Opinie

Oneerbiedige vragen aan excellent kankerinstituut

Eigen inbreng ongewenst. Daarom paste ervoor om de opening van het Oncode Institute te verzorgen. Hier de kritische vragen die ze had willen stellen.
Illustratie Hajo

Ik leef nu al bijna een jaar van optredens op feesten en partijen. Zo nu en dan voel ik me daar een beetje ongemakkelijk bij, het betekent dat ik geld aanneem van bedrijven en dat zou mijn onafhankelijkheid in het geding kunnen brengen. Maar meestal heb ik er geen enkel probleem mee, omdat ik volledig vrij blijf om te vertellen wat ik wil en te schrijven wat ik wil. Ik kan vrijuit over de mestfraude praten bij landbouworganisaties, over Clean Label-nonsens bij de voedingsmiddelenindustrie en over het lelijke gezicht van glyfosaat bij de bestrijdingsmiddelenindustrie. Veel organisaties zijn juist op zoek naar debat en lastige gesprekken.

Afgelopen week was de eerste keer dat ik een voorzitterschap van een evenement heb afgezegd omdat ik last kreeg van gewetensbezwaren. Het was de opening van het Oncode Institute, het nieuwe kankerinstituut waar vijf prominente excellente uitmuntende tevens eersterangs kankeronderzoekers gaan samenwerken om met fundamenteel onderzoek snel, efficiënt en goedkoop kanker te genezen. 120 miljoen aan belastinggeld en donaties is ervoor beschikbaar gesteld. De vijf heren kozen elk een kring van ongetwijfeld net zulke excellente en uitmuntende kroonprinsen en een enkele prinses om het onderzoek in goede banen te leiden. Maandag werd het instituut geopend door de koningin, in bijzijn van elke academische hotemetoot die Nederland rijk is.

Voorgekookte inkopvraagjes

Ik moest een probleem van de organisatie verhelpen. De initiatiefnemers zijn allemaal man en boven de 60. Vriendelijk verzoek of ik dus in al mijn vrouwelijkheid de huishoudelijke mededelingen wilde doen en een paar volledig uitgeschreven voorgekookte inkopvraagjes wilde stellen aan de oprichters en ministers. Minister Bruins moest dan bijvoorbeeld beantwoorden: Is Oncode een project waarmee u in het buitenland kunt tonen waartoe wij in staat zijn? En minister Van Engelshoven: Kunt u trots zijn op het Nederlandse universitaire bestel?

Het geheel werd geregisseerd door Toneelgroep Amsterdam en vormgegeven door ontwerpbureau Momkai. Niets was te veel voor dit gezelschap.

En het huishouden, daar werd ik voor ingehuurd. Ik mocht de letters omdraaien. De winnaars een kus geven. Bij navraag bleek enige eigen inbreng nadrukkelijk ongewenst.

Ik had ook niet verwacht een spreekbeurt te mogen geven, maar ik had dolgraag wat kritische vragen willen stellen. Bijvoorbeeld over de recente bevinding dat een belangrijk deel van het prestigieuze wetenschappelijke kankeronderzoek uit high impact tijdschriften niet reproduceerbaar blijkt en irrelevant voor de patiënt. Een schrikbarende hoeveelheid veelbelovende middelen weigert dienst zodra het niet in weefsels of muizen, maar in mensen wordt uitgetest. De vergelijking met Volkswagen-diesels dringt zich op: het werkt in het lab, het mislukt daarbuiten. Oncode schreeuwt van de daken dat het dit keer echt anders gaat. Hoe dan?

In het antwoord komt telkens het spiksplinternieuwe Oncode-valorisatieteam voor. Maar binnen de instituten barst het momenteel al van de Technology Transfer Offices, de patenteerbureaus en andere valorisatiemannetjes met vlotte praatjes in strakke pakken. Waarom gaat het nu wél werken? Waarom ligt de hoop voor kankerpatiënten per se in genetica en celbiologie terwijl chirurgie en radiotherapie ook zo ontzettend veel betekend hebben voor kankerbehandelingen? Waarom moeten we eerst wachten tot u kanker begrijpt, terwijl zoveel nuttige middelen die ook vandaag de dag nog in chemotherapie gebruikt worden juist ontwikkeld werden zonder enig begrip van de werking van kankercellen? De ene Oncode-man beweert dat met deze aanpak er eindelijk nieuwe kankermedicijnen komen die minder dan een ton per patiënt per jaar kosten. De ander benadrukt het belang van de individuele aanpak van elke tumor en de valorisatieman heeft het als vanouds over intellectueel eigendom, patenten en start-ups. Hoe kunnen al die dingen tegelijkertijd werkelijkheid worden?

En dan zijn er nog al die wetenschappelijke aspecten waar Oncode schuurt met de rest van de wereld. De opening vindt plaats in tijden van breed maatschappelijk debat over de rol, autoriteit en transparantie van wetenschap. Er bestaan grote zorgen over de desastreuze werking van impactfactors en cashende uitgeverijen, van de gesloten cultuur, de vriendjespolitiek, de eindeloze reeksen korte contracten voor jonge onderzoekers. Menig excellent wetenschapper verlaat gedesillusioneerd de academie omdat de kans op een succesvolle beursaanvraag zo klein is.

Kankerpausen

Tegelijkertijd lijkt er geen einde te komen aan de tientallen miljoenen belastinggeld voor de mensen achter Oncode. Iemand als Jan Hoeijmakers krijgt twee keer achter elkaar een ERC-grant van 2,5 miljoen toegewezen. Alle vijf wonnen achter elkaar ongeveer elke miljoenenprijs die er in de Nederlandse wetenschap te winnen valt. 30 miljoen euro aan zwaartekrachtsubisidie ging eerder naar het Cancer Genomics Centre, ook zo’n zelfde uniek samenwerkingsverband van kankerinstellingen met bijna precies dezelfde namen. Het betekent dat de loopbaan van menig jong kankeronderzoeker volledig afhankelijk is van de gratie en zegen van dit handjevol kankerpausen. Misschien een oneerbiedige vraag om aan excellente en uitmuntende wetenschappers te stellen, maar wanneer maakt u plaats? Wanneer is het tijd voor een nieuwe generatie en nieuwe ideeën?

En tot slot misschien wel de belangrijkste vraag aan de heren: u heeft ieder een ruim dertig jaar durende carrière in kankeronderzoek achter de rug. Waarom besluit u nu u ver in de zestig bent om het roer helemaal om te gooien? Waarom is deze samenwerking zo anders, zo uniek en belangrijk, en waarom heeft u dat niet eerder gedaan? Of is het stiekem toch gewoon ‘same old same old’, alleen dit keer met betere vormgeving en beeldregie.

Ik zag de opening via een livestream van KWF Kankerbestrijding op Facebook. In mijn plaats mocht Correspondent ‘goede gesprekken’ Lex Bohlmeijer nu het script voorlezen, al kreeg hij (of nam hij) beduidend meer vrijheid dan er voor mij was weggelegd. Men sprak over samenwerking, over innovatie, over hoe trots we wel niet mochten zijn op Nederland en vooral over hoop. De koningin zag er spetterend uit. Er viel geen onvertogen woord. Het was een prachtig vormgegeven toneelstuk. Men sprak over een nieuw tijdperk in kankeronderzoek en toch kreeg ik sterk het gevoel dat er helemaal niets was veranderd.