Raakt de onrust op de beurs ook de ‘echte’ economie?

Handelaar op de beursvloer in New York dinsdag. Foto Spencer Platt/AFP

De beurskoersen en de ‘echte’ economie: het zijn twee werelden die weliswaar verbonden zijn, maar zeker niet direct en soms meer dan anders. Vaak lopen de aandelen en economische groeicijfers allesbehalve parallel. De huidige onrust op de beurs hoeft dan ook niet te duiden op economische ellende.

Allereerst is niet economisch pessimisme, maar juist een goed, zelfs heel goed draaiende economie, een belangrijke aanleiding van de koersdalingen in de Verenigde Staten. De aandelenkoersen zijn daar ver op vooruitgelopen, méér dan in Europa. Amerikaanse beleggers zijn nu vooral bang voor de hogere inflatie die de langdurige economische groei en de krappe arbeidsmarkt kan vergezellen. Ze vrezen vooral de verhogingen van de rente die daarbij hoort.

Het rentetarief van de Amerikaanse Federal Reserve, die binnen een bandbreedte van 1,25 en 1,5 procent valt, is naar historische standaarden nog steeds laag. In Europa loopt de conjunctuur achter op de VS. De rente van de Europese Centrale Bank ligt nog steeds rond de nul.

Lees ook: Wall Street zaaide zijn eigen onrust

Nu nog weinig gevolgen

Beurscorrecties die plaatsvinden in een stijgende economische conjunctuur blijven vaak zonder gevolgen voor de reële economie. Zie de beurskrach van 1987, en de correcties op westerse aandelenbeurzen in 1998 tijdens de Aziëcrisis. Beide bleven vrijwel zonder gevolgen voor de economie op de grond.

Verliezen op de beurs raken – mits ze binnen de perken blijven – niet zonder meer het economisch vertrouwen of de consumptie. Niet iedereen heeft aandelen of obligaties. In Nederland gaat het om 23 procent van de huishoudens, zo vond de Tilburgse econoom Dirk Brounen vorig jaar op basis van een onderzoek onder 2.000 huishoudens. In de Verenigde Staten is het aandeel van huishoudens met aandelen na de financiële crisis flink gedaald, van 21 naar 14 procent, volgens gegevens van de Fed.

Ook voor wie wél aandelen bezit, hoeft een kortstondige correctie weinig gevolgen te hebben. Het vermogenseffect, waarbij mensen hun consumptie terugschroeven omdat ze zich na een koersdaling minder welvarend voelen, treedt pas in als koersverliezen langdurig zijn. Bovendien is dat effect minder sterk bij aandelen dan bijvoorbeeld bij een daling van de huizenprijzen. Dat komt omdat aandelenbeleggers er, veel meer dan bij huizen, al rekening mee houden dat de waarde van belegging kan fluctueren.

    • Mark Beunderman
    • Maarten Schinkel