hier niet de beduusdheid van een gematigde winter, maar juist overdadig besneeuwde oevers en bomen. Roze als winterkleur werd al in de negentiende eeuw gebruikt door Andreas Schelfhout, de belangrijkste winterschilder van zijn tijd. Imposant is IJsvermaak (1868) met een schaatsende moeder en kind op de voorgrond. Zowel moeder als kind heeft een slee die beladen is met takkenbossen, hout voor de haard. Op de achtergrond een molen en nog meer schaatsers, die zich spiegelen in de ijsvlakte. Dit is echt ijs, je hoort de ijzers krassen. Het tafereel is gevangen in het roze licht van de ondergaande zon.

1. Wintergezicht, 1905-1910, Louis Apol
2. IJsvermaak, ca 1840, Jan Jacob Spohler
3. Wandelaars op de Witte Brug te Den Haag, na 1890, Willem Bastiaan Tholen
4. Zuidlheeder Es, 2004, Siemen Dijkstra
5. Solitaire eik in ruilverkavelingsgebied, 2005-2006,Siemen Dijkstra
6. Landschap met schaatsers, 1829, Hendrik Gerrit ten Cate
7. Boom, 04-04-2014, Christiaan Kuitwaard
8.Wintergezicht met watermolen, 1905-1910, Louis Apol
Met de klok mee vanaf linksboven: Solitaire eik in ruilverkavelingsgebied, 2005-2006
Kleurenhoutsnede
prent 53 x 53 cm, Wintergezicht
Lodewijk Franciscus Hendrik Apol (1850-1936),
olieverf op doek, 1905-1910, Wandelaars op de Witte Brug te Den Haag
Willem Bastiaan Tholen (1860-1931),
olieverf op doek, na 1890.

Beeld Siemen Dijkstra, Mark Smit Kunsthandel, Ommen, Stedelijk Museum Kampen

Ook blauw is een winterkleur, wat het mooiste is te zien op Landschap met schaatsers (1829) van Hendrik Gerrit ten Cate. Het ijs is hemelsblauw en er lopen breuklijnen als bliksemschichten doorheen.

Deze werken wekken ons verlangen naar winters. We zouden ons in het besneeuwde landschap willen begeven en opnieuw weten hoe het ook weer voelt: de kou als naalden op je huid, de tinteling in je bloed, het knerpen van je schoenen door de sneeuw. Weemoed en winter horen op een bepaalde manier bij elkaar, hoe vrolijk ijsvermaak ook is. De winter is voor alles een zeldzaam seizoen aan het worden. Zo’n kleine ijstijd is als een droombeeld.

De geschilderde kou van Hollandse meesters doet je huiveren en verlangen naar winterse winters

De winters van Christiaan Kuitwaard, tentoongesteld in de smetteloze ruimte van de Voormalige Synagoge, leren ons kijken naar ijle bomen in de sneeuw en lege winterlandschappen. Het ijle, ranke paneel Boom is geschilderd op 4 april 2014. Toch is de stam aan een zijde besneeuwd, als door de laatste sneeuwval. Zo reiken winter en lente elkaar de hand. Kuitwaards winters zijn bijna abstract, zoals een besneeuwd winterlandschap ook kan zijn. Slechts hier en daar wat reliëf van gras of riet dat door de witheid heen steekt.

Eén werk van Kuitwaard trekt aandacht, Structuur van 1 december 2017. Het is alsof we naar een bevroren raam kijken met daarop stervormige patronen. Er valt licht doorheen. Dan zie ik het, een beeld van lang geleden: ijsbloemen. Deze winterwerelden vertellen over een seizoen dat we bijna hebben verloren, maar geschilderd terugvinden.

Winters die waren. Stedelijk Museum, Kampen. T/m 11 februari. Winters van nu. Siemen Dijkstra en Christiaan Kuitwaard. T/m 25 maart. Inl: stedelijkmuseumkampen.nl
    • Kester Freriks